ROUTE LE CORBUSIER - 5 (22082014)

Dag 2 – Briey-en-Forêt – Unité d'habitation / Avioth – Basiliek.
Terwijl de hoeders van Le Corbusier's erfgoed lunchen, bestuderen wij de buitenkant van het gebouw, hetgeen een klein wonder mag heten. Iets meer dan twintig jaar na de oplevering werd het complex gesloten en overwoog men het te slopen! Het had allemaal te maken met de crisis in de staalindustrie in Lotharingen en de Franse uittreding uit de NAVO. Dat laatste had tot gevolg dat het buitenlandse personeel van de nabijgelegen vliegbasis van Étain werd teruggetrokken, terwijl industriecrisis tot bedrijfs- en mijnsluitingen in de regio leidde. Anno nu ligt het complex er geheel gerenoveerd en prachtig bij, ondanks het bouwjaar voldoet deze Unité aan de basiseisen van het “brutalisme”. Dat wil vooral zeggen dat in een bouwwerk het ruwe beton en de bekisting goed zichtbaar moeten zijn omdat het een integraal onderdeel van de esthetiek ervan is. De gestileerde afbeelding van de Modulor, gehakt in het beton naast de hoofdingang, is de vingerwijzing dat voor de maatvoering gebruik is gemaakt van dit door Le Corbusier ontwikkelde systeem. Er hangt ook een bordje met “MONUMENT HISTORIQUE” en dat werd het gebouw al in 1993, net 30 jaar na de bouw ervan. Deze late variatie op het oorspronkelijk idee van de Cité Radieuse zal achteraf een verwaterde versie van het origineel blijken, hoewel we daar pas in Marseille achter zullen komen. De gestapelde appartementen zijn gebouwd op smalle taps uitlopende stutten, waardoor de structuur als het ware wordt opgetild en het beton lijkt te zweven. Zo bedoeld of niet en afhankelijk van de lichtval vormen die in het gelid staande betonnen stutten een mooi strak lijnenspel onder het gebouw. De onregelmatige afdrukken van de planken van de bekisting zijn goed zichtbaar tot en met de nerven van het hout. Sommige muren en plafonds van de balkons zijn geschilderd in de Corbusierkleuren rood, geel, blauw en groen, waardoor vanuit bepaalde standpunten en met dank aan de strakke vlakverdeling in de gevel zowat een ode aan Mondriaan ontstaat. In mijn ogen althans.

Om de tijd te doden gaan we op zoek naar de Duitse oorlogsbegraafplaats. Zoals gezegd ligt Briey in Lotharingen en niet al te ver van Verdun, een regio waar tijdens WO I zwaar is gevochten. Oorlogsmonumenten en begraafplaatsen in overvloed, in dit geval gevuld met grijze kruizen, de kleur van de vijand, afgewisseld met een enkele steen met Davidster. In de nadagen van het Keizerrijk mochten Joodse militairen nog gewoon meedoen aan Duitse kant. Het ligt er keurig verzorg en rustig bij, iets dat trouwens opgaat voor alle oorlogsbegraafplaatsen in deze streek. 2.244 Gesneuvelde militairen liggen er begraven, zinloos gesneuveld: in 1940 volgde WO II.

Terug naar de Cité Radieuse, die na de sluiting in 1983 ten dode opgeschreven leek, maar uiteindelijk toch zou overleven. Het gebouw stond (en staat) aan de buitenkant van het stadje op een plek waar maar weinig mensen wilden wonen en viel qua architectuur behoorlijk uit de toon. Het is de enige echte hoogbouw, verder is er niets hoger is dan vier of vijf verdiepingen. Het is nog steeds een gebouw met verhuizende/verkopende bewoners gezien de te koop en te huur annonces in de vitrine in de entree én met gebreken. Dat laatste ondervinden we aan den lijve als we de lift naar de eerste verdieping willen nemen en daar met klagende bewoners wachten tot die komt. Achter de toegangsdeur ligt een brede slecht verlichte gang, zachte rubberen tegels, huisdeuren die afwisselend rood, geel, blauw of groen zijn geschilderd, ouderwetse lampen er boven. Een klein appartement zonder voordeur, maar met keukenblok, dient als expositieruimte. De wanden zijn behangen met krantenknipsels over het gebouw en wat foto's die werden genomen tijdens de bouw ervan. Bedenkelijk mager. Aan het einde van de gang is het kantoor van La Première Rue, vanwaar een korte rondleiding begint met een de uitleg dat we hier niet in een een couloir, een gang, lopen maar in een straat, een rue. De straat van de eerste verdieping dus “la première rue”. Hoe eenvoudig kan iets in elkaar steken. De gang is goed bezien ook te breed om een gang te zijn, het plafond is relatief laag dankzij de toepassing van de Modulor. Volgens dat systeem wordt de hoogte van een plafond bepaald door de vingertoppen van de recht omhoog geheven arm van een man die 1.83m lang is. Hoewel ik ietsje langer ben, neem ik de proef op de som: het klopt! Een duplex in originele staat is ingericht om te laten zien hoe Le Corbusier het allemaal heeft bedoeld en dan begrijpen we de zin van het lage plafond van de gang gelijk beter: er boven ligt “de interne brug” van de voorkant naar de achterkant van een appartement. Een zeer ingenieuze oplossing. De “model duplex” staat vol met meubilair uit de jaren 60 van de vorige eeuw, is niet overmatig groot of breed, echter wel bijzonder functioneel ingedeeld en erg licht. Aan de achterkant een kleine open keuken met eetruimte, zithoek, trap naar de voorkant alwaar zich de badkamer en twee slaapkamers bevinden. Tot slot mogen we kort het dakterras op, waarvan de toegangsdeur stevig op slot zit terwijl het in het oorspronkelijke concept van Le Corbu een belangrijke functie had. Verder bewijs dat dit een verwaterde versie is en jammer, want vanaf het 13 verdiepingen hoge gebouw dat bovendien op de top van een heuvel staat, heb je een prachtig uitzicht over de omgeving.

wordt vervolgd