BUENOS AIRES - CIUDAD VERDE? (08032014) Zo maar een zondagmiddag in Buenos Aires, op zoek naar een bushalte die niet is te vinden. Pas in de taxi terug naar huis herinner ik me waarom: de bus die ik wilde nemen rijdt via een andere straat. Voor het historische Cabildo op de Plaza de Mayo steekt de chauffeur zijn handen in de lucht “Todo cortado – alles afgesloten”, verzucht hij. Mijn huis is niet al te ver meer, dan maar afrekenen en de rest lopen. Via de Avenida de Mayo, één van de afgesloten straten en zonder meer de elegantste boulevard in het centrum van stad. Het lijkt erop dat precies voor het Casa de la Cultura een ruimteschip is geland. Er staat een hoog op grote insectenpoten rustend iets. Het zou een afgedankt decorstuk van een Star Wars film kunnen zijn, maar net zo goed kunnen zijn geïnspireerd door de op enorme spinnen lijkende sculpturen van de Franse beeldhoudster Louise Bourgeois. In tegenstelling tot die beelden heeft deze constructie een aantal platforms en lijkt door grote ballonnen overeind te worden gehouden én het heeft het staartstuk van een ouderwets vliegtuig en twee propellers. Vlakbij een commandotent van het type dat ik me herinner van de veldoefeningen tijdens mijn militaire diensttijd, er staat een marktstal met een soort broeikassen, er ligt een mesthoop, er staat een afgedankte ladekast, er staan muziekstandaards rondom een paar bakken met aarde waarin planten staan. Er lopen Frans sprekende mannen rond in vaal oranje luchtmacht overalls met op de rug “AF” gevolgd door een nummer en EXPEDITION VÉGÉTALE. Verder tal van enigszins ludieke objecten die in elkaar zijn gezet met allerhande afval, hetgeen intrigerende bijna kunstwerken oplevert. Gelukkig worden er folders uitgedeeld waarin het “hoe en waarom” wordt toegelicht. Het “waarom” is vooral om te benadrukken hoe verschrikkelijk “groen” Buenos Aires de afgelopen jaren onder de bezielende leiding van de huidige stadsregering wel niet is geworden. Meer dan 100km fietspaden. Reductie van de hoeveelheid plastic winkeltasjes door wettelijk verplicht te stellen dat daarvoor moet worden betaald en aldus het hergebruik te stimuleren. En ja hoor, er zijn weer groene tasjes bij, maar nu voor het groene afval. Het is echter een feit dat het gebruik van plastic tasjes sinds de introductie van de wet is gehalveerd. En dan is er een fabriek gebouwd voor het verwerken en scheiden van afval, hoewel dat niet geheel vrijwillig gebeurde: de vuilstort was namelijk vol en de federale regering met een andere politieke kleur gunde de oppositie geen additionele ruimte. Én men laat zich voorstaan op de plaatsing van vuilcontainers die er voor zorgen dat we “steeds meer in een duurzame en schonere stad wonen”. Die borstklopperij over de containers werkt bij mij als de befaamde rode lap op een stier, die dingen hebben de stad wat mij betreft meer kwaad dan goed gedaan. In eerste instantie waren er een type bovengrondse container voor papier, metalen en glas en eentje voor de rest van het huishoudelijke afval. De ene geel, de andere donkergrijs. De gele container verdween al snel, waarschijnlijk gewoonweg om dat iedereen er zonder na te denken van alles en nog wat in flikkerde. Met de plaatsing van de containers kwam er ook een einde aan het voor de deur zetten van je huishoudelijk afval, dat moest voortaan naar de container worden gebracht. Dit had tot resultaat dat de huismeesters een loonsverhoging eisten en kregen – 14%! – omdat ze opeens ongeveer 25 meter verder moesten lopen dan voorheen toen ze de vuilnis gewoon voor de deur neer konden zetten. Veel mensen namen niet eens de moeite om hun huisvuil in de container te mikken, maar gooiden het ernaast, bovendien hebben die dingen vaak niet de omvang die nodig is om al het afval te kunnen bevatten. En ja dan zijn er nog steeds de cartoneros, die nu de containers min of meer op straat of op het trottoir omkiepen om wat er voor hen van waarde in zit uit te kunnen halen. Het gevolg: de stad is vele malen vuiler geworden dan die al was. Die grote spin blijkt het imaginair ruimteschip “Aérofloral II” dat een Darwinachtige missie aan het uitvoeren is. Het wordt “bestuurd” door het uit Nantes afkomstige Franse theatergezelschap “La Machine” dat het een “vliegende kas” noemt. Voor de steden die bereid zijn daarvoor te betalen, draaft men op en gaat er vervolgens op zoek naar lokale plantensoorten. Het levert gekke plaatjes op, zoals die mand van een hete luchtballon gemaakt van waterzakken die lang geleden door de brandweer werden gebruik, die met handpompen, een draagbare radio en een kleine scheerspiegel tot een groene douche is omgebouwd, of de tractorstoel van lang geleden die van vleugels is voorzien en er wat verloren bijstaat, de douchekop die onderdeel van een sproeimachine is geworden. En dan die ouderwetse archiefkast die is omgebouwd tot een kijkkast waardoor blote foto's van klassieke pin-ups zijn te bewonderen. Gekleed door de natuur zal ik maar zeggen, maar alles behalve groen. Twaalf jaar later. Nog steeds waart er een nachtleger van cartoneros door de immer vuiler wordende straten, ondanks de vuilcontainers en de plastic tasjes waarvoor moet worden betaald. Zo weinig dat het eigenlijk geen moer uitmaakt. Dat Buenos Aires zo groen zou zijn als de stadsregering beweert, is het soort zelfbedrog waarin alleen politici geloven. over nog eens twaalf jaar meer..... |