CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 22 (22112015)

Zondag 20 september 2015 – Caucedo – Dominicaanse Republiek
Net toen de zon opkwam, arriveerden we bij de haven van Caucedo. Die zonsopgang was verwarrend omdat die opeens aan de bakboordzijde was, de kant waar ie de afgelopen twee weken juist was ondergegaan. 't Zal wel met de ligging van de haven te maken hebben en hoe het schip daar moest afmeren, want 's avonds was de zonsondergang aan dezelfde kant. Eenmaal afgemeerd, zijn de formaliteiten wonderbaarlijk snel afgehandeld, Yves en ik betalen ieder US$10 voor het toeristenvisum en kunnen gaan passagieren! Het begint routine te worden: met de shuttle naar de terminalpoort, daar een kopie van de shore pass afgeven en vervolgens vervoer regelen. De terminal ligt in een soort niemandsland, ver bij alles vandaan, terwijl Boca Chica – dat aan de overkant van de baai ligt – met de verrekijker vanaf de brug juist vlakbij leek te zijn. Veel keus is er niet, aan de poort staat maar een enkele auto, de verlepte Japanner van José. Hij zet hoog in, wij laag en worden het na wat loven en bieden eens. José een goede dag, wij het gevoel de prijs een flink stuk naar beneden te hebben gekregen. We willen naar het aan het strand gelegen Hotel Hamaca waarover Milos – de Kapitein – zo is te spreken. José meldt droogjes dat het inderdaad een eerste klas hotel is, maar dat het strand en alle andere faciliteiten alleen voor de hotelgasten zijn bestemd. We “boffen” echter met hem want hij kent een prima strandtent, met ligstoelen, bar, restaurant en wat dies meer zij. Onderweg kunnen we dan in Andres naar de markt en in Boca Chica zijn meer dan genoeg winkels waar Yves souvenirs kan kopen, hij weet de weg. José ontpopt zich als onze gids, onze begeleider, beschermer en tussenpersoon als Yves dingen wil kopen om het eten aan boord wat meer naar zijn smaakpapillen te buigen. “Ik laat hem maar even namens mij onderhandelen, want anders betaal ik de toeristenprijs.” Alsof dat een fortuin zou schelen bij de aankoop van pepertjes, mango's en peperkorrels, maar het dan wel weer gek vinden dat hij niet met dollars kan betalen.

De markt van Andres is een straatmarkt. De handel ligt op een zeil, op het asfalt of op de stoep, een handkar, de open laadbak van een auto of kleine bestelauto. In de huizen en gebouwtjes erachter zijn kleine winkels waarin vlees, vis of kippen worden verkocht, loten aan de man worden gebracht, schoonheidssalons zijn gevestigd en een enkele supermarkt. Het is er druk, het is er warm, het ruikt afwisselend lekker of het stinkt door het groene water in de open riolen. Als ik niet wist waar ik was, zou ik me in Afrika wanen, iedereen om ons heen heeft Afrikaanse voorouders. Veel bromfietstaxi's, helm is verplicht maar wordt niet gedragen, net zomin als de veiligheidsriem in de auto. De politie is daar zeer over te spreken, 't is goed voor officiële en minder officiële boetes. De viswinkel heet “Pescaderia El Poder de Dios” de Macht van God, een wat betere supermarkt aan het eind van de straat “Super surtidora & Almacen Cristo Viene” Jezus Komt, geloof en bijgeloof zijn hier nooit ver weg. Een minimarkt heet “Super Mercadito Las 3 Piñas” de drie ananassen, de loterijkiosk aan de overkant heet heel voornaam “Banca Rodriguez.” Yves denk dat het een bank is, maar dat is in het Spaans een “banco.” Het aanbod dat op straat ligt is wat eenzijdig: mango's, papaja's, ananas, wortelen, tomaten, pepers, aardappelen, uien, knoflook, maniok én natuurlijk de gebruikte kledingstukken die in de landen van overvloed in de kledingcontainer werden gegooid voor het “goede doel.” Een “bend down boutique” werd dat in Nigeria genoemd, omdat je moest bukken om te kijken of er iets van je gading tussen zat. Boxers, sokken, sport- en nette schoenen, tassen, tanga's en oma-onderbroeken, beha's in alle maten en kleuren, t-shirts, overhemden, spijkerbroeken en rokken. Ondanks dat ik weet waar veel van mijn niet langer gewenste kleding eventueel terecht komt, blijf ik het toch maar in de kledingcontainer gooien en niet bij het huisvuil.

Bij de strandtent in Boca Chica staat ene Andres ons op te wachten, hij zal er de rest van de dag voor zorgen dat we aan de waterlijn in de schaduw zitten, te drinken en te eten krijgen. Vanzelfsprekend is Andres een vriend van José. Yves wil schilderijtjes kopen, nou als er hier ergens geen gebrek aan is dan zijn het de en masse geproduceerde schilderijen, veelal van Haïtiaanse hand. Terwijl hij kijkt en onderhandelt, zie ik dat naast de Dominicaanse rum, sigaren, vrolijk gekleurde houten vogels en “antiquiteiten”, de Mamajuana onveranderd populair is. Werd deze “Dominicaanse viagra” voorheen kant en klaar gerijpt in de fles verkocht, nu ontdek ik dat er doe-het-zelf pakjes met stukjes hout en kruiden te koop zijn die je thuis zelf in een fles kunt doen en met rum aanvullen om het met geduld te laten “rijpen” om de magische werking te laten ontluiken. “Drink je het voordat het zover is, dan voel je je waarschijnlijk belazerd,” zo verzekeren “lokale deskundigen” mij. Hoewel ik het nog nooit heb geprobeerd, denk ik dat je sowieso wordt belazerd.

wordt vervolgd