DAGBOEK SURINAME - 25 (19122013)

Donderdag 29 augustus 2013 – Saint-Laurent du Maroni - Albina - Paramaribo.
Weinig te zien en toch indrukwekkend die wandeling door de vervallen gevangenis Saint-Laurent, maar dat komt natuurlijk door het boek dat Henri Charrière over zijn ervaringen en belevenissen schreef én de film die het rauwe leven in de strafkolonie indringend in beeld bracht. Zonder al dat zou het Camp de la Transportation niet meer dan naamloos, doch redelijk bewaard gebleven stuk industrieel erfgoed zijn dat eigenlijk nauwelijks een bezoek waard is. En zou het dan wel bewaard zijn gebleven? Of had men het wellicht gewoon in elkaar laten zakken en teruggeven aan het oerwoud, net zoals die twee schepen op de zandbank vlak voor de rivieroever? Het is ietwat mosterd na de maaltijd dat nader “onderzoek” min of meer heeft aangetoond dat “Papillon” deels verzonnen is en dat Charrière zijn verhaal verder zou hebben opgeleukt met de belevenissen die medegevangenen met hem deelden. Eenmaal de poort weer uit passeert een gele auto van La Poste, de Franse posterijen. Exact dezelfde kleine bestelauto als in het moederland, net zoals de auto's van EDF – Electricité de France er hetzelfde uitzien en die van de Gendarmerie, inclusief dezelfde stoere politiemannen in hetzelfde zomeruniform achter het stuur. Waarom Saint-Laurent lokaal Petit Paris wordt genoemd is een groot raadsel, 't is hooguit een flink uit de kluiten gewassen dorp dat op geen enkele manier aan de Franse hoofdstad doet denken. En de Maroni – Marowijne is veel breder, veel groener en wat mij betreft heel wat charmanter dan die Seine vol met grote glazen rondvaartboten gevuld met toeristen. Zo'n illegaal de grens overstekende vloot van korjalen valt moeilijk te verslaan, in mijn ogen althans.

De schrik slaat me om het hart als de gids aankondigt dat we naar “Le Toucan” zullen wandelen voor een kop koffie of andersoortige verfrissing. Toch geen filiaal van de familie van der Valk in dit deel van de wereld? Hoewel ik moet toegeven zeer goede herinneringen te bewaren aan een comfortabele overnachting in het cellenblok en een uitgelezen diner in de oude gevangenis van Roermond. Maar wel nadat die door de nazaten van Gerrit van der Valk fraai was omgebouwd tot Hotel Restaurant “Het Arresthuis”. In tegenstelling tot het gevang van Saint-Laurent, zou ik in Roermond geen enkel bezwaar hebben gemaakt tegen een nacht langer in de cel........ Café Restaurant Le Toucan ligt aan de Boulevard de Gaulle, even voorbij de kazerne van de Gendarmerie – de gendarmes keuren ons geen blik waardig – en schuin tegenover het ziekenhuis. Als mijn reisgenoot en ik onze bestelling in het Frans willen doen, krijgen we antwoord in het Nederlands van de in Amsterdam geboren patron. Én we schieten allebei in de lach als we onderin de koelkast met transparante deur de kartonnen dozen wijn van de Franse supermarkt Super U zien liggen. De super waar ik in Montmédy vlak voor naar Suriname af te reizen mijn voorraad alcoholische versnaperingen nog had aangevuld. Franse sfeer, Franse bediening, Franse prijzen. €5 voor een pijpje Kronenbourg 1664 pils is niet mis, maar ja ze serveren hier helaas geen tapbier of Parbo. Vanaf het terras, dat zich tegen lunchtijd vult met rokende Fransen, bekijken wat voorbij wandelt en rijdt, hetgeen inderdaad de sfeer van een Frans provinciestadje bevestigt. Zoals ik het me uit Gabon herinner komen de Europeanen met auto of motor aankakken en gaan degenen met een donkere huid te voet, op de fiets of met de brommer. Als we worden gemaand terug te gaan naar de steiger – het familiebezoek van de gids zit erop dus kunnen we verder – raak ik in gesprek met een dame aan de naastgelegen tafel van wie we eerder hadden geprobeerd ons de stoel toe te eigenen. Wat dan gebeurt is een grote verrassing, ze haalt een pakje sigaretten uit haar handtas, steekt er een op en legt het pakje daarna op tafel. Tot mijn stomme verbazing zie ik de kop van Che Guevara zoals ooit op de foto gezet door Alberto Korda, jawel hoor een pakje “Filter Cigarettes CHE”, dat leidt gelijk tot een geanimeerd gesprek. “Maak je geen zorgen hoor”, zegt ze ironisch bij het afscheid “we zijn hier alles behalve revolutionair”. Ik twijfel daar geen moment aan.

Terug naar de overkant, niet te ver van de “Franse” oever verandert de Maroni weer in de Marowijne. Albina is heerlijk lawaaierig en druk en vuil en ongeordend. Bijna een verademing na de stille en het veel te goed georganiseerde, dus uiteindelijk toch wel saaie Saint-Laurent. Petit Paris, hoe verzinnen ze het! Terug naar Paramaribo langs dezelfde weg als dinsdag met als enig nieuwtje dat de politiemannen van de controlepost bij de brug over de Commewijnerivier kennelijk hun salaris hebben ontvangen, ze zitten er in ieder geval weer kwiek bij. En op de andere oever levert een sanitaire stop zowaar een andere kijk op Suriname en de Surinamers op: want ik ontdek dat men hier de dingen gewoon bij de naam noemt of dat men er tenminste alles aan doet om misverstanden te voorkomen. Want waar kwam ik in Nederland of op enige andere plek ter wereld ooit een pisbak tegen waarin met grote letters het woord PISBAK staat geschreven? Dat overkwam me dus in Suriname in een café aan de Oost-Westverbinding in Stolkertsijver.

wordt vervolgd