NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 12 (08052016)

Donderdag 3 maart 2016 – León – Matagalpa
Na het stadje Sébaco begint het koffie te regenen. Want dat doet het volgens de Dominicaanse zanger Juan Luis Guerra die dat opgewekt bezong in “Ojala que llueva café” oftwel “Laten we hopen dat het koffie gaat regenen.” Nooit geweten dat Nicaragua een van de grotere koffieproducenten is, nou ja groot: 2% van de wereldproductie. Langs beide kanten van de weg liggen op lappen plastic en betonnen vloeren koffiebonen te drogen en zijn arbeiders voor het minimumloon van 5 dollar per dag in de volle zon bezig om die met houten harken te keren. De al met gedroogde bonen gevulde jute zakken liggen ernaast te wachten op de opkopers. Iedere keer als er een truck met container voorbij komt, meldt Raúl “weer een container met koffiebonen die onderweg is naar de haven van Corinto!” Hij schijnt ook verstand van de bonen te hebben. Als ik klaar ben met het schieten van de foto's van vrouwen die donker gekleurde koffiebonen aan het harken zijn, observeert hij dat het de laagste kwaliteit is, bestemd voor poederkoffie en geeft vervolgens college. Koffiebessen, waarin de bonen zitten, worden al naar gelang de rijpheid geplukt. Dat gebeurt in drie á vier gangen, omdat niet alle bessen aan een struik op hetzelfde moment rijp zijn. “De derde pluk levert de beste bonen op,” zegt hij met een dusdanige stelligheid dat ik er niet aan durf te twijfelen. Weet ik veel wat er allemaal gebeurt voordat ik mijn kant en klare vacuüm verpakte koffie bij AH uit het schap haal........ Hetzelfde beeld herhaalt zich kilometer, na kilometer, na kilometer tot we Matagalpa binnen rijden achter een bus met op de achterkant een Bijbeltekst. Psalm 27 vers 1 om precies te zijn: “God, is mijn licht, mijn heil, voor wien zou ik vrezen? De Heer, is mijn levens veste, voor wien zou ik vervaard zijn?” Althans volgens de Bijbel die ik meekreeg bij het verlaten van de lagere school, al lang niet meer de meest actuele vertaling.

Na aankomst in Matagalpa word ik afgezet bij het kantoor van Matagalpa Tours, waar ik kennis maak met Minerva én, tot mijn verrassing, met Freddy de Nicaragua-expert. Waarom weet ik eigenlijk niet, maar ik leefde tot nu toe in de veronderstelling dat hij in Managua kantoor hield. Uiteraard speelt mijn Nederlandse DNA op en moet ik eerst mijn hart luchten over al hetgeen de eerste dagen in Nicaragua niet goed is verlopen. Het spijt ze, maar echt onder de indruk zijn ze geloof ik niet, hetgeen de rest van de reis zal blijken. Ik krijg een zakje koffiebonen mee, maar omdat ik normaliter niet met een koffiemolen en/of koffiezetapparaat op reis ga, is dat een wat nutteloos gebaar. Totdat, totdat ik tegen het einde van reis ontdekt hoe duur een pak Nicaraguaanse koffie in Nicaragua kost: goud geld! Ongelooflijk hoe duur het is, eigenlijk heb ik een zakje goudkorrels gekregen......

In het Museo del Café, het Koffiemuseum, dat is gevestigd in een winkelstraat in het centrum van Matagalpa, wordt verteld hoe de koffieteelt in de streek begon dankzij het Duitse echtpaar Luis Elster en Katharina Braun. Gelukszoekers die in 1852 samen met hun tweejarig zoontje via Nicaragua onderweg waren naar Californië, waar toentertijd de fameuze “Goldrush” in volle gang was. Zij waren per schip gearriveerd aan de Caribische kust en reisden vervolgens grotendeels over water – via de San Juanrivier en het Nicaraguameer – naar San Juan del Sur aan de Stille Oceaan met de bedoeling om vandaar door te varen naar Californië. Een aardig detail is dat ze grotendeels langs de voorheen geprojecteerde route van het Nicaraguakanaal reisden, maar dat terzijde. Wachtend op vervoer naar hun eindbestemming spraken ze met mensen die de omstandigheden in Californië goed kenden en hen ten sterkste ontraadden om er met zo'n jong kind naar toe te trekken. Wat nu, want ze wilden ook niet met lege handen terug naar Duitsland. Was er in Nicaragua wellicht goud te vinden? En zo kwamen ze in San Ramón terecht, ruim 10 kilometer ten noordwesten van Matagalpa. Van het goud dat Luis vond konden ze nauwelijks rondkomen, Katharina plantte van de kust meegebrachte koffiestruiken aan. Een gouden greep, want de koffieaanplant gedijde stukken beter op de hoge heuvels van Matagalpa dan op de laagvlakte rond Managua. Een nieuwe agro-industrie was geboren. Wat ruim anderhalve eeuw geleden ontstond ga ik morgen uitgebreid van nabij bekijken.

Ik word meegesleept naar de kleurrijke stedelijk begraafplaats en moet vooral het ernaast gelegen Cementerio de Extranjeros – de begraafplaats voor buitenlanders – bekijken. Met uitzondering van de grafsteen van de Schot Oswald Raitt die zelfs in de 2e Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog heeft gevochten, is het verloren tijd. 't Lijkt het meest op een ernstig verwaarloosde tuin. Het lot van de niet katholieken, want hun dodenakker ligt er behoorlijk stralend bij. Het gaat daar heuvelopwaarts, hoe hoger je graf ligt, hoe armer je was. Kennelijk gaat hier niet op dat zelfs in de katholieke Bijbel staat dat iedereen gelijk in de ogen van God.......

wordt vervolgd