NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 7 (18042016)

Dinsdag 1 maart 2016 – Managua – León
Het gekke beeldje van de Poolse Paus is, volgens het bordje ernaast, bedoeld om “toekomstige generaties eraan te herinneren dat Zijne Heiligheid Johannes Paulus II hier op 4 maart 1983 kwam bidden voor vrede in Nicaragua.......” Niet dat het hielp, want de contrarevolutie zou nog zeven jaar doorgaan. We klimmen de torentrappen op, moeten boven de schoenen uittrekken en mogen daarna pas het dak op. Het is een onwerkelijke ervaring omdat het er helemaal niet meer op een kerk lijkt, het dak is alles behalve plat of schuin zoals de daken van de Europese kathedralen uit diezelfde tijd. En daar bovenop komt dan nog eens het effect van het felle zonlicht op de spierwit geschilderde dakbedekking. Het zou een Arabisch paleis ergens midden in een woestijn kunnen zijn, een gedachte die opkomt omdat in de tijd dat het godshuis werd gebouwd de Moren nog niet al te lang van het Iberisch Schiereiland waren verdreven. Het bestaat uit bollen die mij vaag aan bubbeltjesplastic doen denken, dat officieel “noppenfolie” schijnt te heten. Op de bollen meer naar de buitenmuren staat een lange rij kleine ronde huisjes met een koepeldak, die zijn bedoeld om de gelovigen beneden van enig daglicht te voorzien. Verder zijn er de nodige andere kerken te zien, soms maar een paar straten verderop. Al die kerken waren door tunnels met elkaar verbonden, tunnels die wegens instortingsgevaar niet meer kunnen worden gebruikt of bezocht. En vanaf het dak is goed te zien dat de oude koloniale huizen rond een ruime patio waren gebouwd.

Achter de kathedraal ligt de Mercado, de overdekte markt. Rommelig, schemerig, geurig, lawaaierig, veelkleurig, druk. Bij het kleine buffet na de ingang vraagt Dani of ik een flesje water wil, ik wil weten of er nog andere koude dranken worden verkocht. Het antwoord luidt “cacao.” “Chocomel dus,” denk ik met enige nostalgie en bestel het. Er wordt geen flesje uit de koelkast gehaald, maar de blender wordt in stelling gebracht: er wordt zowaar verse koude chocolademelk voor me gemaakt! Het smaakt lekker, al drinkend schiet me opeens te binnen dat koude chocomel met een flinke scheut rum lang geleden een “Lumumba” heette. Vernoemd naar Patrice Lumumba, de eerste premier van het voormalige Belgisch Congo. Drankjes van cacao en met mais blijken hier populair te zijn, er liggen schalen vol met plastic zakjes die het als basisgrondstof hebben. Vooral die zakjes chicha met de kleur van gekookte rode bietjes vallen op. Bij de groentenstalletjes is de kleur van de vloeistof in de plastic zakjes mosterdgeel en bruin, dat zou hier bij het koken worden gebruikt in plaats van Maggiblokjes. Aardewerk, vlechtwerk, grote lappen vlees die in de vrije ruimte over een stang hangen. Hygiëne? Wat is dat? Als we langs de kraampjes met vis lopen zegt Dani, wat mij betreft zonder enige aanleiding: “Oei, dat is streng verboden!” Het enige dat ik zie zijn vissen - León ligt op minder dan 20 kilometer van de Stille Oceaan - schelpdieren en zakken met eitjes, verder niets. “Zie je dan niet dat het de eieren van zeeschildpadden zijn?” Dat was inderdaad niet bij mij opgekomen, het legseizoen is toch veel later in het jaar? Niemand maakt enig bezwaar als ik wat foto's van de eieren maak, ook raar. Een week later zal de reactie in Bluefields heel anders zijn. We lopen terug naar het reisbureau via het Parque Central waar tot mijn verrassing “raspados” wordt verkocht, schaafijs. Uit dezelfde eenvoudige houten karretjes als in Paramaribo en op de Rotterdamse Kruiskade, ze zijn alleen lang niet zo mooi gedecoreerd.

Na de toch wel erg korte stadswandeling word ik afgezet bij Hotel El Convento, een voormalig Franciscaner klooster, waar men mij niet verwacht. Het in 1639 gestichte complex ziet er stijlvol uit en het is er rustig. De kamers liggen om een grote patio waar vroeger de broeders liepen te brevieren, voor de hotelgasten is er een mooie tuin aangelegd. Ik heb eerlijk gezegd weinig zin om te verkassen, dit is precies het type hotel waarvoor ik denk te hebben betaald. De receptioniste belt met Minerva van de Nicaragua-expert, die zegt dat het eigenlijk niet kan omdat er elders in de stad een kamer is gereserveerd, waarop ik zeg geen zin te hebben om te verkassen en zij vast en zeker alle excuses kent om die reservering ongedaan te maken. Bovendien had ik van te voren al geïnformeerd of er kamers beschikbaar waren en of er over de prijs viel te praten. Ja en ja. Men biedt mij een glas lekkers aan om het wachten te bekorten. Het hotel ziet er echt heel mooi uit, desnoods betaal ik bij. Maar dat is niet nodig, Minerva belt terug: de andere kamer is geannuleerd, ik kan in het klooster blijven en een paar dagen celibatair leven in een daarvoor zeer gepaste omgeving.

wordt vervolgd