|
DAGBOEK SURINAME - 28 (31122013) Vrijdag 30 augustus 2013 – Paramaribo – Fort Nieuw Amsterdam – Mariënburg – Paramaribo. Veel oude kaarten van de kolonie. De plantages zijn keurig ingetekend en ingekleurd met naam en al, het geeft een goed beeld van hoeveel het er “in de goede tijd” wel niet waren. Kaarten van de rivieren, oude zeekaarten waarop de cartograaf zijn fantasie ongeremd had losgelaten op de gebieden landinwaarts die nog nooit waren bezocht. Uit de tijd dat men nog heel erg overtuigd was van het bestaan van en op zoek was naar El Dorado. De kustlijn was echter behoorlijk precies getekend en, zoals uit de uitleg op de kaart zelf blijkt, bezocht: “NIEUWE CAERTE van het wonderbaer ende goudrijcke landt GUIANA, gelegen onder de Linie Æquinoctiael, tußchen Brasilien ende Peru, niewelick besocht door Sir Walter Raleigh Ridder van Engelandt, in het jaar 1594-1595 ende 1596. De custen van dese caerte sijn seer vlietich geteekent op haere hooghten ende waere streckingen, door een seker stiermandie dit selve beseilt ende besocht heeft, in de jaeren voornoemt.” Landkaarten en plattegronden fascineren me mijn hele leven al, tot mijn thematische postzegelverzameling toe bestond uit zegels waarop kaarten waren afgebeeld en aardrijkskunde was mijn favoriete vak op middelbare school. Ondanks dat keuzevakken toen nog niet bestonden. Terwijl ik dit schrijf, zit ik trouwens onder de blinde Bos-Zeeman wandkaart van Zuid-Amerika uit ongeveer 1953 die boven mijn werktafel hangt. Het meest verrassende, voor mij althans, moet echter nog komen. Te beginnen met een oude foto uit Paramaribo met het opschrift POELEPANTJE. Tijdens de klaverjasavonden bij mijn toenmalige schoonouders werd af en toe over Paramaribo en Suriname verteld, daar had het gezin gewoond toen mijn schoonvader – ex-marinier – deel uitmaakte van de TRIS, de Troepenmacht In Suriname. Schaafijs, op het schoolplein door de Surinaamse kinderen aan de lange haren te worden getrokken en voor “bakra” te worden uitgemaakt en........ Poelepantje, wat zoiets zou betekenen als “trek je broek aan”. De plek aan de buitenkant van Paramaribo waar de bosnegers die vanuit het binnenland naar de stad kwamen een broek aan moesten trekken. Alsof ze nog in hun blote kont rondliepen. Zowel mijn ex als haar ouders zijn al lang geleden gaan hemelen, het verhaal staat mij bij alsof het gisteren pas werd verteld. Goede herinneringen komen bovendrijven als ik voor die foto sta, waarop in ieder geval wordt bevestigd dat: Wie vroeger van de zuidzijde naar Paramaribo wilde komen, moest de Domineeskreek oversteken want een brug was er nog niet. De kleren werden dan uitgetrokken en men waadde door het water. Zo ontstond voor deze buurt de naam “Poelepantje” afgeleid van “puru ju pangi”, is “trek je pangi (lende-doek) uit”. Daarnaast zijn er de tentoongestelde planken en krukjes die sterk doen denken aan die ik uit West-Afrika ken, producten van een project om jongeren werkervaring op te laten doen. En hoewel dat niet wordt genoemd, wat het bevolkingsdeel met Afrikaanse achtergrond betreft een verbinding te maken met de cultuur van hun voorouders. Dat is mijn interpretatie tenminste bij het zien van deze objecten. De meeste slaven zouden zijn aangevoerd uit Ghana, nou daar heb je in Kumasi – ik ben er geweest – diezelfde krukjes waarin de ziel van een voorouder huist. En dan die planken, die je overal aan de rand van de Sahel, waar overwegend Moslims wonen, tegenkomt. Het zijn net de schrijfplanken die worden gebruikt om teksten uit de Koran op te schrijven. Zo word ik in een oude koloniale gevangenis op het punt waar de Crommewijne en de Surinamerivier samenvloeien geheel onverwacht herinnerd in mijn veel jongere jaren. wordt vervolgd |