CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 8 (22092015)

Zondag 6 september 2015 – Muelle Prat – Valparaíso – Chili
Aan boord gaan blijkt eenvoudig en ontspannen. Bij de poort van de containerterminal meld ik me aan als passagier van de Sambhar, ik moet mijn paspoort overhandigen om kennelijk ergens in geregistreerd te worden, krijg het terug en wordt doorgewuifd naar de douane. Die komen mijn hand schudden en wensen me een goede vaart. “Als je hier even wacht, breng ik je over 5 minuten naar de Sambhar,” zegt iemand anders. En inderdaad verschijnt er precies 5 minuten later een kleine groene bestelauto met zwaailicht die me bij de valreep van het schip afzet. Terwijl ik me mentaal sta voor te bereiden om de zware koffer die steile hoge trap op te dragen – volgens de ontvangen instructies moet de passagier dat zelf doen – komen er twee opgewekte bemanningsleden de valreep af, pakken mijn koffer en sjouwen die naar boven! In het kantoor op het laagste dek moet ik mijn paspoort en mijn vaccinatieboekje voor de duur van de reis inleveren en mijn passagebiljet en medische verklaring afgeven. In alle andere documenten die ik zou moeten overhandigen, is men niet geïnteresseerd en ik begin er niet over. Met de lift naar het E-deck waar de Superindent Cabin mijn kamer voor de komende weken wordt. Een eenvoudige hut met een badkamer – met douche, wastafel en toilet - een koelkast, een twijfelaar met harde matras en een paar lades eronder, een klerenkast, een bank met tafel, een bureau met stoel en een kleine boekenkast, een lage ladekast met een televisietoestel en een radio erop, tapijtje op de vloer, een raam aan de zijkant van het schip met uitzicht over het water.

De bemanning van de CMA CGM Sambhar – zoals het schip voluit heet – telt 23 koppen: 7 Kroaten en 16 Filipijnen. Allen werken op contractbasis, zelfs Kapitein Milos Radojevic. Geen enkel bemanningslid draagt een uniform, sommigen hebben vrijetijdskleding aan, degenen die een taak op het dek hebben dragen een overall, een helm, veiligheidsbril, werkhandschoenen en werkschoenen. Bij het laden en lossen zijn ze echter niet betrokken, dat is het werk van de werknemers van de terminal. De eerste kennismaking met het schip begint met de lunch in de officiersmess waar ik met mijn medepassagier Yves, een Parijzenaar, een tafel deel. Hij blij dat ik Frans spreek, ik blij dat ik de komende weken Frans met hem kan spreken want zijn Engels – hij spreekt het zo'n beetje als Inspecteur Clouseau in de Pink Pantherfilms – is vrijwel onverstaanbaar. Volgens een strak schema mogen we drie maal daags in de mess aanschuiven: 8 – 9 uur ontbijt, 12 -13 uur warme lunch, 18 – 19 uur diner. Tussentijds staat er koffie en thee klaar. De mess boy heet Arturo, de kok Ramon. De Kroaten en de passagiers eten in de Officiersmess en krijgen Europees eten voorgezet, de Filipijnen eten in de Bemanningsmess en krijgen Filipijns eten. De eerste maaltijd is stevig én smakelijk, de portie is echter veel te groot, dat wordt afzien. Na de lunch klimmen we naar de brug waar tweede officier Marcelino de wacht heeft en ons veel informatie geeft. Vanaf de brug is te zien dat het uitladen nog lang niet klaar is, dus vannacht volgens schema vertrekken is onwaarschijnlijk. Marcelino denkt dat het wel eens dinsdagnacht zou kunnen worden. Het is een tegenvaller dat we tot het vertrek niet van boord mogen omdat er voor de passagiers geen shore pass is. Yves baalt, mij kan het niet al te veel schelen. Het regent, het is koud, ik ben klaar met Valparaíso.

Tussen de buien door volg ik het lossen van de containers. Het is een goed geoliede operatie, hetgeen te danken is aan verregaande standaardisatie die te danken is aan Malcolm McLean, de uitvinder van de zeecontainer. Het is onvoorstelbaar dat het pas 50 jaar geleden is dat in de Rotterdamse haven de eerste containers werden gelost en te weten dat tegenwoordig het grootste deel van de wereldhandel per container wordt vervoerd. Alles is erop afgestemd: de schepen, de terminals, de kranen, de hijsbakken, de trailers van de terminal en voor het wegtransport, enzovoorts. Zodra een schip is afgemeerd, worden de laadarmen van de kranen over de dekken neergelaten. De kraanmachinist, die vlak onder de laadarm in een bewegende glazen kooi zit, stuurt het hijsblok waarvan de vier pinnen naadloos in de hoekblokken op de bovenkant van de container passen. Waarschuwingslichten geven aan of de container al dan niet goed vastzit en kan worden verplaatst naar de trailer die op de kade klaar staat. Na een visuele inspectie op beschadigingen gaat die vervolgens naar een vooraf bepaalde locatie. De terminal is een drukke bijenkorf, alle handelingen vinden aan de lopende band plaats. Zodra de container op de trailer staat, haalt de kraanmachinist de volgende op en stelt de volgende trailer zich op om die in ontvangst te nemen. En dat alles door drie kranen tegelijk, 24 uur per dag totdat het schip leeg is om daarna dezelfde handelingen in omgekeerde volgorde te verrichten om het schip weer te beladen.

wordt vervolgd