|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 22 (22112015) Zondag 20 september 2015 – Caucedo – Dominicaanse Republiek De markt van Andres is een straatmarkt. De handel ligt op een zeil, op het asfalt of op de stoep, een handkar, de open laadbak van een auto of kleine bestelauto. In de huizen en gebouwtjes erachter zijn kleine winkels waarin vlees, vis of kippen worden verkocht, loten aan de man worden gebracht, schoonheidssalons zijn gevestigd en een enkele supermarkt. Het is er druk, het is er warm, het ruikt afwisselend lekker of het stinkt door het groene water in de open riolen. Als ik niet wist waar ik was, zou ik me in Afrika wanen, iedereen om ons heen heeft Afrikaanse voorouders. Veel bromfietstaxi's, helm is verplicht maar wordt niet gedragen, net zomin als de veiligheidsriem in de auto. De politie is daar zeer over te spreken, 't is goed voor officiële en minder officiële boetes. De viswinkel heet “Pescaderia El Poder de Dios” de Macht van God, een wat betere supermarkt aan het eind van de straat “Super surtidora & Almacen Cristo Viene” Jezus Komt, geloof en bijgeloof zijn hier nooit ver weg. Een minimarkt heet “Super Mercadito Las 3 Piñas” de drie ananassen, de loterijkiosk aan de overkant heet heel voornaam “Banca Rodriguez.” Yves denk dat het een bank is, maar dat is in het Spaans een “banco.” Het aanbod dat op straat ligt is wat eenzijdig: mango's, papaja's, ananas, wortelen, tomaten, pepers, aardappelen, uien, knoflook, maniok én natuurlijk de gebruikte kledingstukken die in de landen van overvloed in de kledingcontainer werden gegooid voor het “goede doel.” Een “bend down boutique” werd dat in Nigeria genoemd, omdat je moest bukken om te kijken of er iets van je gading tussen zat. Boxers, sokken, sport- en nette schoenen, tassen, tanga's en oma-onderbroeken, beha's in alle maten en kleuren, t-shirts, overhemden, spijkerbroeken en rokken. Ondanks dat ik weet waar veel van mijn niet langer gewenste kleding eventueel terecht komt, blijf ik het toch maar in de kledingcontainer gooien en niet bij het huisvuil. Bij de strandtent in Boca Chica staat ene Andres ons op te wachten, hij zal er de rest van de dag voor zorgen dat we aan de waterlijn in de schaduw zitten, te drinken en te eten krijgen. Vanzelfsprekend is Andres een vriend van José. Yves wil schilderijtjes kopen, nou als er hier ergens geen gebrek aan is dan zijn het de en masse geproduceerde schilderijen, veelal van Haïtiaanse hand. Terwijl hij kijkt en onderhandelt, zie ik dat naast de Dominicaanse rum, sigaren, vrolijk gekleurde houten vogels en “antiquiteiten”, de Mamajuana onveranderd populair is. Werd deze “Dominicaanse viagra” voorheen kant en klaar gerijpt in de fles verkocht, nu ontdek ik dat er doe-het-zelf pakjes met stukjes hout en kruiden te koop zijn die je thuis zelf in een fles kunt doen en met rum aanvullen om het met geduld te laten “rijpen” om de magische werking te laten ontluiken. “Drink je het voordat het zover is, dan voel je je waarschijnlijk belazerd,” zo verzekeren “lokale deskundigen” mij. Hoewel ik het nog nooit heb geprobeerd, denk ik dat je sowieso wordt belazerd. wordt vervolgd |