|
ROUTE LE CORBUSIER – 17 (30102014) Dag 7 – Marseille – Hotel le Corbusier – kamer 19/ Niet naar Roquebrune-Cap-Martin. Eileen Gray was het niet eens met Le Corbusier's stelling dat een huis “une machine à habiter” was, zij vond dat een huis als een huid om de bewoners heen moest passen. De witte villa die ze samen met haar minnaar Jean Badovici ontwierp werd “E-1027” gedoopt. Gray was een befaamd (interieur-)ontwerpster, ze ontwierp onder andere de iconische Bibendum stoel, Badovici was architect en architectuurcriticus. De naam van de villa gaf de verbondenheid van de ontwerpers aan: E = Eileen, 10 = de J, de 2 = de B en de 7 = de G, de 10e, de 2e en de 7e letter van het alfabet. Mensen die stukken beter tussen de regels door kunnen lezen dan ik, hebben de code bovendien nog verder uitgediept door te stellen dat de initialen “EG” aan het begin en het einde, de symbolische omhelzing door Eileen Gray van Badovici was. Niet lang nadat het huis in 1929 was opgeleverd, was het echter gedaan met de liefde en vertrok ze. Badovici, vriend en bewonderaar van Le Corbusier, bleef er wonen en inviteerde hem meerdere malen. Le Corbu zou, volgens de achterklap, jaloers zijn geweest op de perfecte modernistische woning die Gray had gecreëerd. Hij noemde het huis neerbuigend een “baraque”, dit was wat hij eigenlijk zelf had willen ontwerpen en bouwen, maar iemand anders was hem voor geweest. Ook nog eens een vrouw zonder enige formele architectuuropleiding! Volkomen ten onrechte is het ontwerp meerdere malen aan Le Corbusier toegeschreven, hetgeen als je de foto's van de villa bekijkt nauwelijks verwondering wekt. De strakke lijnen, het beton, de palen waarop het bijna tegen de rotswand leunende huis deels rust, veel licht, de verticale brises soleil. Het had zo kunnen zijn, maar zo is het dus niet. Om er misschien toch zijn stempel op te drukken, zou Le Corbusier meerdere malen hebben gepoogd om de villa te kopen. Hoewel Eileen Gray er niet woonde, weigerde ze keer op keer het huis van de hand te doen. In augustus 1939 schrijft hij Badovici: “J'ai du plus une furieuse envie de salir des murs, dix compositions sont prêtes, de quoi tout barbouiller”, vrijvertaald: “Ik heb steeds meer een niet te stuiten aandrang om de muren te bevuilen, er zijn al 10 ontwerpen klaar om alles mee te besmeuren.” Was het pure nijd, was het afgunst dat hij in de zomer 1939 – af en toe in zijn blote kont – de spierwitte binnen- en buitenmuren begon te bewerken? Zeker is dat Gray woedend was dat haar schepping op die manier werd verziekt, het door haar gecreëerde evenwicht was verstoord, ze zou het als een verkrachting hebben ervaren. In een beschouwing die ik las, werd Le Corbu ervan beticht zich te hebben gedragen als een hond die overal tegenaan pist om zijn terrein af te bakenen. De lul. Uit frustratie dan maar begin jaren 50 een stuk naastgelegen grond van de restauranteigenaar afpingelen om daar zijn “cabanon” te bouwen en diens restaurant van de nodige muurschilderingen voorzien. Het beeld van de overal pissende hond wordt steeds duidelijker. Bij de buren kon hij naar de villa E-1027 gluren, kon hij in de Middellandse Zee zwemmen van waaruit hij tegen die vermaledijde villa op kon kijken en uiteindelijk zou hij zijn laatste adem uitblazen zwemmend in het water aan de voet ervan. Was het een obsessie? Was het toeval? Toeval, dat bestaat toch niet? Wat er op die 27ste augustus 1965 – zijn sterfdag – door zijn hoofd ging, weet hij alleen. Jammer dat we het nooit te weten zullen komen. wordt vervolgd |