ROOKGORDIJN (26092014)
Komend vanuit Fresnes-au-Mont lijkt het uit de verte net of Saint-Mihiel door een breed rookgordijn aan het oog van de buitenwereld wordt onttrokken. Alsof men iets te verbergen heeft. Het gordijn volgt de loop van de Maas, het blijkt de vroege ochtendmist te zijn. Het stadje wordt door de gemeente en de regionale VVV aangeprezen als “la Petite Florence Lorraine – het kleine Florence van Lotharingen” dus daar zou pracht en praal uit de tijd van de Renaissance te zien moeten zijn. Tijdens en na het oversteken van de brug over de Maas zijn de eerste indrukken weinig hoopvol. 't Zal wel net zoiets zijn als het Venetië van het noorden, vrees ik. Nog op de linkeroever ontsiert rechts een oerlelijke betonnen silo het gezicht op de rivier, links ligt het oude station waarin nu een hotel-restaurant huist met de wat pretentieuze naam “Rive Gauche”. Alsof de linker oever van Maas in Saint-Mihiel zou kunnen wedijveren met die van de Seine in Parijs. Absoluut niet. Saai dorps! “Centre Ville” is zo te zien ook niet meer wat het was. Van teveel winkels zijn de etalageruiten beschilderd met romantische taferelen van hoe het er vroeger uitzag, maar de voordeuren zitten stevig op slot, echte klanten zijn al lang verdwenen. In het iets noordelijker gelegen Lacroix sur Meuse kregen we gisteren een voorproefje van de welstand uit het verleden, niet eerder zag ik zo'n mooie lavoir pubic als daar. De Franse openbare wasplaatsen zien er over het algemeen sober en functioneel uit, heel vanzelfsprekend voor gebouwtjes die als enig doel hebben de was te doen of uit te spoelen. Maar in dit dorp, waar meerdere wasplaatsen zijn, heeft er één – la Grande Fontaine – met een rijk gedecoreerde façade waarachter uiteindelijk toch gewoonweg met de hand werd gewassen. Gezwollen Latijnse teksten, die de wasvrouwen vrijwel zeker niet begrepen, reeksen Romeinse jaartallen, (waaronder 1914 – 18), twee grote vissen die de Maas symboliseren. Én twee grote beelden: een schaars geklede man en een luchtig geklede vrouw. Neptunus, de Romeinse god van de zee, en Amphitrite, zijn vrouw en godin van de zee. Maar wat die juist hier – honderden kilometers van de zee – hebben te zoeken, vermeldt de historie niet en evenmin wat al die jaartallen betekenen.
In Saint-Mihiel overheerst de voormalige Benedictijner Abdij, waarvan de rijke historie vooral binnen kerkelijke muren is te bewonderen. Een prachtige bibliotheek met een collectie van onder andere 74 handgeschreven boeken – de oudste uit de tijd van de Karolingers – en 86 wiegendrukken. Dat er zoveel boeken de eeuwen hebben overleefd mag een klein wonder heten, omdat met name tijdens de Franse revolutie de kerkelijke bezittingen werden onteigend en het zwaar te verduren hadden. De vijftig meter lange zaal is slechts vanuit de deuropening te bewonderen. Beneden staan onder de trap een viertal sarcofagen, lang niet zo mooi als die we gisteren zagen op de binnenplaats van het kleine klooster uit het begin van de achtste eeuw, dat de voorloper van de abdij was. Buiten de stad op een heuvel, je moet de weg weten om het te vinden. Een laag vierkant bouwwerk met een plompe niet te hoge toren van hout, boven een deur staat het jaartal 709, Saint-Mihiel ligt zeven kilometer verderop. De uit kalkzandsteen gehakte sarcofaag werd gevonden toen er een kuil werd gegraven voor het plaatsen van een septic tank. Een met symbolen gedecoreerde deksel duidt op een voorname dode, hoewel niemand weet wat de betekenis van de symbolen is, noch wie er in was begraven. Stukken intrigerender dan de onbewerkte sarcofaagdeksels van de abdij.
Kalkzandsteen zat in de buurt en dus niet verwonderlijk dat de 16e eeuwse beeldhouwer Ligier Richier daaruit zijn wonderschone beelden hakte. Om die te zien is er meervoudig kerkbezoek nodig, te beginnen met die van Saint Etienne. De deuren van het traliehek dat het werk beschermd staan open, in een alkoof staat een wat lullig uitgelichte beeldengroep. Zoals hier de net van het kruis gehaalde Jezus in de armen van een apostel ligt doet sterk aan de Piëta van Michelangelo denken,. Het werk, dat “Mise au Tombeau” heet, zou een tableau vivant kunnen zijn, zo gedetailleerd zijn de levensgrote figuren afgebeeld. En met veelzeggende gezichtsuitdrukkingen, zoals die van de twee Romeinse soldaten die op de achtergrond om de rok van Jezus dobbelen. Moderne techniek staat de bezoeker bij met een aanraakscherm om Bijbelkennis op te frissen en te ontdekken wie de afgebeelde figuren zijn en wat er zich afspeelt. Handig, dat wel, maar het leidt nogal af van het werk zelf. De kerk heeft trouwens ook redelijk moderne gebrandschilderde ramen als gevolg van de schade die werd opgelopen tijdens de Eerste Wereldoorlog toen Saint-Mihiel in de frontlinie lag. Er is zelfs sprake van een “Slag van Saint-Mihiel” die in september 1918 werd uitgevochten, de winnende Amerikaanse commandant Generaal Pershing heeft er als eerbewijs een naar hem vernoemde straat aan overgehouden. Via de Place Ligier Richier, waar een in mijn ogen wat knullig standbeeld van de meester staat, wandelen we naar de abdijkerk van Saint Michel. Mooie religieuze kunst alom. Hoog in het koor staat een goud gekleurd beeld van Saint Michel die een draak doodt, hetgeen mij enigszins verwart. Was het niet Sint Joris die de draak doodde? Tja, zo dacht ik in mijn jongere jaren door de reclames voor “Cigarettes Saint-Michel” op de zeezenders ook vrij lang dat Saint Michel een Frans sigarettenmerk was. Over rookgordijnen gesproken.......
wordt vervolgd