|
NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 2 (25032016) Zondag 28 februari 2016 – Buenos Aires – Panama Stad – Managua Tijdens de overstap van bijna vier uur ga ik in de belastingvrije winkels op zoek naar een tablet. Een surrogaat voor de laptop die ik zeer bewust, maar ook met een beetje tegenzin, in Buenos Aires heb achtergelaten omdat ik geen zin had om drie weken lang met dat ding in mijn rugzak rond te moeten sjouwen. Ter voorbereiding heb ik de webwinkel van de Mediamarkt bezocht – ik ben inderdaad niet gek – en heb daar vijf modellen in vijf verschillende prijsklassen geselecteerd. In Panama is daarvan bij alle winkels die ik binnenloop maar eentje van te koop: de Samsung A9.7 die maar liefst tot 50% duurder is dan in Nederland! Verder is er niet veel keus, twee of drie modellen Samsung of Apple. Eerst maar wat drinken in de lounge en de kranten lezen en daarna rustig bedenken of er nu echt haast bij is of dat het apparaat kan wachten tot ik over een paar maanden naar Nederland ga. Voor het instappen doe ik een laatste poging. Allemaal van het zelfde laken een pak en als ik naar de functionaliteit en de opties informeer, komt men niet verder dan dat er een dubbele camera in zit en dat ze er goed uitzien... Niet goed genoeg om mij over de streep te trekken. De vlucht naar Managua duurt een uur en een kwartier. Mijn hoop en mijn stoelkeuze hielden er rekening mee dat we noordwaarts langs de kust van de Stille Oceaan zouden vliegen. Van eerdere vluchten naar Guatemala en Californië weet ik dat je dan nogal wat vulkanen te zien krijgt. De vluchtroute gaat echter over de Caribische Zee en het vliegtuig zit al snel boven een dicht wolkendek. Nog net voordat het helemaal dicht trekt, denk ik het Gatúnmeer te zien waar wat containerschepen varen en daarna ziet het er tot vlak voor de landing boven de wolken uit als een enorme ijsvlakte. Op het eerste gezicht is Nicaragua kurkdroog: bruin, nauwelijks groen, net een savanne. We vliegen over het grote Nicaraguameer en het iets minder grote Managuameer en over wat opvallend blauwe kratermeertjes, maar geen enkele vulkaan. Aeropuerto Augusto C. Sandino, de nationale luchthaven, ligt er verlaten bij. Aan het eind van de landingsbaan staat nogal wat schroot geparkeerd, het havengebouw heeft niet meer dan vijf of zes slurven, De gemiddelde West-Europese regionale luchthaven ziet er stukken beter uit. Het valt gelijk op dat er veel meer personeel is dan dat er passagiers zijn, ze hebben derhalve weinig om handen en kosten waarschijnlijk ook niet al te veel. Ze zitten ontspannen met elkaar te kletsen totdat er misschien wat gedaan moet worden. De chauffeur die mij zo komen afhalen, laat verstek gaan. Een vriendelijke collega van een andere hotelketen roept hem op, 10 minuten later ga ik onderweg naar hotel Camino Real. In de middenberm staan op regelmatige afstand grote gele eendimensionale bomen van metaal met krullende takken, doch zonder bladeren. Vanuit het vliegtuig zag ik die dingen ook al maar wist toen nog niet wat het was, het is een totaal overbodige decoratie omdat er “uit zichzelf” zat hoge palmbomen groeien. Enigszins tot mijn opluchting ben ik bij de hotelreceptie bekend, maar de beloofde envelop met de laatste versie van mijn reisprogramma en de vouchers die ik nodig ga hebben, ligt er niet. Nu is de rest van de dag bedoeld om bij te komen van de vlucht, maar morgen wil ik echt op pad! Freddy, de Nicaraguaan die mij bij het voorbereiden van de reis heeft bijgestaan en alles ter plaatse heeft geregeld, is vandaag niet in Managua. Ik reken er helemaal op dat als ik morgen vroeg sta te trappelen van ongeduld, er een auto zal staan te wachten om mij op te pikken. In stressen heb ik absoluut geen zin, dus ga aan de rand van het zwembad zitten om schaamteloos te genieten van de luxe die het hotel de gasten biedt. wordt vervolgd |