|
NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 9 (25042016)
Dinsdag 1 maart 2016 – León
Nog een museum te gaan vanmiddag, het Museo de Leyendas y Tradiciones, dat is gewijd aan de legendes, mythen en tradities van de streek. Tot mijn verbazing staat er een verroeste tank op een ereplaats naast de ingang, die hoort er voor mijn gevoel niet thuis. Fout, helemaal fout. Die tank is een oorlogstrofee van de FSNL, hier in León buitgemaakt op de Guardia Nacional. In het museum hangt een foto van het ding waarop met witte letters “FSLN” is geschilderd om de medestanders vooral te laten weten dat het niet langer wapentuig van de tegenstander was ....... Het museum is gehuisvest in wat voorheen het beruchte Cárcel la XXI was, waar gevangen genomen revolutionairen werden opgesloten en gemarteld en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid werden vermoord. Naar ik mag hopen is dat geen Nicaraguaanse legende of traditie. Hoewel, als je over de geschiedenis van het land leest, was er sinds de onafhankelijkheid in 1821 altijd wel een revolutie of burgeroorlog aan de gang. Zo doende wandel ik vrijwillig – zij het onder lichte dwang van mijn nieuwsgierigheid – door de gevangenispoort en begint een toch wel wat bizarre ervaring. Op de voorgevel van het gebouw zijn met eenvoudige penseelstreken de martelpraktijken die binnen plaatsvonden in beeld gebracht, rechts de “Pilas de Torturas” de betonnen bassins die dienden voor de waterboarding. Eerst maar een wandeling over de buitenmuur, waar de bewakers destijds de boel in de gaten hielden. Je kunt bijna naar binnen kijken in het oude hoofdkwartier van de Guardia Nacional, dat na de revolutie een cultureel centrum werd. De bleekblauw geschilderde buitenmuren en het silhouet van Sandino op het dak zorgen er in ieder geval voor dat het niet gemakkelijk gemist kan worden. In wat eens cellen en martelkamers waren, worden nu legendes en mythes verbeeldt door middel van papier-maché poppen en verklarende teksten. Op de muren wederom tekeningen van hoe de ruimtes werd gebruikt tijdens de revolutionaire jaren: als cel, als martelruimte, als verhoorkamer. Na alles te hebben gezien, vind ik de geschiedenis van wat er zich tijdens de burgeroorlog heeft afgespeeld vele malen interessanter dan de legende van de vrouw met de enorme tiet of die van de priester zonder hoofd..........
Woendag 2 maart 2016 – León – León Viejo – León
Net als ik in de kleine expositieruimte van León Viejo wat gravures van Theodor de Bry sta te bekijken, klinkt er een enorme knal. Alsof een zwaar kanon wordt afgeschoten. Dani, mijn begeleider, herkent het onmiddellijk als een explosie van de vulkaan Momotombo. We gaan gelijk naar buiten en zien een groeiende rookpluim boven de bomen uitkomen. We lopen snel door het rulle vulkaanzand naar het hoogste punt in de omgeving, daar waar de Spanjaarden in 1524 begonnen met de bouw van de hoofdstad van hun Provincie Nicaragua. Van het fort dat daar ooit stond, is alleen de wat in de grond weggezakte fundering nog te zien. Totaal onbelangrijk vandaag, van belang is dat je er een vrij uitzicht hebt op het Xolotlánmeer én een perfect gezicht op de vulkaan die rookt als een schoorsteen. De rookpluim groeit en klimt, de wind staat onze kant op. Het is een soort herinnering dat het een grote eruptie van de vulkaan was die een einde maakte aan de stad die hier voorheen stond. De rookpluim verbreedt zich en veroorzaakt een lichte zonsverduistering, je ruikt de zwavel die in de lucht hangt. “Zo dadelijk gaat het zand regenen,” zegt iemand. Die wolk is dus donkergrijs omdat hij is gevuld met zwart vulkaanzand. Scherpe prikjes voel ik als de zandkorreltjes beginnen te vallen, ze blijven op de klamme huid van mijn armen en mijn hoofd kleven. De ontploffing duurde heel erg kort, de rookwolk verwaait, de zandregen stopt, een half uur later is het net of er niets is gebeurd.
Het treurige is dat deze gebeurtenis achteraf het hoogtepunt van het bezoek aan dit Werelderfgoed is. Een kwalificatie waarvoor León Viejo in mijn ogen helemaal niet voor in aanmerking komt. Wat wel de moeite waard is staat in de expositieruimtes in een paar vitrines, het zijn de archeologische vondsten van hooguit dertig precolumbiaanse objecten. Daarvan vind ik de uit vulkaangesteente gehakte “Tapaliqui” het interessantste. Beeldjes die een krijger verbeelden die heeft gezegevierd in de strijd of zeer moedig heeft gevochten en daarom deze eretitel verwierf. Ze zijn herkenbaar aan de het vrijwel geschoren hoofd waar alleen een toefje haar als een soort kroontje werd gespaard, een omgekeerde tonsuur als het ware. Wat mij tegen de borst stuit is het verhaal van de Amerikaanse diplomaat en amateurarcheoloog Ephraim Squier die, terwijl hij halverwege de 19e eeuw onderzoek deed naar de mogelijke route voor de aanleg van een spoorverbinding of een kanaal tussen de Stille en de Atlantische Oceaan, op het eiland Zapatera vijf grote basalten beelden van tussen de 110 en 225 centimeter hoog vond. Die eigende hij zich als “vindersloon” toe en stuurde ze naar het Smithsonian Institute in Washington met de suggestie dat ze de nucleus zouden kunnen vormen van een nog op te richten “Nationaal Archeologisch Museum.” In de Verenigde Staten dus. “Onze geschiedenis is overal te zien, behalve in ons eigen land,” klaagt de gids.
wordt vervolgd
|