ROUTE LE CORBUSIER – 16 (25102014)

Dag 6 – Firminy – Maison de la Culture – Stadion / Marseille – Hotel le Corbusier – kamer 836.
In de verticale stad van Le Corbusier bevindt de hotelreceptie zich aan “la 3me Rue”, de 3de straat. In een alledaags gebouw heet zoiets de derde verdieping of derde etage. Maar ja, dit is geen gewoon gebouw, volgens velen is het de voorloper van alle banlieues van Frankrijk en van vaderlandse wijken zoals de Bijlmer. Eenmaal door de voordeur, gaan we zonder na te denken mee in het Corbusier-jargon. Met de lift naar de 3e straat dus, waar de “receptie” een groot bureau in een hoek van restaurant “Le Ventre de l'Architecte” blijkt te zijn. We mogen vannacht in appartement 836 slapen en krijgen te horen dat we als betalende logees toegang hebben tot alle gemeenschappelijke ruimtes van de door vier muren en een dakterras begrensde stad. Het lijkt erop dat de hoteleigenaren de door hen gekochte appartementen in tweeën hebben gehakt, want volgens de kopie die ik van de originele bouwtekeningen zag, liep iedere woning van de voorgevel tot aan de achtergevel met een passerelle over “de rue”, de donkere brede gang die in het midden van het gebouw loopt. Precies zoals we het vorige week in Briey-en-Forêt zagen. Onze minisuite heeft een hoog Corbusier-gehalte: meubilair, kleuren, een ingelijste overdruk van de Modulorpagina uit La Poème de l'Angle Droit, verticale betonnen brises soleil. En als slagroom op de taart is er een balkon met uitzicht over de Middellandse Zee, over het blauwe water waarin Le Corbu verderop langs de kust, in Roquebrune-Cap-Martin, zijn laatste adem uitblies. Het keukentje kan niet worden gebruikt en het is streng verboden om voedsel te nuttigen, zouden de rookdetectors ook etensgeuren detecteren en zou er dan een alarm afgaan? Die detectors hebben trouwens niet kunnen verhinderen dat in februari 2012 een flinke brand in de Cité uitbrak waarvan de schade nog steeds niet volledig is hersteld.

We kunnen niet wachten om naar het dakterras te gaan, één van de onderdelen van de verticale stad die er voor moesten zorgen dat de noodzaak om het gebouw te verlaten zoveel mogelijk beperkt zou blijven. In de vroege blauwdrukken hadden de appartementen zelfs geen keuken, in plaats daarvan was er een soort “kantine” gepland waar de bewoners werden geacht hun maaltijden gezamenlijk te gaan gebruiken. Een soort commune had het moeten worden, maar dat werd het nooit. Het terras, een verkapte daktuin waar nauwelijks groen is te ontwaren, toont gelijkenis met het bovendek van een oceaanstomer met een dubbele brug. Die brug wordt gevormd door een op een loods lijkend gebouw met een bollend dak en een “opgetild” breed vierkant gebouw met een glazen voorgevel, naast ieder staat een grote betonnen schoorsteen. De boeg is een wat lager gebouwtje met een niet al te dikke pilaar erop waar je met enige fantasie het vlaggenmastje op de boegspriet in zou kunnen zien. Half onder de voorste “brug” ligt een kinderzwembadje, binnen is de maternelle – een kleuterschooltje – ondergebracht. De fitnessruimte in de “loods” ging ter ziele bij gebrek aan klanten en de kosten voor een grote opknapbeurt, hetgeen er echter wel voor zorgde dat het terras in 2012 werd gerestaureerd en nu in de zon ligt te blaken alsof het pas gisteren werd opgeleverd. Dit alles dankzij de Franse ontwerper/entrepreneur Ito Morabito, die de gymzaal kocht om er een galerie voor hedendaagse kunst in te vestigen, plus een café en ruimtes voor bezoekende kunstenaars. “MAMO” heet het nu, MArseille MOdulor, Centre d'art de la Cité Radieuse. Helaas is het tijdens ons bezoek gesloten. Op het terras ervoor staat echter wel een door Xavier Veilhan vervaardigd weinig traditioneel lichtblauw borstbeeld van Le Corbusier.

Op het dak van zijn schepping zit de architect – keurig in het pak, potlood in de hand – gebogen over een imaginaire tekentafel te werken. Een nieuw ontwerp? Een nieuwe theoretische beschouwing over wat hem drijft? 't Is in ieder geval een verrassende én passende hommage, vinden wij. Het bijna twee meter hoge beeld is net hoog genoeg om over de balustrade te kijken en te zien hoe de omgeving er ruim 60 jaar later uitziet. Veel flatgebouwen erbij, het stadion van Olympique de Marseille dat wordt gemoderniseerd. De Middellandse Zee en de omliggende heuvels zien er ongetwijfeld hetzelfde uit, hoewel ik vermoed dat op de hellingen ervan heel wat meer huizen staan dan destijds. Die balustrade schijnt door de hoogte overigens suïcidebestendig te zijn en daar zou bij het ontwerp over zijn nagedacht. Een wat deprimerende gedachte die niet bepaald pleit voor het verwachte woongenot of de mentale stabiliteit van de toekomstige bewoners. Aanvankelijk hoofdzakelijk overheidsdienaren. Het is 6 uur, aan springen komen wij niet toe, zelfs het denken eraan wordt verhinderd door een oudere bewoonster die iedereen luid en duidelijk laat weten dat het terras vanaf nu is gesloten. Hetgeen even later alleen blijkt te gelden voor de dagjesmensen die de Cité bezoeken. Als ze ziet dat wij de sleutels voor het terras en de deuren van het trappenhuis hebben, excuseert ze zich, “Ah, jullie zijn hotelgasten? Dan mogen jullie natuurlijk wél blijven!”

wordt vervolgd