CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 23 (25112015)

Zondag 20 september 2015 – Boca Chica – Dominicaanse Republiek
In de souvenirwinkel is Yves eindeloos aan het onderhandelen over de aankoop van een “echte” precolumbiaanse Taino hoofdsteun in de vorm van een brulaapje. “Support de rêves,” noemt hij het, hulpje bij het dromen, ik ken ze gemaakt van hout. Uit Afrika. Je legt je hoofd of je nek erop als je gaat slapen, zoals wij een hoofdkussen gebruiken. Het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren heeft er honderden afkomstig uit het voormalige Belgisch Congo in de kelder staan. De Taino waren de bewoners van Hispañola, toen Columbus er in december 1492 aan land ging en het eiland namens de Koning van Spanje confisqueerde. Het was het begin van het einde voor hun cultuur. Ik heb verder niets in die winkel te zoeken, ik koop zelden tot nooit souvenirs, wat ik me wil herinneren schrijf ik op of ik fotografeer het. Met José loop ik via een omweg terug naar de strandtent. Onderweg word ik aangesproken door een Jamaicaanse rasta, het uiterlijk en het accent zijn onmiskenbaar. Hij heeft zijn schip gemist en kan niet terug naar huis of ik hem wat geld kan geven om te eten. José neemt geheel overbodig de rol van bodyguard op zich, ik weet echter hoe zo'n varkentje gewassen moet worden. Hoewel Jamaica hemelsbreed niet al te ver weg ligt, weet ik uit de tijd dat ik in de Santo Domingo woonde en werkte dat je moet omvliegen via Miami of Panama City om er te komen.

Het is wel lekker om weer eens onder de palmen en een strak blauwe hemel op een zonnestoel op het strand te liggen, af en toe het heldere blauwe en lauwe water van de Caribische Zee in te kunnen duiken en met een ijskoud biertje in de hand het va et vient op het strand te kunnen observeren. De strandtent waar wij zijn neergestreken heeft helaas geen Bohemia bier dat net iets pittiger is dan de Presidente, het Heineken van de Dominicaanse Republiek. Het is een “déjà vu dag” aan het worden, eerst die markt, nu het strand en het vertrouwde bier. Langs de strandhut die we aan Eleko Beach – zo'n 70 kilometer buiten Lagos – met een aantal collega's deelden, trokken iedere zondag de “traders” voorbij. Zo ook in Boca Chica: meisjes met afwasbakken op het hoofd die zijn gevuld met “yaniqueque” de Dominicaanse tortilla's die er uitzien als platte pannenkoeken, jongens met een grote eierkarton met hardgekookte eieren, mannen met “echte antieke” houtsnijwerkjes, schilderijen, illegale cd's, een afgedankte ijskar met bananen, ananassen en mango's, koffers met sieraden van imitatie goud, flessen Mamajuana en als je “nee, dank je” zegt, wordt er viagra voor je neus gehouden, goed geklede en fraai opgemaakte jongedames die speuren naar mannen met onze huidskleur en van onze leeftijd om samen een aangenaam half uur of zo door te brengen in een goed gekoelde hotelkamer in plaats van de tijd te verdoen in de warmte van het strand. Een parade van mensen met een lichamelijk gebrek die om een bijdrage in hun levensonderhoud komen bedelen, ontbreken uiteraard ook niet, net zomin als de mannen die proberen de strandstoelen te vullen.

Uit de tijd dat ik hier woonde, heb ik wat peso's overgehouden, die ik nu wel eens wil uitgeven. Toen ik voor Yves de door hem gekochte mango's betaalde, werd bits opgemerkt dat dit wel een heel oud biljet was. Terecht, want ik dacht te hebben gezien dat er naast een biljet van 500 peso's – ongeveer €1,50 – inmiddels ook een munt met dezelfde waarde is. Eerst maar eens een gepirateerde CD met Puerto Ricaanse reggaeton van Daddy Yankee kopen. Die heeft de verkoper niet, maar even later is ie terug met een CD met “alle” nummers erop. Na wat loven en bieden betaal ik er 150 peso's voor, US$3, als er niets op staat heb ik pech gehad. Tijdens het tweede glas bier maak ik kennis met een nieuw fenomeen: de ambulante pedicure/masseuse die met een nagelset, plastic wasbak en een handdoek langs het strand trekt. Vanavond om 9 uur vertrekt de Sambhar uit Caucedo voor de oversteek van het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, 10 dagen niets anders dan water tot we bij Hoek van Holland de Nieuwe Waterweg opvaren en de vaste wal weer binnen handbereik – of in deze “voetbereik” – zal zijn. Om een deel van die tijd door te komen had ik het knippen van de nagels als bezigheidstherapie op het programma staan. Mijn weerstandsniveau is echter erg laag als een charmante zwarte vrouw mijn handen of voeten een poosje wil vasthouden. Aldus wordt Santa de eerste vrouw in mijn leven die mijn nagels mag knippen. Als ze klaar is met mijn handen vraagt ze: “Je wilt zeker dat ik ze transparant lak?” Manicuren op het strand van Boca Chica is tot daaraan toe, maar om mijn nagels rood of zwart laten lakken is net een stap te ver.

wordt vervolgd