CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 30 (24122015)

Dinsdag 29 september 2015 – Atlantische Oceaan – ter hoogte van Cornwall – Engeland
Als je de valreep bent opgeklommen en even uithijgt, sta je kort oog in oog met een wand waarop waarschuwings- en verbodsborden hangen. Dat je een helm moet dragen – waar overigens nauwelijks de hand aan wordt gehouden – is logisch, datzelfde geldt voor open vuur en roken. Hoewel de boodschap serieus genomen moet worden, moet ik echter lachen om het bord met het doodshoofd en injectienaalden: “DRUGS AND NOTICE,” het woord dat achter “and” stond, is met witte verf onzichtbaar gemaakt. “Aan boord van dit schip is het gebruik of het in bezit hebben van drugs, alcohol of andere verboden middelen ten strengste verboden. De scheepseigenaar zal de kustwacht, politie of andere autoriteiten haar volledige medewerking verlenen bij de vervolging van hen die aan boord van dit schip onder de invloed zijn van drugs, alcohol of andere verboden middelen of die in hun bezit hebben.” Bij de grote oliemaatschappij waar ik voorheen in dienst was, hadden we daar een heel toepasselijk Engels woord voor “lipservice.” In het openbaar belijden dat je het ten strengste verbiedt, maar dan wel openlijk het gebruik van alcohol door de passagiers aan tafel toestaan, terwijl in de belastingvrije winkel aan boord een beperkt assortiment alcoholische versnaperingen te koop is. Passagiers moeten bovendien vooraf een verklaring tekenen dat ze zich er bewust van zijn dat hun bagage ten allen tijde kan worden doorzocht op de aanwezigheid van verboden middelen. Yves en ik vragen ons trouwens af hoe dat morgen in Rotterdam zal gaan. Tot nu toe vond men ons in geen enkele haven interessant genoeg om de bagage aan te raken of ons te fouilleren, wij hebben echter aangelegd in Peru, Colombia en de Dominicaanse Republiek. Drie landen die een reputatie hebben hoog te houden als het om het smokkelen van met name cocaïne gaat. Nog een nachtje slapen en dan zullen we erachter komen.

Tiende boek uit:Het lied van leven en dood (567 pagina's), geschreven door Marcelo Figueras. Gekocht in Rotterdam in maart 2015, gelezen in september 2015 aan boord van de CMA CGM Sambhar varend op de Atlantische Oceaan voor de kust van Portugal, Spanje en Frankrijk.

Woensdag 30 september 2015 – Rotterdam – Nederland
Rond kwart voor acht komt een koperrode zon op boven de Oosterschelde, de silhouetten van een lange rij windmolens worden zichtbaar. Die staan vast op of net achter de Oosterscheldedam. Molens! Nederlandser kan het niet, wat een welkom thuis. Hoewel ik het jammer vind de witte krijtrotsen van Dover te hebben gemist – het was nacht – en tijdens het passeren van de 0 meridiaan lag te slapen, maakt deze prachtige zonsopgang veel goed. Veel schepen aan bakboord, waaronder een Zeeuwse vissersboot die de netten binnenhaalt. De Sambhar neemt snelheid terug, we worden pas om 12 uur bij het loodsstation voor de Maasvlakte verwacht. Langzaam maar zeker aan alle kanten schepen die richting Rotterdam gaan of voor anker op de loods liggen te wachten. Tegen 10 uur meldt Rey, de derde officier, het schip aan bij Maas Approach – de verkeersregelaar – en krijgt de instructie dat voor de loods de valreep en een 2 meter lange touwladder uit de wind aan stuurboord moeten komen te hangen. Op de zeekaart zie ik dat we eerst door de Eurogeul en daarna door de Maasgeul moeten varen om bij de monding van de Nieuwe Waterweg uit te komen. Rond elf uur Goeree, de Haringvlietdam, Voorne, de vage contouren van Europoort en de Maasvlakte. Booreiland “Stena Don” dat vanochtend naar zee is vertrokken aan bakboord. Even later de Maascentrale en de grote kranen van de Eerste en de Tweede Maasvlakte aan stuurboord, het wachten is op de loods. Om ons heen liggen meer schepen te wachten dan bij de ingang van het Panamakanaal, ik voel dezelfde prettige opwinding als twee weken geleden voor de kust van Panama. De loods komt aan boord, kort daarna is het weer “Full speed ahead!”

Het is een bijzondere ervaring om in Rotterdam te arriveren vanaf de Noordzee, om het nieuwe land vanaf de brug van een groot containerschip vanuit een heel ander perspectief te zien. En wat is die Tweede Maasvlakte eigenlijk klein en wat moet er nog veel gebeuren om die af te bouwen. Het doet er niet toe, vrijwel het hele industrie- en havengebied waar we langs varen bestond niet eens toen ik werd verwekt. Het is super helder weer. Als we langs het havenhoofd bij Hoek van Holland varen, kan je de Zandmotor zien en de Pier van Scheveningen, kort daarna passeren we de Maeslantkering. Lelijke industrie aan stuurboord, lelijke kassen – de fameuze Glazen Stad – en woningbouw aan bakboord, recht vooruit laat de Rotterdamse skyline zich, dankzij de bochten, keer op keer op een andere manier bewonderen. Rotterdam zoals je Rotterdam vrijwel nooit ziet. We varen langs de Shell raffinaderij waar ik ooit werkte en vaar nu eens over de Benelux-tunnel in plaats van er doorheen te rijden. Om precies 10 voor 4 zijn de roeiers klaar met het afmeren van de Sambhar op 51ºN 4ºO in de oudste containerterminal van Rotterdam, mijn gepakte koffer staat al klaar in mijn hut, de cargo cruise zit er op, bijna weer vaste grond onder de voeten.

wordt vervolgd