ROUTE LE CORBUSIER - 12 (01102014)

Dag 5 – Firminy – Unité d'Habitation – Église Saint-Pierre.
Er heerst totale zondagsrust in de wijde omgeving van de Église Saint-Pierre, het stadion, het zwembad en het Maison de la Culture, het ligt er behoorlijk doods bij. Geen mens te zien, geen hond op straat. Letterlijk. Ik begin zelfs te twijfelen of de informatie wel klopt dat de kerk op zondagmiddag kan worden bezocht, van de andere gebouwen weet ik zeker van niet. Meerdere malen tijdens de reis langs de Route Le Corbusier – en opnieuw hier bij de kerk – moet ik de gedachte onderdrukken dat de architect een voortreffelijke bunkerbouwer had kunnen zijn. Dat wordt mede ingegeven door het feit dat Le Corbu tijdens de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog voor de Vichy regering werkte, de “foute Fransen.” Dat regime, onder leiding van maarschalk Pétain, bestuurde van 1940 – 1942 het niet bezette zuidelijke deel van Frankrijk en zelfs nadat ook dat was bezet, tóch met de Duitsers bleef samenwerken. De Maarschalk werd na de oorlog wegens landverraad ter dood veroordeeld, een vonnis dat niet werd uitgevoerd vanwege zijn hoge leeftijd én vanwege zijn grote verdiensten tijdens la Grande Guerre. Nadat “Vichy” zijn voorstellen voor een herindeling van Algiers en andere steden had verworpen, trok Le Corbusier zich terug en zou zich niet meer met de politiek hebben bemoeid. Desalniettemin stopte een grote Zwitserse bank een paar jaar geleden met een reclamecampagne waarin Le Corbusier een rol speelde nadat zijn al dan niet vermeende sympathie voor Adolf Hitler en het antisemitisme waren opgerakeld. Het was nota bene dezelfde bank die een paar jaar eerder dankzij een klokkenluider aan de paal werd genageld wegens het vernietigen van archiefmateriaal dat betrekking had op zogenaamde “slapende joodse tegoeden.” Over lijken gaan in de praktijk gebracht, ordinair jatwerk.

In een boekje dat in de souvenirwinkel van de kerk te koop is, staat een foto van de ruwbouw die hier 25 jaar stond. Het al die jaren aan weer en wind blootgestelde grauwe beton van wat thans de “begane grond” van het godshuis is, ziet er daarop niet uit. Een wonder dat de gedachte om het te slopen nooit is opgekomen, dan wel nooit hardop is uitgesproken. Wel werd het betonskelet in 2005 alvast tot “Monument Historique” verklaard. Wat mij betreft is dat zoiets als de in aanbouw zijnde Noord-Zuidlijn van de Amsterdamse metro alvast tot nationaal erfgoed te verheffen. Op zijn minst wat twijfelachtig die Franse aanpak. Een wandeling rond deze postume Le Corbusier – die in de volksmond “seau à charbon – kolenkit” wordt genoemd – kost niet veel tijd: de kerk is 25 meter lang en 25 meter breed. De kerk is eigenlijk verrassend klein en bij lange na niet zo speels als die we minder dan 48 uur geleden in Ronchamp bezochten. Ook qua ligging is de tegenstelling groot: de kapel van Ronchamp is hoog op een heuveltop gebouwd, de kerk van Firminy op de bodem van een voormalige openluchtmijn. De Chapelle Notre-Dame-du-Haut van Ronchamp kijkt ietwat hautain neer op de gemeenschap in het dal, de Église Saint-Pierre staat midden in de wijk waar de bewoners vanuit hun hoge flatgebouwen op de kerk neer kunnen kijken. Hoewel ik betwijfel of anderen net zo over deze symboliek hebben nagedacht. Het is geen vierkante bak zoals de Unité d'Habitation en heeft ook niet het strakke van het naastgelegen zwembad of het een paar honderd meter verderop gelegen culturele centrum. Er is gebruik gemaakt van de toepassingsmogelijkheden die het beton biedt om bijvoorbeeld een valse overkapping in de voorgevel te gieten en door de hemelwaterafvoer via een betonnen goot te leiden die als een schilderijlijst om de kap zit. Maar ondanks die enkele gekleurde buitendeur blijft het een grijs gebouw dat er slechts dankzij die paar speelse elementen wat minder flets uitziet.

Dit is het derde bezoek aan een kerk binnen een paar dagen – na Avioth op dag 2 en Ronchamp op dag 3 – en hoewel het zondag is, krijgen we niet bepaald de indruk dat er eerder vandaag fanatiek is gekerkt. Het ziet er te opgeruimd en te steriel uit, net een toonzaal. 't Is bovendien een gebouw dat bij de bezoeker de indruk wekt dat niet alleen de Schepper van hemel en aarde er wordt geëerd of vereerd, maar dat ook de bedenker van het gebouw enig recht op aanbidding kan laten gelden. In de aan Le Corbusier gewijde ruimtes komen alle aspecten van zijn werk aan de orde: architectuur, kunst, design, theoretische beschouwingen. De vijf principes van het dankzij technische vooruitgang ontstane Nieuwe Bouwen (Architecture Nouvelle) worden gepresenteerd met ontwerpen van Le Corbu, alsof hij in zijn eentje de grondlegger zou zijn geweest. En dat terwijl het een synthese was van ontwikkelingen in met name Duitsland (Bauhaus), Nederland (de Stijl) en Frankrijk.

wordt vervolgd