ROUTE LE CORBUSIER - 6 (28082014)

Dag 2 – Briey-en-Forêt – Unité d'habitation / Avioth – Basiliek.
Zoals te doen gebruikelijk moet de terugweg een andere zijn dan de heenweg. Vanaf Briey-en-Forêt door de akkers en weilanden richting Maasdal en vervolgens kort naar het noorden waar we bij vrienden logeren. Aan het begin van de landweg nog even een blik over de schouder werpen naar de Cité Radieuse die toch wel heel erg dominant en heel erg lelijk boven alles uitsteekt en dan, voor zover mogelijk, op volle kracht vooruit om even voor Damvillers op de rem moeten te trappen. De aanleiding daarvoor is een onverwachte wegwijzer naar een monument voor de “Patrouille Maginot”. André Maginot, wiens naam is vereeuwigd in de Maginotlinie, architectuur van een heel andere orde: een gigantisch en nutteloos vestingwerk dat parallel loopt aan de Frans-Duitse grens en dat de Duitse inval van 1940 had moeten voorkomen. Zoals bekend reden de Duitse troepen er via de Belgische Ardennen omheen – een onmogelijk geachte route voor tanks – om daarna de naar het oosten gerichte fortificaties uit te schakelen en die zelf deels in gebruik te nemen voor ondergrondse fabrieken. De Duitsers hadden eenzelfde verdedigingslinie, de Siegfriedlinie, en bouwden er in de oorlog nog eentje: de Atlantikwal. Beide net zo kostbaar en gigantisch en achteraf net zo nutteloos als de Maginotlinie. Het minimalistische monument herdenkt de heldenmoed van de “patrouille Maginot” de groep soldaten onder leiding van Maginot die in het eerste jaar van WO I in de buurt van Damvillers was gelegerd en daar herhaaldelijk slaags raakte met de vijand. Maginot en zijn mannen stonden bekend om hun moed – wellicht overmoed – die er uiteindelijk op 9 november 1914 toe leidde dat Maginot zwaar gewond raakte en op het nippertje door zijn manschappen kon worden gered. Naderhand zou hij in het parlement worden gekozen en zich daar sterk maken voor de aanleg van de naar hem vernoemde verdedigingslinie.

Religieuze architectuur heeft Le Corbusier eveneens op zijn cv, het staat onder andere voor morgen op ons programma. Ter voorbereiding daarop – en omdat we er toch vrijwel langs komen – kan het geen kwaad om de bijzondere basiliek van het piepkleine dorpje Avioth - vlak onder de grens met Luxemburg en België – te bezoeken. Het is wonderbaarlijk dat er in wat een gehucht is zo'n prachtige gotische kerk staat, veel meer dan een paar honderd inwoners heeft Avioth nooit gehad. Het heeft allemaal te maken met een door herders in de doornstruiken gevonden beeldje van Maria op de plaats waar nu de basiliek staat. Met als gevolg dat er al langer dan 900 jaar een beeld van Maria met kind wordt vereerd en er jaarlijks op 16 juli een bedevaart wordt gehouden. Nu ben ik Calvinistisch groot gebracht en heb dus een zekere afkeer voor rituelen rond beelden van goden of heiligen te beginnen met de moedermelk en vele jaren daarna met grote regelmaat toegediend gekregen. Het aanbidden of vereren van beelden zondigde tegen het 4e gebod en was hét excuus voor de 16e eeuwse beeldenstorm. Dat wil echter niet zeggen dat ik niet geïnteresseerd zou zijn in of geen oog zou hebben voor de schoonheid van religieuze objecten of kerkgebouwen. Het stimuleert eerder mijn nieuwsgierigheid als geloofsijver die ik niet ken, niet echt begrijp of kan doorgronden, resulteert in zo'n enorm bouwwerk in een dorp van niets. De Basiliek van Notre Dame d'Avioth torent hoog boven alles uit en is al van verre zichtbaar als een baken van geloof. Eerste indruk bij het opdraaien van het kerkplein: gele zandsteen, niet erg groot, veel heiligenbeelden op de gevel en in de bogen van de portalen, achterstallig onderhoud en een kleine losstaande toren ernaast die heet “La Recevresse – de Ontvanger”, de plek waar pelgrims hun offerandes kunnen achterlaten.

Het torentje is zo licht en transparant dat het mij aan filigrein doet denken, terwijl het uit steen is gehakt, het is bovendien een unieke toevoeging aan een gotisch kerkgebouw. La Recevresse zou zijn gebouwd op de plaats waar het houten beeld van Maria met kind door de herders werd gevonden. Datzelfde (?) beeld staat nu goed zichtbaar naast het altaar en ziet er opvallend fris uit, 't is ook verrassend groot vind ik. Dankzij C14 datering is vastgesteld dat het hout waaruit het is gesneden ongeveer 900 jaar oud zou zijn. De kerk herbergt veel meer stenen en houten beelden, hoog op de pilaren of aanraakbaar. Die in de hoogte zijn bevestigd hebben iets speciaals: de soms prangende gezichtsuitdrukking, het kleurgebruik, de voet waarop ze steunen die bestaat uit een zijn instrument bespelende muzikant, een dier, een duiveltje. Aan de buitenkant sieren rijen kleine heiligen de portalen boven de deuren, sommige van de grotere beelden zijn helaas onherkenbaar verminkt doordat ze letterlijk hun hoofd zijn kwijtgeraakt. Het meest fascinerend vind ik zonder meer de waterspuwers, de ver uit de gevel stekende langwerpige dieren die via hun bek voor de afvoer van het hemelwater zorg dragen. Van de meeste gaat bepaald iets dreigends uit, zoals dat agressieve op een hond lijkend dier dat een angstig kijkend mensenhoofd tussen de achterpoten geklemd houdt. De boeiende overdaad van de gotische bouwkunst als een amuse-gueule tussen Le Corbusier's Cité Radieuse van vandaag en de kapel in Ronchamp van morgen.

wordt vervolgd