|
NAAR DE BRON VAN DE MAAS - 4 (19082015) Net buiten de bebouwde kom van Samogneux – 209 kilometer ten noorden van de bron van de Maas – staat een wat verscholen richtingaanwijzer naar Haumont-près-Samogneux. Aan het begin van de slecht onderhouden smalle bosweg, die voornamelijk wordt gebruikt door bosbouwers en jagers, staat een extra bord: “Na 2 kilometer was HAUMONT, dorp vernietigd in 1916. GESTORVEN VOOR FRANKRIJK”. Na die twee kilometer opent het bos zich, heuvelopwaarts verschijnt het verwoeste dorp. Verwoest en onbewoond, maar toch op een bijzondere manier levend. In de verwoeste dorpen dichterbij Verdun en het ossuarium van Douaumont lopen over het algemeen wel wat bezoekers rond, in Haumont heb ik het rijk alleen. Aantal inwoners NUL, maar wel een burgemeester en twee wethouders. Frankrijk is niet voor niets het land met zo'n beetje de meeste bestuurslagen en de meeste gekozen politieke vertegenwoordigers in Europa. Stapeling van functies is eerder de norm dan uitzondering: parlementsleden en zelfs ministers zijn vaak ook burgemeester van een stad of dorp. Het is gebruikelijk dat zelfs gemeenten met minder dan 100 inwoners een deeltijdburgemeester hebben, die volgens de geldende salarisschaal bijna €700 per maand ontvangt. Hetgeen dus eveneens van toepassing is voor de burgemeester van het dode dorp Haumont. Hij heet Gerard Gervaise en heeft met zijn wethouders de taak ervoor te zorgen dat het “dorp” er tot in de puntjes verzorgd bijligt en dat de jaarlijkse oorlogsherdenking plaatsvindt. Het dorp heeft twee bouwwerken: de nieuw gebouwde kapel en de deels verwoeste bunker. In alle percelen staat een piketpaal met een letter die op de kadastrale plattegrond verwijst naar de toenmalige eigenaar. Af en toe staat er een foto van die toenmalige bewoners in hun perceel met een korte omschrijving van wie zij waren en wat hun beroep was. Zo staat naast de bunker een foto van een blanke en een zwarte soldaat, een Senegalees. Hij heeft het duidelijk koud, zijn blik verraadt dat hij zich afvraagt wat ie hier zo ver van huis in vredesnaam heeft te zoeken. Uit eigen ervaring weet ik echter dat zelfs in het postkoloniale tijdperk men zich in voormalige Franse koloniën behoorlijk Frans voelde, iets dat ik in voormalige Britse koloniën nooit als zodanig ervoer. Dus meevechten in de oorlog van het moederland was in deze begrijpelijk. Voor mij althans. Op de oorlogsbegraafplaatsen zijn de gevallen koloniale soldaten makkelijk te herkennen aan de grafsteen: een langwerpige steen die wordt bekroond door wat op de koepel van een moskee lijkt en een Arabische tekst. Nogal afwijkend van het kruis van de Franse soldaten. Wat moet het een inferno zijn geweest toen het op 21 februari 1916 Duitse granaten begon te regenen op het dorp. Het werd tweeënhalf jaar later dan wel heroverd, maar dat was niet meer dan symbolisch, want het bestond niet meer. Totale stilte heerst er, toch wel een mooie manier om de herinnering levend te houden. Ietsje verder naar het noorden, vlak voor Dun-sur-Meuse - op ongeveer 216 kilometer van de bron van de Maas - opnieuw een verwijzing naar een monument: Sépulture de De Mortemart. Het graf van de Franse tweede luitenant vlieger François Marie Joseph Laurent Victurnien de Rochechouart, Markies de Mortemart en Prins van Tonnay-Charente dat in de berm van de Route Départementale D964 ligt. Na een luchtgevecht stortte de Markies op 15 maart 1918 neer, zwaargewond werd hij naar een Duits veldhospitaal in Liny-devant-Dun gebracht alwaar hij een dag later overleed. Daarvoor zou hij de wens hebben geuit om te worden begraven op de plek waar hij was neergestort. Noblesse oblige, de Duitsers vervulden zijn laatste wens. De familie kocht naderhand het terrein aan en richtte er een imposant granieten grafmonument op dat in 1925 werd onthuld. Tot 1932 bezocht de weduwe het ieder jaar, daarna hield de pelgrimage op en raakte de tombe in verval. Na een opknapbeurt door oud-strijders werd die op 11 november 1987 opnieuw geïnaugureerd, om jaren later – zoals ik zelf heb kunnen constateren – opnieuw aan het vervallen te zijn. Vrijwel terug in Stenay toch nog een ander, bijna onvindbaar, oorlogsmonument, diep in het Bos van Mouzay, op 224 kilometer van de bron van de Maas. Het herdenkt de dood van zes verzetsmensen – maquisards – die op zoek naar water op 4 augustus 1944 op deze plek door de Duitsers werden verrast en neergeschoten. Het is al de derde keer dat ik er tevergeefs naar zoek. Gelukkig kom ik een man op een mountainbike tegen die op weg naar huis is, naar het verderop gelegen dorp Quinzy-Landzécourt. Hij wordt mijn loodsmannetje en bedankt mij achteraf: “Ik woon hier al 20 jaar en dankzij jou zie ik eindelijk dit monument”. Het is een grauwgrijze granieten menhir die een stuk van de bosweg afstaat en nauwelijks opvalt tussen de bomen. Tevreden rijd ik terug naar Stenay op dat op bijna 230 kilometer van de bron van de Maas ligt. Geen echte ontdekkingsreis, maar wel veel ontdekt. slot |