NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 8 (22042016)

Dinsdag 1 maart 2016 – León
Het Museo de la Revolución is alles behalve een traditioneel museum. Het is gevestigd in een totaal verlopen gebouw in het centrum van León én het heeft een collectie die absoluut niets voorstelt. Het museumpersoneel bestaat voor 100% uit oud-strijders van het Frente Sandinista, de inkomsten worden gebruikt om armlastige en zieke veteranen bij te staan. Na het betalen van de entree moet ik mijn naam en land van herkomst in een register schrijven, voor zover ik kan zien zijn alle bezoekers van gisteren en vandaag tot nu toe buitenlanders. Iedere bezoeker krijgt een begeleider toegewezen en dankzij diens verhaal komt het museum tot leven. De mijne heet Benito, een kwieke man met een officiersstokje onder de arm geklemd. Bij de “kassa” zonder bonnetje of entreebewijs zie ik dat op muur van de binnenplaats een groot portret van Che Guevara is geschilderd, met in de marge veel kleinere “pasfoto's” van andere Latijns-Amerikaanse revolutionairen waaronder Zapata, Sandino en Martí. In de rechter benedenhoek is een plekje ingeruimd voor de drie oprichters van het FSLN: Carlos Fonseca, Tomás Borge en Silvio Mayorga. Daniel Ortega, nog steeds naar buiten toe het gezicht van de revolutie, is nergens te bekennen. “Hij kwam pas later in beeld,” zegt Benito droogjes en in één adem legt hij uit waarom Che groter is afgebeeld dan de andere revolutionairen “tijdens onze training werd ons voorgehouden dat we zoals Che moesten zijn. Ons op te moeten offeren en bereid te zijn om voor de revolutie te sterven.” Dat is de tweede keer vandaag dat ik dat hoor. Terwijl hij het vertelt, schieten me de woorden van Fidel Castro te binnen:“Si queremos saber como deseamos que sean nuestros hijos, debemos decir con todo el corazón de vehementes revolucionaros, ¡que sean como el Che! - Dat ze zoals Che mogen zijn!” Min of meer diezelfde woorden sprak Fidel op de trappen van de Facultad de Derecho, de Rechtenfaculteit, op een kille herfstavond in mei 2003 tijdens een bezoek aan Buenos Aires. Een gebeurtenis die ik niet licht zal vergeten. En sindsdien heb ik op een bedevaart zonder einde in Rosario voor het huis gestaan waar Che werd geboren en het huis in Alta Gracia bezocht waar zijn ouders vervolgens naartoe verhuisden en dwaalde door de Chileense stad Temuco die hij aandeed tijdens zijn fameuze reis op de motor door Zuid-Amerika.

Benito gaat met zijn aanwijsstok, iedere begeleider heeft er net zo eentje zie ik nu, langs de “Sandinomuur” waarop diens leven in vogelvlucht wordt toegelicht. Op de andere muren hangen foto's van de revolutionaire activiteiten in León, foto's die zijn gemaakt door de “internationale pers” zo benadrukt hij. Met andere woorden: er is geen twijfel mogelijk dat de beelden de werkelijkheid weergeven alsof fotoshop toen al bestond. Op een andere muur zijn de vlaggen van bevriende bevrijdingsbewegingen bevestigd: Catalonië, Baskenland, Venezuela en zo. We klimmen via de imposante trap naar de eerste verdieping, nog een fotozaal met aan het einde “de bevrijding van León, de gevangen kameraden die worden bevrijd uit Cárcel la XXI – Gevangenis # 21, hun bewakers – leden van de beruchte Guardia Nacional – worden op hun beurt gevangen genomen. “Wat is er men hen gebeurd?” wil ik weten. “De volgende dag allemaal gefusilleerd.” Als hij het vraagteken op mijn gezicht ziet, voegt hij eraan toe “zij hadden zoveel van onze mensen zonder vorm van proces doodgeschoten, nu was het hun beurt!” “Oog om oog?” vraag ik ten overvloede. “Oog om oog,” bevestigt hij. Nog een laatste trap op, de trap naar het dak. Het wordt een onverwacht hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk. Vanuit een deuropening kijken we neer op een dak van golfplaat dat er op het eerste gezicht niet al te solide uitziet. Benito stapt er zonder enige aarzeling op, ik volg hem dus maar zonder te aarzelen. Een paar golfplaten liggen open geslagen, waardoor de betonnen vloer die er ongeveer een meter onder ligt is te zien met daarop een stevig metalen draagconstructie voor de golfplaten. Als door het dak heen zou zakken, val je nooit dieper dan een meter of zo. “Nadat we dit gebouw hadden veroverd, moesten we het dak versterken om het als uitkijkpost te kunnen gebruiken.“ In het gebouw was tot dan toe het hoofdpostkantoor van de stad gevestigd en het werd na de “verovering” het hoofdkwartier van de Sandinisten. Vanaf het dak had men bijna oogcontact met de militairen die in de toren van de basiliek een observatiepost hadden, kon het iets verderop gelegen commandocentrum van de Guardia Nacional, de GN, de gevreesde vijand – in de gaten worden gehouden en hadden ze zicht op een een ondergrondse gevangenis in de heuvels en het martelcentrum Cárcel la XXI. We maken wat foto's met de vuist in de lucht, eens revolutionair, altijd revolutionair. Hoewel....... naast de ingang van het museum zit een rijtje oudere veteranen op de stoep die heel weinig revolutionair elan meer uitstralen.

wordt vervolgd