|
DE LAATSTE KOGEL - 2 (02092015) Een ex-marinier ontvangt ons in de voormalige Auberge Bougerie, waarin sinds de jaren 50 van de vorige eeuw het kleine museum “la Maison de la Dernière Cartouche – het Huis van de Laatste Kogel” is gevestigd. Hij begint een uitleg in het Frans, te geven. Nadat ik hem zeg dat mijn gezelschapsdame zijn taal niet machtig is en ik even moet vertalen, biedt hij aan in het Engels verder te gaan. Het is goed bedoeld, maar hilarisch slecht. Nu begrijpen we allebei niet waar het over gaat, dus liever maar verder in het Frans. Veel helmen, sjako's, delen van uniformen, sabels, medailles, geweren, trommels van beide kampen, wat overbleef van een kerkklok, drukwerk waarin de bezetting door de Duitsers werd bekend gemaakt. Een uitgebreide toelichting op de overgave “na overleg over de voorwaarden met de Keizer” door de Franse bevelhebber Generaal von Wimpffen. Opvallend zijn de symbolen op de uniformen. Het metalen doodshoofd op de kolbak, het hoofddeksel van een Huzaar uit Brunswijk, “Für König und Vaterland” staat op de metalen strip erboven. Naderhand zou de “totenkopf” van de gelijknamige SS pantserdivisie er sprekend op lijken. Maar ook de koperen Napoleontische adelaar op de Franse helmen en op de kurassen – borstharnas – van de Keizerlijke Garde en de Pruisische adelaar op de piekhelmen van de Pruisen. Naast de kogelgaten in de raamkozijnen en het plafond en de gaten die door granaten werden geslagen, vind ik de patriottische schilderijen die jaren later van de gevechten werden gemaakt het meest intrigerend. “Le curé de Bazeilles”, een doek van Jean-Léon Pallière, toont hoe de bevolking zich onder leiding van pastoor Baudelot tegen de Duitsers verzet. Een tableau vol heldenmoed dat werd geschilderd door iemand die er niet eens bij was geweest. “Dit is natuurlijk nooit gebeurd,” meldt de marinier van dienst droogjes, “er waren helemaal geen burgers betrokken bij de gevechten.” In de tijd dat oorlogsverslaggevers – zo die in 1870 al bestonden – geen foto- of filmcamera bij zich hadden, laat staan dat ze “embedded” waren, stond achteraf de grenzeloze fantasie van de kunstenaar waarschijnlijk gelijk aan een waarheidsgetrouwe weergave van de gebeurtenissen. Van de doeken van Alphonse de Neuville druipt de heroïek en het patriottisme af. Hij was een specialist in het maken van schilderijen waarop fragmenten van krijgshandelingen staan afgebeeld en dankt zijn bekendheid – misschien wel roem – vooral aan zijn “verslaggeving” van de Frans-Duitse oorlog. Terwijl dat over het algemeen door de Fransen tragisch verloren slagen betrof. Kritiek daarop pareerde hij met de woorden: “Je désire raconter nos défaites dans ce qu’elles ont eu d’honorable pour nous....... – Ik wil over onze nederlagen vertellen, nederlagen die eervol waren. Op die manier denk ik de grootste hulde te brengen aan onze soldaten en hun officieren, hen een hart onder de riem steken voor de toekomst. Wat men ook zegt, we zijn zeker niet eerloos ten onder gegaan en ik vind het goed om dat te laten zien!” Dat gaat zonder meer op voor het in 1873 geschilderde “Les Dernières Cartouches” waarop één van de kamers op de eerste verdieping van de auberge in Bazeilles is afgebeeld waar de mariniers zich hadden verschanst. Die kamer is qua inrichting zoveel mogelijk intact gelaten en lijkt daardoor sprekend op de mise-en-scène van het schilderij. Er wordt vanuit de ramen op de vijand geschoten, er liggen wat gewonden op de vloer, misschien wel doden, twee soldaten staan erbij alsof hun kruit al is verschoten. Van hun gezichten is af te lezen dat ze weten het verzet niet zal baten, ze hebben de strijd al opgegeven. Toch vechten hun wapenbroeders tegen beter weten in door totdat de laatste kogel is afgevuurd en er niets anders rest dan zich over te geven. Een volgens het bijschrift onbekende derde – die in de brochure van het museum A. Droxler heet – schilderde het gevecht vanaf de straatkant. Geweervuur uit alle ramen, in de deuropening staat een officier met een sabel in de ene hand en een pistool in de andere. Hij moet levensmoe zijn geweest want om hem heen wordt nog stevig geschoten. In het naastgelegen huis neemt tweede-luitenant Joseph Gallieni deel aan de gevechten, hij zou het naderhand postuum tot Maarschalk schoppen. In Bazeilles werd hij nog krijgsgevangen gemaakt......... Geïnspireerd door het doek van de Neuville realiseerde de filmer Georges Méliès in 1897 een zeer korte film – zwart-wit en stom – die hij “Bombardement d'une maison” noemde. Iets minder dan anderhalve minuut, meer niet. Veel interessanter vind ik echter een vondst in de collectie van het Rijksmuseum met de titel “Franse soldaten in de Auberge Bourgerie te Bazeilles“ op blad 17 uit een schetsboek met 32 bladen. Een schetsboek van George Hendrik Breitner, een schets uit september 1872, een fragment van het schilderij van Alphonse de Neuville. Dat schilderij heeft als datum 1873. Zou de toen 15 jarige Breitner het hebben nagetekend van een houtgravure van het schilderij dat in een Frans geïllustreerd tijdschrift was verschenen? wordt vervolgd |