|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 4 (09092015)
Woensdag 2 september 2015 – Buenos Aires – Santiago de Chile – Valparaíso – Argentinië & Chili
Voor dag en dauw belt de bestelde chauffeur precies op het afgesproken uur aan. Zoals te doen gebruikelijk had ik geheel onnodig twee wekkers gezet, zoals te doen gebruikelijk was ik een paar uur te vroeg wakker. Het is nog pikdonker in Buenos Aires, het verkeer moet nog op gang komen. Minder dan drie kwartier later ben ik ingecheckt, langs de veiligheidscontrole en is mijn paspoort gestempeld. In de lounge zie ik dat de Sambhar, het containerschip waar ik mee terug maar Europa zal varen, zojuist de trossen heeft losgegooid in de Peruaanse havenstad Callao en nu net als ik onderweg is naar Valparaíso. Een rustige vlucht over de Argentijnse pampa's. Cirkelvormige landerijen ergens in de buurt van Mendoza, waar de lange armen van de sproei-installaties in de halfwoestijn de ronde vorm van een akker bepalen. We vliegen vlak over de besneeuwde bergtoppen, ik meen de Aconcagua te herkennen, de hoogste berg van de Cordillera de los Andes. Aan de andere kant van de bergrug heerst in eerste instantie orde. Er is geen sprake van de Latijnse nonchalance die in het buurland heerst totdat de eenzame reiziger zich in de aankomsthal door het leger van op klanten loerende taxichauffeurs moet worstelen. Hoewel ik me heb voorgenomen met de bus naar Valparaíso te zullen gaan, ga ik uit nieuwsgierigheid de discussie aan met een chauffeur. “Waar moet u naartoe?” Als ik “Valparaíso” antwoord, komt hij daar natuurlijk toevallig vandaan. “Hoeveel kost het?” wil ik weten. “70.000 pesos, iets meer dan 100 Dollar.” Ik ga op zoek naar de bus die naar de terminal in Santiago rijdt, een directe verbinding met mijn eindbestemming is er niet.
In de rij voor de bus informeer ik vast hoe er moet worden betaald – bij het instappen aan de “chica” die daar staat – en of de bus naar de terminal gaat. Dat doet ie. Er blijken echter 2 terminals te worden aangedaan: Pajaritos en Alameda. “Ga maar naar Alameda,” adviseert de man die de bagage de bus in sjouwt, “dat is veiliger.” Op die manier zie ik twee keer hoe in de buitenwijken van Santiago de traditionele laagbouw wordt overwoekerd door enorme hoogbouwcomplexen. Sommige oude huizen zijn nog bewoond of er zit nog een restaurant of winkel in, wie het langst blijft zitten zal ook hier wel de hoogste prijs vangen. De rit naar Valparaíso duurt bijna twee uur. De chauffeur houdt zich keurig aan de maximum snelheid, hetgeen is te volgen op een soort monitor voor in de bus. “Deze informatie dient om u op de hoogte te houden van de belangrijkste gegevens van deze bus,” rolt er met enige regelmaat over het scherm. Waarna de naam van de chauffeur, de tijd die hij sinds het vertrek achter het stuur zit en de snelheid worden getoond. Na in het hotel te zijn gearriveerd lees ik in de digitale krant “Wie nu met de bus reist, voelt zich een loser.” Terwijl ik me juist een “winner” voel, want ik heb slechts 4.300 pesos betaald voor de twee ritten met de bus en in Valparaíso nog eens 4,200 pesos voor de taxi van de busterminal naar het hotel, iets meer dan €10. Een bedrag dat nogal schril afsteekt tegen die ruim $100 van de taxichauffeur op de luchthaven. Ook al woon je tientallen jaren heel ver weg, het vaderlandse DNA raak je nooit kwijt...........
Donderdag 3 september 2015 – Valparaíso - Chili
De dag begint met een portie zelfwerkzaamheid. Wanneer en hoe ik kan inschepen op de Sambhar, is niet erg duidelijk. De reiziger moet contact opnemen met de lokale agent van de rederij, hetgeen ik per e-mail heb gedaan, maar de man reageert niet. Het door mij op een ander continent per internet geboekte hotel, blijkt op een uitermate strategische plek te liggen. Op minder dan 200 meter van de poort van de containerhaven, op minder dan 200 meter van het kantoor van Ultramar, de agent van CMA CGM in Valparaíso, en vanuit mijn kamer heb ik bovendien uitzicht op de havenmond! De receptioniste kijkt wat verbaasd als ik naar Rolando vraag “Die werkt hier al lang niet meer....” Collega Camilo heeft zijn taken overgenomen en nadat die – voor mij zichtbaar - tijdens het volgende kwartier zelf informatie heeft ingewonnen, krijg ik te horen dat ik zondag rond het middaguur aan boord kan. Met die geruststellende wetenschap ga ik onderweg naar het Palacio Baburizza op de Cerro Alegre waarin het Museum voor Schone Kunsten van Valparaíso is gevestigd dat bij eerdere bezoeken aan de stad “wegens verbouwing” was gesloten. De ascencor El Peral, de funiculaire waarvan het station naast de ingang van het museum ligt, wordt gerenoveerd. Er zit niets anders op dan de heuvel op te klimmen. Het bijna 100 jaar oude huis werd gebouwd in opdracht van de familie Zanelli, maar heeft zijn naam te danken aan de tweede eigenaar de Kroaat Pascual Baburizza. Beiden immigranten die tijdens de salpeterboomjaren een fortuin vergaarden in de Atacamawoestijn in het noorden van Chili.
wordt vervolgd
|