ROUTE LE CORBUSIER – 18 (07112014)

Dag 7 – Marseille – Hotel le Corbusier – kamer 19/ Niet naar Roquebrune-Cap-Martin.
We zijn inmiddels naar de veel kleinere kamer 19 op een lager gelegen verdieping verhuisd, of om in het jargon te blijven: naar een appartement aan een lager gelegen straat. Geen balkon, wel een ietwat door brises soleil belemmerd uitzicht op de Méditerranée, inrichting met hetzelfde hoge Corbusier-gehalte. Het sluit natuurlijk perfect aan bij hetgeen we vandaag dus niet zullen gaan zien: de Cabanon de Vacances, het vakantiehuisje van Le Corbusier en zijn vrouw Yvonne, en de Unités de Camping, een rijtje van vijf zomerhuisjes onder één dak, die hij ontwierp voor de eigenaar van restaurant l'Etoile de Mer. Eveneens allemaal onderkomens die aan de strikte maatvoering van de Modulor voldoen, maar voor de verandering van hout zijn. Na een conflict met Jean Badovici was Le Corbusier na 1949 niet langer welkom in de Villa E-1027, dat was een behoorlijke tegenvaller en omdat hij in de loop der jaren totaal verknocht was geraakt aan dit stukje Côte d'Azur was er een dringende oplossing nodig om de zomers te kunnen blijven doorbrengen op ongeveer dezelfde plek. Nadat was gebleken dat slechts op een klein stukje van het een ruiltje verkregen perceel kon worden gebouwd, ontstond het bijbehorende inventieve ontwerp als vanzelf: ”J'adore ce coin. Et j'ai toujours volu y construire une petite maison. L'idée m'est venu pendant un voyage de quinze jours en paquebot. Ma cabine mesurait trois mètres sur trois, avec le cabinet et la salle de bains, quinze mètres carrès en tout. Pas d'un centimètre perdu! Une petite cellule à l'echelle humaine où pourtant toutes les fonctions étaient prévues. – Ik houd van die plek. Ik heb er altijd al een klein huisje wille bouwen. Het idee is bij mij opgekomen tijdens een 15-daagse reis met een passagiersschip. Mijn hut was drie x drie meter groot, inclusief een kast en de badkamer, alles bij elkaar vijftien vierkante meters. Geen centimeter was niet benut! Een kleine cel op menselijke schaal waar desondanks aan alles was gedacht.” Misschien ontstond het idee wel in 1933 tijdens het befaamde varende Congres voor Moderne Architectuur of al eerder tijdens zijn zeereis van en naar Zuid-Amerika in 1929.

Op foto's ziet het eruit als het soort tuinschuurtje dat je vandaag de dag bij een willekeurige bouwmarkt of tuincentrum kunt aanschaffen. Maar ja, die dingen worden zelden tot nooit tot monument verklaard of met speciaal uitgezocht hout door een bedrijfje op Corsica op bestelling gemaakt. Het vloeroppervlak van de cabanon is – weinig verrassend - iets groter dan zijn hut op de boot: 366x366cm, twee maal de lengte van de Modulor en 226cm hoog, de breedte van de Modulor met gespreide armen. De inrichting, zo is eveneens op foto's te zien, is eenvoudig en lijkt wel wat op die van de appartementen in de Cité Radieuse. De kasten en kastjes en de kleuren vooral. Verder is op luchtfoto's goed te zien dat er op een beperkt stukje rotsachtige kust een unieke oase met architectuurhistorie te bewonderen zou kunnen zijn, ware het niet dat het geld om alles perfect op te knappen ontbreekt. Dat vind ik trouwens een ander opvallend aspect, veel van de gebouwen die we tot nu hebben gezien waren al na relatief korte tijd aan een grote opknapbeurt toe: alle drie de Unités d'Habitation, het Maison de la Jeunesse en het zwembad van Firminy. Hetzelfde geldt overigens ook voor de villa van Eileen Gray, waar slecht uitgevoerde “restauraties”, slecht materiaalgebruik en goedbedoelde doch totaal onnodige toevoegingen “in de geest van de ontwerpster” het er allemaal niet beter op hebben gemaakt. Tot zover wat we niet zijn gaan zien en zoals achteraf is bevestigd ook niet hadden kunnen zien.

Na veel te veel tijd op het dakterras te hebben doorgebracht, is het de hoogste tijd om aan de zwerf te gaan in rond deze Cité Radieuse. Dit is letterlijk “de eerste de beste”, waarbij de eerdere Cités die we hebben gezien in het niet vallen. Daarbij gaat het niet om het mooie lijnenspel van de “pilotis” de schuin geplaatste betonnen “stutten” die het gebouw als het ware laten zweven of de identiek lijkende gevels en ook niet om de in het beton van de voorgevel gehakte signatuur van Le Corbusier met veel Modulor-referenties. In Marseille hoefde er geen sobere versie te worden gebouwd en kon de architect zich nog behoorlijk uitleven. De scheepshut zou dan de basis van de Cabanon de Vacances zijn geweest, het schip zelf had mede geïnspireerd tot de Unite d'Habitation. En hoewel die scheepsschoorstenen op het dak een fraaie esthetische toevoeging zijn, is het in mijn ogen nogal overdreven om een ventilatiesysteem op een dergelijke manier te laten “ademen.” Een functionele vaderlandse schoorsteen zou stukken goedkoper zijn geweest. Niet dat ik daarvoor pleit, maar toch. De “winkelstraat” in een vleugel van de “derde straat” paste destijds dan wel binnen het commune idee, het concept is al lang door de tijd ingehaald, Een te duur restaurant, een boekwinkel, een kinesitherapeut, een patisserie waar ze – erger kan het niet – onder andere Modulors van amandelspijs verkopen. De goed voorziene grote supermarkt waar de huidige bewoners winkelen, we herkennen ondertussen sommige gezichten, is bijna naast de deur.

wordt vervolgd