CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 31 (27122015)

Donderdag 1 oktober 2015 – Rotterdam – Nederland
Gisteravond verliep het afscheid nemen van de Sambhar alles behalve soepel. Nee, geen last met de bemanning of de “authorities” of zo, het was juist de afwezigheid van de mannen en vrouwen die geacht worden de grenzen in de gaten te houden. De agent van de scheepvaartmaatschappij had voor mij een taxi besteld die het haventerrein op mocht en mij bij de valreep zou kunnen oppikken. Om half zes was de afspraak. Met in het achterhoofd dat we in Peru na minder dan een uur aan wal mochten en in de Dominicaanse Republiek na minder dan een halfuur, vond ik dat behoorlijk ruim bemeten. Maar ja, Rotterdam is nu eenmaal een stukken drukkere haven dan Callao of Caucedo. Toen ik tegen half zes aanstalten maakte om te vertrekken, was er een probleem: de paspoortcontroleurs lieten op zich wachten. Er was overleg geweest met de agent, die dacht dat ik wel van boord zou kunnen gaan omdat ik een Nederlands paspoort heb. Als ik zou worden tegengehouden, dan zou ik wel weten wat ik zou moeten doen. Niet echt. Zou er controle aan de poort zijn of zo? De taxi verscheen ruim te laat, de chauffeur was verbaasd dat ik geen Kroaat of Filipijn was, maar een landgenoot. “We moeten wel eerst langs immigratie op de Westblaak,” meldde hij opgewekt. Hij ging terug naar zijn auto, een behulpzaam bemanningslid sjouwde mijn koffer van de schommelende valreep af. Toen die was ingeladen, bleek de chauffeur met “de centrale” te hebben gesproken en hoefden we opeens niet meer langs “immigratie” omdat ik het goede paspoort had! Bij de poort stak de chauffeur zijn pasje in de automaat, de slagboom ging omhoog, we reden de containerterminal uit zonder verder enige vorm van controle. Bizar, echt bizar. Een gemiste kans om een flinke partij drugs Nederland binnen te smokkelen en veel geld te verdienen? Ook al zou ik hebben geweten dat het zo gemakkelijk zou zijn, had ik het natuurlijk niet gedaan. Wat veel leuker was, lees ik in een persbericht van het Havenbedrijf van Rotterdam: de Sambhar was het allerlaatste containerschip dat in de ECT Home Terminal had afgemeerd voor de sluiting en de verplaatsing ervan naar de Maasvlakte.

Na bijna vier weken met beperkte bewegingsvrijheid krijg ik gelijk kramp in mijn kuiten als ik bij de op niet meer dan 500 meter gelegen supermarkt boodschappen ga doen. Zeebenen? Het bewegen aan boord was beperkt tot het op en af lopen van trappen en een paar keer naar de voorplecht lopen, een afstand van 200 meter. Desondanks ben ik zowaar twee kilo afgevallen. Terug in de bewoonde wereld wordt het altijd aanwezige lawaai van de machinekamer vervangen door het altijd aanwezige lawaai van het stadse verkeer. Hoewel ik het geen dag heb gemist, is er opeens weer internet, zijn er kranten en beursberichten en kun je je vrienden weer opbellen en mailen en word je geconfronteerd met allerlei alledaags gedoe dat zo lekker ver weg was. Ik was helemaal afgekickt en ondanks mijn tegenzin slaat de communicatieverslaving ongemerkt weer keihard toe.

Wat me nog te binnen schoot – Buenos Aires – Argentinië
Zoals het een goede Fransman van zijn generatie betaamt, rookt Yves als een schoorsteen. In Peru, op de overdekte markt van de havenstad Callao, moet ik voor hem van het Frans naar het Spaans en omgekeerd tolken om een middeltje te kopen om zijn in een beroete schoorsteen veranderde luchtpijp enigszins op te schonen. Natuurlijk zijn er verantwoorde biologische druppels te koop die als een schoorsteenveger werken, ik had niet anders verwacht. We onderhandelen de prijs 20% naar beneden, probeer dat maar eens in een vaderlandse apotheek waar je juist extra moet betalen voor het beantwoorden van die vraag. Want dat is toch “adviseren” en kost dus geld.

Onderweg van Callao naar het Panamakanaal passeren we het Peruaanse eiland Lobos de Tierra, dat 19 kilometer uit de kust ligt. Ooit was het zeer beroemd vanwege de “guano” die er in de 19e eeuw werden aangetroffen. Het was Alexander von Humboldt, de naamgever van de Humboldtstroom, die onderkende dat de nitraat houdende vogelpoep handig was voor de fabricage van kruit. Pas in het midden van de 19e eeuw zou guano als meststof gaan worden toegepast en toen werd er tot een dynamische niets ontziende kapitalistische ontginning overgegaan. Hetgeen natuurlijk al spoedig tot uitputting leidde, want ja honderden jaren opgestapelde vogelpoep kan nu eenmaal niet in een paar jaar worden vervangen. Duurzame energie, dat wel, maar de aalscholvers en vleermuizen aldaar konden er in ieder geval niet tegenop poepen. Chilisalpeter was de reddende engel, nou ja dat was eigenlijk aanleiding tot een oorlog tussen Chili, Peru en Bolivia, maar in Groningen was het de aanleiding tot veel grotere landbouwopbrengsten en het ontstaan van de strokartonindustrie. Hoe is het spreekwoord ook al weer? De een z'n dood is de ander z'n brood!

slot volgt