|
ROUTE LE CORBUSIER – 14 (12102014) Dag 6 – Firminy – Maison de la Culture – Stadion / Marseille – Hotel le Corbusier – kamer 836. Het Maison de la Culture et de la Jeunesse, dat ook wel “Espace Corbusier” wordt genoemd - is een mooi voorbeeld van hoe de architect de omstandigheden van het terrein waarop gebouwd moest worden onderdeel van zijn ontwerp maakte. Bij sommige bouwwerken was het egaliseren van het bouwterrein gewoonweg uit den boze en werden de oneffenheden ingepast, zoals bij de vloeren van zowel de kerk in Ronchamp als die in Firminy, die beide met de lichte golving van het terrein meelopen. Het Maison de la Culture is zo'n beetje tegen de steile wand van de hier voorheen gevestigde openluchtmijn geplakt, waardoor het een bijzondere vorm kreeg en zekere beperkingen op de koop toegenomen werden. Het is een langgerekt – 112 meter – en niet al te breed bouwwerk dat ook nog eens taps toeloopt, met als gevolg dat eigenlijk maar één verdieping “normaal” benut kan worden. Hoewel zelfs dat alleen maar opgaat voor de kantoor- en vergaderruimtes. De kleine expositieruimte en de wat grotere theater/sporthal zouden, denk ik, tegenwoordig bij voorbaat als “levensgevaarlijk” van de tafel worden geveegd, laat staan dat een bouwvergunning zou worden afgegeven. Die ene verdieping steekt een stuk uit de voormalige mijnwand en heeft aan de kant van het stadion een gevel met een hoek van ruw geschat een graad of 60. Tegen de binnenkant daarvan zijn in de theater/sporthal de stoelen gemonteerd, die niet alleen nogal oncomfortabel zijn, maar waarvan de hoogste rijen via de steile trap vrijwel onbereikbaar zijn. Dat laatste geldt eveneens voor de trap in de expositieruimte die dient om de inhoud van de hogere vitrines te bekijken. Als je niet fit bent, kun je het wel vergeten en als je niet voorzichtig naar beneden loopt, ga je op je bek. Zowel binnen als buiten weet je gewoon dat dit een ontwerp van Le Corbusier is: op de zijgevel een in het beton gehakt reliëf – nu eens zonder de Modulor, de raampartijen hebben smalle draaibare panelen die kunnen worden geopend om voor ventilatie te zorgen en verticale brises-soleil, het houtwerk is afwisselend rood, geel, blauw of groen is geverfd – het Corbusierpalet – en geeft wat kleur aan dit wederom strak grijze betonnen gebouw. In de handgreep van de toegangsdeur is een sterk verkleinde versie verwerkt van de fameuze open hand - la Main Ouverte - waarvan de originele sculptuur in de Indiase stad Chandigarh staat. De stad waarvoor Le Corbusier het masterplan en veel van de gebouwen ontwierp, inclusief het meubilair voor de overheidsdienaren die er zouden gaan werken. We zwerven wat door openbare ruimtes van het gebouw – het is gebruik als kantoor – en bereiken via een achterdeur één van de buitentrappen. Vanuit de donkere gang naar het licht kijkend, ontwaar je een soort kijkdoos die met achter elkaar liggende lagen beton is gevuld: de overdekte tribune van het stadion, daarachter de kerk en daar weer achter een groot flatgebouw. De gevel aan de stadionkant is vanaf de grond gezien net een lang stuk schuin doorgezaagd beton dat wordt onderbroken door een even lange rij ramen met daarboven nog eens een net zo lange rij vierkante kijkgaten. Een streng gebouw waarin “culture” noch “jeunesse” is te ontdekken, met uitzondering van het blikken model van Le Corbusier's kerk dat vorig jaar werd bekroond tijdens het “Concours Métal Jeunes”......... Dit was de amuse gueule voor vandaag, het hoofdgerecht wordt later in Marseille opgediend, 350 kilometer naar het zuiden. wordt vervolgd |