|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 6 (14092015)
Vrijdag 4 september 2015 – Valparaíso – Chili
Langs het raam van het café waar ik koffie zit te drinken, rijdt een oeroude trolleybus voorbij. 't Is net een wagen voor gevangenentransport uit een klassieke film. De trolleybus is jeugdsentiment. In mijn geboortestad Nijmegen reed de trolley, net zoals in Arnhem waar ik tijdens mijn lagereschooltijd woonde. In mijn herinnering waren de trolleys van 50 jaar geleden stukken moderner dan die van Valparaíso nu. Nadat ons gezin naar Rotterdam was verhuisd, heb ik deze milieuvriendelijke vorm van openbaar vervoer nooit meer gezien. De Nijmeegse trolley is lang geleden opgeheven, Arnhem is tegenwoordig de enige stad in de Benelux waar nog trolleybussen rijden. Onderweg van de busterminal naar mijn hotel, reed ik nog geen twee dagen geleden langs het “Estación de Trole,” het eindpunt. Een beeld dat ik onbewust heb opgeslagen. Omdat het vandaag na een paar mooie dagen opeens weer winters grijs en koud is en omdat er de komende weken aan boord van de Sambhar weinig van lange wandelingen zal komen, ga ik lopend naar de het eindpunt van de “Trole,” zoals het woord is verspaanst. Ik wandel op mijn gevoel langs de voet van de heuvels in de richting van de busterminal en word opnieuw – dit is mijn zesde bezoek in de laatste 10 jaar – geconfronteerd met die enigszins verpauperde stad. Hoewel het er in vergelijking met de vervallen oude havenwijk best redelijk uitziet, straalt het allerminst welvaart uit. Degenen die het voor de wind is gegaan en gaat, wonen aan de overkant van de baai in Viña del Mar. Aan deze kant vormen de Cerro Alegre en de Cerro Concepción een enclave tussen de andere heuvels waar de minder gefortuneerden wonen. Veel zwervers en bedelaars, veel armoedig geklede mensen, veel te dikke en relatief kleine middelbare scholieren in hun weinig flatterende schooluniformen. Ik vermaak me met de soms provocerende graffiti – wat te denken van “VIVA LA MENSTRUACION,” bordjes die wildplassen verbieden en de paspoppen met spijkerbroeken voor vrouwen, die overduidelijk laten zien wat in Zuid-Amerika belangrijk wordt gevonden: een stevige kont!
Eenmaal bij de busterminal, die tegenover het oerlelijke en totaal uit de toon vallende parlementsgebouw ligt, denk ik daar het eindpunt van de trolley zo te kunnen vinden. Niet dus. Hoewel ik de bovenleiding volg, blijkt dat juist deze lijn buiten gebruik is gesteld. Kilometers later zie ik hoe de trolley wél rijdt en keer via een parallel lopende straat op mijn schreden terug. Om tenslotte te ontdekken dat als ik bij de busterminal linksaf was geslagen in plaats van rechtsaf de afstand slechts een paar honderd meter zou zijn geweest. Terug naar het hotel met de trolley is terug in de tijd. Zo'n zoevende bus zonder het geluid van een optrekkende motor klinkt na al die jaren gelijk weer vertrouwd. De bussen van hier zijn een bijeengeraapt zooitje, zowel qua model als qua leeftijd. Die waarin ik reis, heeft een sticker “VORSICHT TÜRFLÜGEL“ op de harmonicadeur: een tweedehandsje uit een Duitstalig land. Ambulante handel stapt in en weer uit zonder iets te verkopen, daarna is het de beurt aan een straatmuzikant om de passagiers bezig te houden, helemaal zoals ik het in Buenos Aires ben gewend. Dat de humor op straat ligt is te zien aan een bordje op de voordeur van een pension, waarvan de tekst zodanig is verminkt zodat het erop lijkt dat men zich zwart laat betalen.
Zaterdag 5 september 2015 – Valparaíso – Chili
Na te zijn opgestaan controleer ik of de ligplaats waar de Sambhar later vandaag moet aanleggen al vrij is. Helaas, het schip uit Singapore ligt nog steeds aan de kade. Het motregent, door de laaghangende bewolking is de overkant van de baai onzichtbaar. Tijdens het weekeinde is het aan de voet van de Cerro Alegre en de Cerro Concepción uitgestorven, zo weet ik van vorige keren. Het hoofdkwartier van de Chileense Marine op de Plaza Sotomayor is met verlof, de banken en kantoren zijn dicht en daardoor ook vrijwel alle cafés. “Emporio la Rosa,“ een traditionele tearoom, is wel open. Er zijn nauwelijks andere koffiedrinkers, er hangt een duffe sfeer. Ik drink mijn café cortado, eet een croissant, maar heb geen zin in tweede kop. Hoewel er voor hen die liever niet klimmen, of dat niet kunnen, gedeelde taxi's aan de voet van de Cerro Concepción staan te wachten en er een paar honderd meter verderop een ascencor is, klim ik in de motregen naar boven. Grote delen van de stad worden bijeen gehouden door dikke retentiemuren, de klimmende straten zijn geplaveid met kasseien, de scheepsballast van weleer. Escaleras en pasajes - steile trappen – helpen voetgangers sneller naar hun bestemming, ze snijden de veel langere “officiële” weg via de omhoog kronkelende straten af. Naast de Lutherse Kerk zijn de treden van de betonnen trap met witte en zwarte verf in een toetsenbord veranderd, het zou nog ludieker zijn geweest als er pianomuziek had geklonken bij iedere stap die je erop zet. Op de weg terug naar het hotel loop ik over de hoog gelegen Paseo Atkinson en de Paseo Gervasoni, die beide een goed uitzicht over de baai bieden. Ik zoek alvast het plekje uit waar ik vanmiddag “mijn schip” de haven kan zien binnen varen.
wordt vervolgd
|