|
NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL (22032016) Opeens kreeg ik geweldig veel zin om naar Nicaragua te gaan en langs de geplande route van het nog aan te leggen Nicaraguakanaal te reizen. Een kanaal waar al bijna 500 jaar over wordt gepraat en dat misschien eindelijk wel eens werkelijkheid zou kunnen worden. Mijn nieuwsgierigheid werd extra geprikkeld door de journalist Jonathan Watts die voor zijn krant de route had verkend en daar uitgebreid verslag over deed. Na dat te hebben gelezen, wilde ik het met eigen ogen gaan zien en niet door de ogen van iemand anders. Te gaan zien hoe het er langs dat tracé nu nog uitziet om er dan misschien over een jaar of tien – nadat het kanaal in gebruik is genomen – nog eens naar toe te gaan om te kijken welke veranderingen het allemaal teweeg heeft gebracht. Wat voor invloed het heeft op de economie en de werkgelegenheid en hoe de natuur de gigantische ingreep heeft overleefd. Als het doorgaat tenminste. Gemakzuchtig als ik kan zijn, nam ik contact op met paar reisorganisaties die op maat gemaakte reizen aanbieden. Dat viel echter goed tegen. Het standaardantwoord luidde: “we nemen contact op met onze agent in Nicaragua.” Zoals was te verwachten, regelt die agent reizen langs de gebaande paden. Hetgeen betekent dat zolang je in Nicaragua op reis wilt aan de kant van de Stille Oceaan waar het toerisme redelijk is ontwikkeld er niets aan de hand is, maar de Caribische oostkust blijkt min of meer terra incognita. Eng zelfs, geloof ik. “Wij hebben het voorstel ingediend bij onze lokale agent en hebben inmiddels terugkoppeling van hen ontvangen. Zij geven aan dat ze het afraden om het tracé van het Nicaraguakanaal te bereizen en voeren dit ook niet uit. Reden hiervoor is dat het in dit gebied onrustig is met demonstraties en veel politieke gevoeligheden,” luidde de reactie van het reisbureau dat volgens de NRC hét bureau is “voor de beste persoonlijke service en reizen op maat waarheen u wilt.” Niet dus. De krant die anderen zo graag de maat neemt als het om correcte weergave van de feiten gaat, zou de hand eens in eigen boezem moeten steken. Toen ik de moed bijna begon te verliezen, maakte ik kennis met Freddy. Een Nicaraguaanse reisexpert die zich behoorlijk inspande om mijn wensen om te zetten in een echte reis. In de tijd toen bijna niemand in Nederland een televisietoestel had en beelden – vaker het testbeeld dan iets anders – uitsluitend via een antenne op het dak waren te ontvangen, waren radiohoorspelen erg populair. Ik herinner me de detectiveserie “Paul Vlaanderen” en de spionageserie “Het kan niet altijd kaviaar zijn.” Die laatste was een bewerking van het gelijknamige boek van Johannes Mario Simmel. Omdat de hoofdpersoon beter kon nadenken als hij kookte, werd er tijdens iedere aflevering een maaltijd bereid waarvan het recept aan het einde van de uitzending werd voorgelezen. En dan waren er de komedies. “Biels&Co” bijvoorbeeld. In het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw werden er om de andere week op zondagmorgen in Theater Pepijn in Den Haag twee afleveringen opgenomen. Met publiek en dus geen lach of applaus uit een machine. Het enige wat je moest doen om er bij te mogen zijn, was op tijd kaarten aan te vragen bij de AVRO en dat lukte vrijwel altijd. Vroeg van huis, onderweg vaak twee schoonzusjes oppikken en dan naar Den Haag. Een dik uur heen en een dik uur terug en tussendoor ruim twee uur plezier. Vier acteurs op het podium aan een lange tafel, in de hoofdrol Ko van Dijk die de enigszins louche aannemer August Biels speelde. “Het hout dat voor de kozijnen was gebruikt, was zo jong dat het in het voorjaar uitliep en door de bewoners moest worden gesnoeid,” is een van de zinnen die ik nooit zal vergeten. Wij woonden nog niet zo lang in ons eerste nieuwbouw koophuis en zagen het helemaal voor ons. De andere komedie waar ik met plezier naar luisterde en die ik me als “Onze man in Managua” herinnerde, was geschreven Alexander Pola. Managua, de hoofdstad van Nicaragua! Fout! Het was “Onze man in Mañaña.” Ik denk niet dat het veel uitmaakt: het hilarische hoorspel speelde zich af in een chaotische bananenrepubliek waar om de haverklap een staatsgreep werd gepleegd of een revolutie uitbrak, dan wel op een andere manier dingen verschrikkelijk misgingen. De Nederlandse ambassadeur – “onze man” – liep daar wat wereldvreemd doorheen, zoals ik naderhand in sommige buitenlanden soortgelijke “onze mannen” van dichtbij meemaakte. Tja, al die herinneringen kwamen terug toen ik met het idee speelde om die reis langs het nog onzichtbare Nicaraguakanaal te gaan maken en al doende het continent over te steken. Zo'n oversteek heeft iets magisch, vind ik. Van de Atlantische Oceaan naar de Stille Oceaan of omgekeerd en dan het liefst op plekken waar het niet al te breed is, zodat je er niet eindeloos over doet. Het tracé van het Nicaraguakanaal is ongeveer 300 kilometer lang, een relatief makkie. Op papier tenminste. wordt vervolgd |