|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 14 (17102015) Dinsdag 15 september 2015 – Panamakanaal – Punta Manzanillo – Panama In San Felipe, de oude Spaanse koloniale wijk van Panama Stad, staat vlakbij de Franse ambassade een oud vestingwerk met in het midden een obelisk met bovenop een kraaiende haan. Onder de haan een wapenschild met een schop en een pikhouweel. Op een bronzen plaquette op de sokkel staat: “Het Panamese volk draagt dit monument op AAN DE FRANSE GRAVERS van het CANAL INTEROCEANICO.” Ik was niet op zoek naar dit monument, maar ontdekte het toevallig. Een collega had mij aangeraden om even langs de Franse ambassade te lopen omdat die als “decorstuk” was gebruikt voor de verfilming van het boek “The Tailor of Panama” van John le Carré. Voor zover ik me herinner was het in de film opeens de Amerikaanse Ambassade. Ik wilde sowieso door San Felipe lopen om de architectuur te vergelijken met die van Viejo San Juan in Puerto Rico, waar ik in 2006 voor mijn werk met enige regelmaat een paar dagen naar toe moest. Nog maar net aan de wandelingen begonnen, werd ik aangehouden door twee jonge politieagenten op mountainbikes die in het Engels informeerden of ik een toerist was. Ik bevestigde dat in het Spaans, waarop ze me vertelden dat ik bijna de grens van de wijk had bereikt en dat een paar honderd verder lopen “richting die huizen daar” een stevig risico van beroving inhield. Ik bedankte de heren voor hun welgemeend advies en bleef binnen de verder nergens behoorlijk aangegeven “veiligheidszone.” Een kerk in Spaanse stijl met een oude façade trok mijn aandacht, de ramen van de huizen met de fraaie houten bovenlichten die voor de frisse lucht zorgden voordat plafondventilatoren en airconditioners hun intrede deden. Voorname huizen waarvan alleen de buitenmuren nog overeind stonden, de ruïne van een klooster idem dito met alle heiligenbeelden uit de nissen verwijderd. Gejat? Of naar een ander klooster of kerk verhuisd? Verwaarloosde statige herenhuizen die dienst deden als woonkazernes én het presidentiële paleis waarvan ik bij de gratie van de in burger geklede veiligheidsagenten – mijn rugzak was enigszins verdacht – als zijnde een “Argentijnse broeder” wat foto's van mocht maken. Vanuit zijn paleis kijkt de President over de baai uit naar de nieuwe hoogbouw vol met grote luxe appartementen waar in de drugshandel rijk geworden “zakenlieden” uit het buurland Colombia hun spaargeld zouden hebben belegd. wordt vervolgd |