NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 10 (29042016)

Woendag 2 maart 2016 – León – León Viejo – León
Wat over is van León Viejo werd toevallig in 1967 herontdekt door medewerkers van de Universiteit van León die tijdens een bezoek een kind zagen spelen met een baksteen die uit de koloniale tijd afkomstig leek te zijn. Hoe kwam dat kind aan die steen? Uit de tuin van het huis waar hij woonde, waar meer van die stenen lagen en er zelfs een buitenoven mee was gebouwd. Het mythische verhaal dat de stad in het Xolotlánmeer zou zijn verdwenen, werd daardoor verwezen naar waar het thuishoorde: in fabeltjesland. Tijdens de opgravingen die volgden, werd een koloniaal stratenplan blootgelegd met centraal de Plaza Mayor en de resten van een grote kerk. Daar werden in de kelder onder het altaar de graven gevonden van Francisco Hernández de Córdoba, de stichter van de stad, en van degene op wiens bevel hij werd onthoofd: zijn naaste medewerker Pedro Arias Dávila. En men vond uiteraard de resten van de nodige huizen waarvan de indeling nog zichtbaar was. Dat het fort, of de versterking die zo werd genoemd, nooit eerder werd ontdekt is wat mij betreft een raadsel, want het was het hoogste punt van het dorp Puerto Momotombo dat naderhand in de buurt van León Viejo ontstond. Door orkanen, aardbevingen en ander natuurgeweld bleef er steeds minder van de blootgelegde resten over en ging men op een behoorlijk brute manier “conserveren.” Het resultaat is verbijsterend, in mijn ogen althans: de lage muurtjes zijn met nieuwe stenen ingevuld en/of opnieuw gevoegd, de bovenkanten zijn afgesmeerd met een dikke laag cement zodat de regen verder geen kwaad kan doen. De UNESCO heeft vast en zeker nooit een inspectie ter plaatse uitgevoerd, maar op basis van het voorgelegde dossier het predicaat “Patrimonio de la Humanidad” toegekend. Om te redden wat er nog te redden viel, Werelderfgoed van likmevesje vind ik het. Op de terugweg stoppen we langs de weg bij een populair eettentje waar een quesillo moet worden gegeten. Een regionale lekkernij die bestaat uit een tortilla met wat kaas en ui, oprollen, in een plastic zakje doen en daar vervolgens wat zure room bij scheppen, knoop erin, klaar. De kunst is dan om het zakje aan tafel open te maken en het pannenkoekje zo naar boven te duwen dat je er een hap van kunt nemen en tegelijk wat room in je mond krijgt. Een kleffe bedoening voor een niet geoefende quesillo-eter zoals ik en om nou te zeggen dat het erg smakelijk was, zou wat overdreven zijn.

Het aan Rubén Darío gewijde museum is vlakbij het hotel, maar wat is het er allejezus druk. Niet met volwassenen, maar met busladingen uitgelaten scholieren. Of al die pubers nu echt geïnteresseerd zijn in de poëzie van señor Darío of de voorname rol die hij speelde in de Spaans-Amerikaanse literaire beweging aan het einde van de 19e eeuw, meen ik te mogen betwijfelen. Dan zou er serene rust hebben geheerst of tenminste aandachtige of geveinsde belangstelling voor het tentoongestelde. Dat verwachtte ik althans......... Er zit niets anders op dan het later nog eens te proberen. Als alternatief ga ik een klein monument en een grote muurschildering bekijken, beide ter nagedachtenis aan een gebeurtenis die plaatsvond op 23 juli 1959. Een vreedzaam studentenprotest tegen het “Masacre del Chaparral” dat eerder die maand in Honduras had plaatsgevonden. Daarbij liep een – naar men zegt door Che Guevara getrainde – groep revolutionairen die onderweg was naar Nicaragua om tegen het Somoza-regime te gaan strijden, in een hinderlaag van het Hondurese leger. Ondanks dat de handen ter overgave in de lucht waren gestoken, werd het vuur geopend en sneuvelden 19 revolutionairen in de dop. Carlos Fonseca, één van de oprichters van het FSLN zou zwaar gewond raken. Het vreedzame studentenprotest werd door de autoriteiten niet als zodanig beschouwd, de Guardia Nacional werd erop afgestuurd, er werd met scherp geschoten waardoor 4 studenten het leven lieten. Een “pasfoto” van ieder van de vier – met als achtergrond de rood-zwarte vlag van het Frente Sandinista – zijn op het monument aangebracht. Een brutaal staaltje van toe-eigening van de geschiedenis, want het FSLN werd pas twee jaar later opgericht. De muurschildering heeft het karakter van een primitief schilderij, een bijna fotografische weergave van de gebeurtenissen. De straat met het gebouw van de universiteit – herkenbaar aan het torentje – en de winkel op de hoek – herkenbaar aan het opvallende ventilatierooster boven de ingang – de Guardias met geheven geweer of met de kolf dreigend naar een student, studenten deels in paniek op de vlucht voor de niets ontziende militaire ingrijpen, deels protesterend met geheven vuisten, de vier neergeschoten studenten liggen op het plaveisel. Het geeft een aangrijpend beeld van hoe er tijdens de dictatuur met protest werd omgegaan, net zoals gisteren op de muren van Cárcel la XXI was te zien. Tijd voor een groot glas tapbier dat in León heel mooi “cerveza de sifón” heet en niet ordinair “chopp” zoals in Buenos Aires, een glas ambachtelijk bier voor de prijs van een half minimum dagloon. Daarover weiger ik vandaag echter na te denken.

wordt vervolgd