|
DE LAATSTE KOGEL - 3 (07092015) Het “l'ancre d'or – het gouden anker” van de Troupes de Marine, de Franse mariniers, is alom aanwezig in en rond “la Maison de la Derničre Cartouche”, het museum is met name een eerbetoon aan hun heldhaftige optreden tijdens de oorlog van 1870. De collectie is daar een mooi voorbeeld van, maar wat te denken van het monument op het voorterrein dat in de categorie “afzichtelijk” meedingt naar de hoofdprijs. Op wat oudere foto's staat een hoekig betonnen ding met vier vlaggenmasten, dat nogal lijkt op een erepodium van een sportwedstrijd. In het midden het ancre d'or, daaronder een kleine plaquette: eenvoudig, militair doelmatig, nietszeggend. Totdat iemand op het idee kwam om op de plek waar normaal gesproken de winnaar staat een grote plantenbak neer te zetten. Was het daarbij maar gebleven. Nee dus, behalve de bloemen moesten daar ook nog eens een metalen kraanvogel en een metalen flamingo in worden gezet. “Affreux” is daarom het meest toepasselijke Franse woord dat me te binnen schiet. Aan de overkant, op het Carrefour de la Légion d'Honneur, heeft men zich gelukkig ingehouden. De grote ruwe zandsteen met het straatnaambordje en een eretak siert het kruispunt op een sobere manier. Verderop staat een statige zwarte obelisk, “TOMBES MILITAIRES, Loi du 4 avril 1873” meldt een bordje op het hek. Want toen de oorlog eenmaal voorbij was, kwamen Frankrijk en Duitsland overeen om de graven van de gesneuvelden op hun grondgebied te zullen onderhouden. Veel Franse soldaten gevallen in Elzas-Lotharingen – wat na de oorlog Duits grondgebied was geworden – en veel Duitse soldaten in Frankrijk. Het hekwerk in Bazeilles voldoet overigens perfect aan het in de wet voorgeschreven model. Er rusten 19 mariniers van wie de familie niet wilde dat ze in het massagraf zouden worden begraven. Volgens de ex-marinier van het museum althans. Op loopafstand ligt de begraafplaats van het stadje waar een groot ossuarium werd gebouwd voor de gesneuvelde onbekende soldaten van beide kanten. De bouw duurde langer dan de oorlog: van 1878 tot 1890. De richtingaanwijzer “OSSUAIRE 1870” is niet te missen, vanaf de weg is het aan het verre einde gelegen ietwat pompeuze knekelhuis gemakkelijk te herkennen. Een bord naast het toegangshek verbiedt: “L'ENTREE DU CIMETIERE ET DE L'OSSUAIRE EST ABSOLUMENT INTERDITE AUX CHIENS MEME TENUS EN LAISSE,” maar wie neemt nu zijn hond mee? Een Fransman waarschijnlijk. Om alle twijfel de kop in te drukken staat er op het hek van het ossuarium ook nog eens een schildje met het jaartal 1870. In de grafkelder – gebouwd zoals de caves van een wat ouder huis of een wijnkasteel – liggen ruim 3.000 Franse en Duitse soldaten min of meer broederlijk naast elkaar. Fransen rechts, Duitsers links. Opvallend is dat aan de Franse kant schedels en beenderen in “perkjes” langs de muren liggen en aan de Duitse kant er alleen maar grafmonumenten zijn te zien. Op de grootste staat het jaartal 1870. In de ramen van de Fransen is het gouden anker van de mariniers aangebracht. Elders op de begraafplaats staan de stukken frivoler graven van in de volgende oorlog gesneuvelden waarvan de “erewacht” bestaat uit granaathulzen. En passant ontdekken we de gewoonte om op de graven stenen afscheidsboodschappen te plaatsen. Het lijkt een vrij nieuwe trend te zijn, want alleen graven van meer recente datum staan er vol mee. Om de dag af te ronden rijden we door de Argonne. Al jaren vraag ik me af wat de mini-obelisken van beton met een rood bordje erop in de vorm van een sterk uitvergroot wybertje betekenen Die dingen staan in deze regio namelijk op veel plaatsen langs de weg. Wegwijzers? Iets kadastraals? Misschien wel helemaal niets. Alleen door te stoppen en ze te bekijken kom je daar achter, hoewel dat niet altijd meevalt. Veel staan in de berm langs een doorgaande weg – soms zelfs achter de vangrail – waar stoppen, laat staan parkeren, niet geheel zonder gevaar is. Al doende gaat er een nieuwe wereld open dankzij de kleine plaquettes die er op zijn geschroefd. Daar staat een korte mededeling op over wat er hier tijdens de Eerste Wereldoorlog op een bepaalde dag gebeurde: “COMMUNE DE MOUZY – 700 vrouwen en kinderen bevrijdt door de 5e US Divisie - 9 november 1918.” Ik ontdek een patroon, op alle naalden staat de 5e US Divisie vermeld. Het internet onthult na bijna eindeloos zoeken dat het ”rode wybertje” de Red Diamond is die in hun wapenschild staat. De obelisken zijn de “markers” die de oprukkende Amerikanen achterlieten om de voortgang van hun offensief aan het eind van La Grande Guerre te markeren. Zelfs het einde komen we tegen: “The P.C. of the 10th Brigade, 5th U.S. Division, was in Brandeville at the time of armistice, November 11, 1918.” De dag dat de laatste kogel van de oorlog werd afgevuurd en het gedaan was met het Duitse Keizerrijk. De plots werkloze Kaiser Wilhelm II ging vanuit het Belgische Spa, waar hij toevallig bij de Duitse troepen op bezoek was, naar Nederland, als asielzoeker...... slot |