|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 21 (19112015)
Vrijdag 18 september 2015 – ter hoogte van Baranquilla – Colombia
Vannacht zijn er een paar honderd containers gelost en geladen, het palet tussen de brug en de boeg van het schip is verfrist. Er zijn vooral veel witte koelcontainers (reefers) gelost, tinten rood blijven overheersen, met hier en daar een blauwe of een groene onderbreking. De Sambhar is inmiddels voor iets minder dan de helft beladen, 1.936 TEU. Aan de andere kant van de baai ziet de landtong van Cartagena er oppervlakkig bezien een beetje uit als Miami: veel slanke hoge woontorens op een klein stukje land met uitzicht op zee. Miami is de stad waar veel inwoners van Latijns-Amerika van dromen, waar je met Spaans beter terecht kunt dan met Engels, waar je fantastisch kunt winkelen. Aan het aantal bouwkranen te zien heerst er een grote bouwactiviteit en verbaast me de grote cementfabriek aan de andere kant van de baai allerminst. Als de loods eenmaal van boord is, worden de vlaggen op het bovendek gestreken: de Colombiaanse vlag, de rood-witte vlag dat de loods aan boord is, de rode vlag dat er gevaarlijke stoffen aan boord zijn. De gele vlag die gisteren bij het binnenlopen was gehesen en die “geen zieken of ziektes aan boord” signaleerde, is bij de afvaart niet meer nodig. De Sambhar vaart in een vrijwel rechte lijn in noordwestelijke richting langs de hier wat uitstulpende Colombiaanse kust – ongeveer ter hoogte van Baranquilla – naar de Dominicaanse haven van Caucedo, vlak naast Boca Chica, waar we zondagochtend vroeg zullen arriveren. Onze laatste stop voor de oversteek van de Atlantische Oceaan.
Zaterdag 19 september 2015 – Caribische Zee – tussen Colombia en de Dominicaanse Republiek
De klok is vannacht een uur vooruitgezet, het tijdverschil met NL is teruggebracht tot 6 uur. We varen op 15ºN, 71ºW, 100 mijl ten noorden van het Colombiaanse Península de la Guajira en 120 mijl ten zuiden van het zuidelijkste punt van het eiland Hispañola, dus vrijwel halverwege de Caribische Zee. De zee is onrustig, er staat een stevige bries, ons schip gaat niet echt volle kracht vooruit, maar met slechts 13 knopen. Dat heeft alles te maken met het heilige “schedule” waarin de beschikbaarheid van de loods en de besproken plek aan de kade van de containerterminal de dienst uit maken. Bij mijn middagbezoek aan de brug mag ik Marcelino een handje toesteken bij het plotten van de koers over de Atlantische Oceaan en het aankruisen van het punt bij de ingang van het Kanaal waar het schip vanwege de Europese regelgeving dient over te schakelen op brandstof met een lager zwavelgehalte. Op de kaart van het Caribisch gebied, die er onderuit steekt, staat de aantekening “VOLCANIC ACTIVITY” bij het eiland Grenada. En dan vraagt hij uit het niets of ik weet dat er een paar dagen terug voor de Chileense kust een aardbeving is geweest met als gevolg een tsunami? Hij haalt de telexen tevoorschijn, met het bericht dat de aardbeving een kracht van 8.3 op de schaal van Richter had, met eronder de tsunamiwaarschuwing voor Valparaíso, Antofagasta, Arica en andere kustplaatsen met de verwachte tijd en hoogte van de vloedgolf. Voor Valparaíso is dat rond middernacht op 15 september, de verwachte hoogte is ongeveer 6 voet, 2 meter! Ik weet niet goed of ik blij moet zijn dat we dit hebben gemist of het jammer moet vinden dat we dit niet hebben meegemaakt. Ik ken de tsunami-evacuatieroute in de omgeving van het hotel waar ik logeerde uit mijn hoofd: via de Plaza Sotomayor en de escalera El Peral de Cerro Alegre op, waar je vervolgens een mooi uitzicht over de baai op de koop toe krijgt. Ik moet nog twee weken geduld oefenen om uit te vinden of die tsunami er inderdaad is geweest. Het is voor het eerst sinds ik twee weken geleden aan boord van de Sambhar klom dat ik het internet mis.
Zevende boek uit: Our man in Havana (225 pagina's), geschreven door Graham Greene. Gekocht in 's-Gravenhage in juni 2015, gelezen in september 2015 aan boord van de CMA CGM Sambhar varend op de Caribische Zee tussen Colombia en de Dominicaanse Republiek.
Het is maar goed dat de boeken die mee op reis zijn gegaan in een wat mij betreft logische volgorde dienen te worden gelezen. Aldus was “The Tailor of Panama” eerder aan de beurt dan “Our man in Havana.” Cuba ligt ergens aan bakboord na de breakwater aan de Caribische kant van het Panamakanaal, vandaar. John le Carré heeft het idee van de Panamese kleermaker gewoon gejat, de plot is hetzelfde als die van “Onze man in Havana.” 100%! Dat het verhaal naar Panama Stad is verplaatst en ongeveer 50 jaar later speelt, doet daar niets aan af. Als ik de boeken in omgekeerde volgorde had gelezen, zou ik niets aan dat boek van le Carré hebben gevonden. De film was trouwens stukken beter.......... Ik beveel “Our man in Havana” van harte aan!
wordt vervolgd
|