|
ROUTE LE CORBUSIER - 7 (02092014)
Dag 3 – Maasdal - Ronchamp – Chapelle Notre Dame du Haut.
Bij Stenay gaan we het Maasdal in en rijden parallel aan de rivier naar Verdun om vandaar in de buurt van Metz de snelweg zuidwaarts op te zoeken. We zijn helaas niet de enigen die en route zijn. Via deze weg, zo ontdekken we, reizen veel Duitsers, Nederlanders en Scandinaviërs richting Côte d'Azur, Costa Brava of nog zuidelijker. Stoppen, optrekken, afremmen, stilstaan. Een uur lang schieten we nauwelijks op totdat de zonzoekers vlakbij Nancy rechts afslaan richting Lyon, terwijl wij nog een tijdje van de Vogezen blijven genieten. De groen beboste heuvels worden hoger en hoger naarmate we dichter bij Ronchamp in de buurt komen en waar de Vogezen overgaan in de Jura. De door Le Corbusier ontworpen Chapelle Notre-Dame-du-Haut staat even buiten het dorp ietwat hooghartig op een hoge heuveltop. Een smalle bochtige steile weg omhoog met zo'n beetje halverwege de schacht van een gesloten steenkolenmijn. Een weg die door gelovigen die wat goed hebben te maken met Onze Lieve Heer bij wijze van penitentie te voet werd en wordt afgelegd. De in juni 1955 ingewijde kapel, die een die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd kerk verving, was destijds een spraakmakend ontwerp dat in niets op een gebruikelijk katholiek kerkgebouw leek. De voorzitter van de stichting die eigenaar was en is van de kerk en het terrein, had de niet gelovige architect pas na lang aandringen kunnen overtuigen om de opdracht te aanvaarden. Le Corbusier die de door hem bedachte woongebouwen had gedefinieerd als “une machine à habiter”, een “machine” om in te wonen, hanteerde voor een “huis van God” duidelijk andere maatstaven dan voor een huis van gewone stervelingen. Op die heuveltop in Ronchamp staat het bewijs. Geen rechte lijnen, geen Modulor maatvoering. Sober, dat zeker, maar rondingen en passende decoraties in de vorm van speciaal ontworpen kleine kleurige ramen die mij desalniettemin sterk herinneren aan de grote gebrandschilderde ramen van een klassiek godshuis. Verborgen achter het stucwerk zitten de hergebruikte bakstenen van de kerk die er voorheen stond, een mooie symbolische verbinding met het verleden van deze pelgrimsplaats. Altaren binnen en een altaar buiten, zodat de deelnemers aan de jaarlijkse bedevaart op het grasveld ervoor gezamenlijk de mis kunnen vieren. Net als bij de grote betonnen flatgebouwen, is de ingang voorzien van de signatuur van Le Corbusier en die van de uitvoerder André Maissonnier. In deze geen Modulor, maar van de abstract weergegeven handen met opgestoken duim van de meester, twee vingerafdrukken met de initialen L en C en een datum: 24 mei 1955. Een maand voordat de kapel werd ingewijd, waarschijnlijk de opleverdatum.
Sinds mijn vorige bezoek aan Ronchamp, in het najaar van 2007, is er zo het een en ander veranderd. Niet de kapel zelf, maar wel de omgeving. We arriveren net op tijd voor de rondleiding die er toen evenmin was en waarvan de toegevoegde waarde niet valt te ontkennen, ondanks dat de gids slechts Frans spreekt. Het ontvangstpaviljoen is nieuw – en de toegangsprijs hoger – terwijl links van de weg naar de kapel een vrijwel onzichtbaar recent gebouwd klein klooster ligt. Een toevoeging van de Italiaanse architect Renzo Piano, alweer een niet gelovige en alweer een omstreden keuze. Hij is onder andere de (mede-) ontwerper van het Centre Pompidou in Parijs, Nemo in Amsterdam en het “scheve” KPN-kantoor op de Rotterdamse Wilhelminapier, dat een reïncarnatie van de toren van Pisa zou kunnen zijn. Geen van die gebouwen spreekt al te zeer tot mijn verbeelding en ik stelde me dus niet zoveel voor van de door hem bedachte appendix voor Corbusier's kapel. Die vind ik vervolgens zowel subtiel als verbijsterend. Subtiel qua ontwerp en uitvoering, verbijsterend vanwege het hoe en waarom. Mooi verzonken in het gras van snel aflopende heuvelhelling en daardoor uit het zicht van de kapel, precies zoals de Fondation Le Corbusier het wilde. Een luchtig laag gebouw, het Monastère Sainte-Claire van de Zusters Clarissen, volgelingen van Clara van Assisi, een orde die geacht wordt eenvoud en armoede te belijden. Tja en dan wel voor €10 miljoen een klooster door Renzo Piano laten bouwen. Een deel van de toegangsprijs voor het bezoek aan de kapel is bestemd om de lening af te lossen die daarvoor is aangegaan.......... Als niet katholiek begrijp ik er echt helemaal niets van. Armoede belijden en dan zoveel geld besteden voor de huisvesting van zo weinig – 12 – nonnen? Ik vraag de gids om uitleg en krijg als antwoord dat een belangrijk deel van de bouw werd gefinancierd met de opbrengst van de verkoop van het Clarissenklooster in het centrum van het nabij gelegen Besançon. Daarin zit nu een hotel dat, om de breuk met de vorige functie van het gebouw te benadrukken “Le Sauvage” heet. Nee, na het korte bezoek aan dit luxe onderkomen voel ik echt geen enkele aandrang om het formulier in te vullen dat uitnodigt om toe te treden tot de “Amis bâtisseurs” van het klooster en aldus een financiële bijdrage te leveren om de bouwschuld van die arme zusters Clarissen af te betalen.
wordt vervolgd
|