ROUTE LE CORBUSIER – 14 (12102014)

Dag 6 – Firminy – Maison de la Culture – Stadion / Marseille – Hotel le Corbusier – kamer 836.
Toen we gisteren na het bezoek aan de Église Saint-Pierre weg wilden rijden, klonk er vanuit het ernaast gelegen stadion luide ritmische muziek terwijl er niemand te bekennen was. Boven de wat lullige toegangspoortjes was naast de slordig met PVC-tape gevormde woorden ENTREE PUBLIC een A4tje geplakt waarop ZUMBA ENTREE stond. Tussen de spijlen van het hek door maakte ik wat foto's van het lege stadion en van de langgerekte achtergevel van het Maison de la Culture, dat aan het sportveld grenst. Daarbij leek het net of de hoger op een heuvel gelegen begraafplaats bovenop het dak daarvan ligt. Optisch bedrog. Uit het niets dook er een hip meisje op, die me enigszins high leek. “Wil je niet liever binnen foto's maken? Dan doe ik het hek wel voor je open. Wij weten precies hoe je er hier zonder te betalen naar binnen kan.” Waarom niet? Op de een of ander manier opende ze een poortje, maar binnen was er net zomin iets te beleven. De muziek kwam van een podium in aanbouw ergens in de verte. Zumba? Dat is toch fitness? Kon me nauwelijks voorstellen dat Firminy op die manier de 14e juli ging vieren, maar ja op onze eigen Koninginnedag werd met wc-potten geworpen en koek gehapt. Je weet het dus maar nooit. Na wat te hebben gezocht, vonden we in Montfaucon-en-Velay een hotel dat open was, met als bonus een openluchtrestaurant in de achtertuin. Dat was een tref, want in een eerder dorp was het hotel “op zondag gesloten”! En ach, dat er terwijl wij in de tuin van een goed gekoelde sauvignon-blanc zaten te genieten de naastgelegen akker met een verdelgingsmiddel werd bespoten, mocht eigenlijk geen naam hebben. Waren we deze kant niet opgereden om de nacht in een landelijk gelegen hotel door te brengen?

Het Maison de la Culture et de la Jeunesse, dat ook wel “Espace Corbusier” wordt genoemd - is een mooi voorbeeld van hoe de architect de omstandigheden van het terrein waarop gebouwd moest worden onderdeel van zijn ontwerp maakte. Bij sommige bouwwerken was het egaliseren van het bouwterrein gewoonweg uit den boze en werden de oneffenheden ingepast, zoals bij de vloeren van zowel de kerk in Ronchamp als die in Firminy, die beide met de lichte golving van het terrein meelopen. Het Maison de la Culture is zo'n beetje tegen de steile wand van de hier voorheen gevestigde openluchtmijn geplakt, waardoor het een bijzondere vorm kreeg en zekere beperkingen op de koop toegenomen werden. Het is een langgerekt – 112 meter – en niet al te breed bouwwerk dat ook nog eens taps toeloopt, met als gevolg dat eigenlijk maar één verdieping “normaal” benut kan worden. Hoewel zelfs dat alleen maar opgaat voor de kantoor- en vergaderruimtes. De kleine expositieruimte en de wat grotere theater/sporthal zouden, denk ik, tegenwoordig bij voorbaat als “levensgevaarlijk” van de tafel worden geveegd, laat staan dat een bouwvergunning zou worden afgegeven. Die ene verdieping steekt een stuk uit de voormalige mijnwand en heeft aan de kant van het stadion een gevel met een hoek van ruw geschat een graad of 60. Tegen de binnenkant daarvan zijn in de theater/sporthal de stoelen gemonteerd, die niet alleen nogal oncomfortabel zijn, maar waarvan de hoogste rijen via de steile trap vrijwel onbereikbaar zijn. Dat laatste geldt eveneens voor de trap in de expositieruimte die dient om de inhoud van de hogere vitrines te bekijken. Als je niet fit bent, kun je het wel vergeten en als je niet voorzichtig naar beneden loopt, ga je op je bek.

Zowel binnen als buiten weet je gewoon dat dit een ontwerp van Le Corbusier is: op de zijgevel een in het beton gehakt reliëf – nu eens zonder de Modulor, de raampartijen hebben smalle draaibare panelen die kunnen worden geopend om voor ventilatie te zorgen en verticale brises-soleil, het houtwerk is afwisselend rood, geel, blauw of groen is geverfd – het Corbusierpalet – en geeft wat kleur aan dit wederom strak grijze betonnen gebouw. In de handgreep van de toegangsdeur is een sterk verkleinde versie verwerkt van de fameuze open hand - la Main Ouverte - waarvan de originele sculptuur in de Indiase stad Chandigarh staat. De stad waarvoor Le Corbusier het masterplan en veel van de gebouwen ontwierp, inclusief het meubilair voor de overheidsdienaren die er zouden gaan werken. We zwerven wat door openbare ruimtes van het gebouw – het is gebruik als kantoor – en bereiken via een achterdeur één van de buitentrappen. Vanuit de donkere gang naar het licht kijkend, ontwaar je een soort kijkdoos die met achter elkaar liggende lagen beton is gevuld: de overdekte tribune van het stadion, daarachter de kerk en daar weer achter een groot flatgebouw. De gevel aan de stadionkant is vanaf de grond gezien net een lang stuk schuin doorgezaagd beton dat wordt onderbroken door een even lange rij ramen met daarboven nog eens een net zo lange rij vierkante kijkgaten. Een streng gebouw waarin “culture” noch “jeunesse” is te ontdekken, met uitzondering van het blikken model van Le Corbusier's kerk dat vorig jaar werd bekroond tijdens het “Concours Métal Jeunes”......... Dit was de amuse gueule voor vandaag, het hoofdgerecht wordt later in Marseille opgediend, 350 kilometer naar het zuiden.

wordt vervolgd