NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 13 (13052016)

Donderdag 3 maart 2016 – Matagalpa
Het Castillo del Cacao, het Chocoladekasteel, is vanmiddag niet open, als alternatief word ik meegetroond naar El Calvário – de Knekelberg. Dit is de Spaanse benaming van Golgotha, waar volgens de overlevering Jezus werd gekruisigd. Onderweg rijden we langs huizen met hand geschilderde of geschreven aankondigingen van wat er binnen wordt verkocht of gemaakt. Mooi vind ik “HAY POSICLE” oftewel er zijn popsicles te koop, waterijsjes. En dan dat fraaie pictogram dat de deur van het TALLER DE SILLAS DE RUEDAS siert, een rolstoelenfabriek. Zo hip dat je er haast in een zou willen zitten. Stukken hipper in ieder geval dan rollators of kostbare scootmobielen die in landen met veel te veel geld en voorspoed de norm zijn. Eenmaal op het topje van de lokale Knekelberg is er natuurlijk geen kruis te bekennen, zelfs geen kruisbeeld, slechts een blik op de stad in de diepte. Na de afdaling en na een kop koffie in een van de weinige koffiebars die er zijn, laat staan coffeeshops, vallen mij op de weg terug naar het hotel de spandoeken met revolutionaire leuzen op die dwars over de straat zijn gespannen: “IN MATAGALPA SCHIJNT SANDINO ALS DE ZON OP ONZE TRIOMFEN” en “MET SANDINO EN DANIEL MEER WERK EN VREDE.” Voor mijn gevoel hetzelfde soort fictie die op de etiketten van wijnflessen de kwaliteit van de inhoud ophemelt en waar ik evenmin in geloof. En dan die overdaad aan beelden van de revolutionaire helden, de zwart-rode revolutionaire kleuren en in Matagalpa vooral de eerbewijzen aan stadgenoten Tomás Borge Martínez en Comandante Carlos Fonseca Amador – naar hem is zelfs een politiebureau genoemd –, de onontkoombare Rubén Darío en het alom aanwezige silhouet van Augusto César Sandino. Aldus leeft de revolutie voort.

Vrijdag 4 maart 2016 – Matagalpa – El Chile – Matagalpa
Vrijwel naast het Hotel San Jorge, waar ik logeer, staat het huis waar Comandante Carlos Fonseca Amador – één van de oprichters en ideologische voormannen van het Frente Sandinista de Liberación Nacional – opgroeide. Net als gistermiddag zitten de luiken en de voordeur potdicht. Het in het huis gevestigde museum, dat aan zijn leven is gewijd, is afhankelijk van vrijwilligers. Oud-strijders uiteraard. Dan eerst maar naar El Castillo del Cacao, de chocoladefabriek die zo'n 10 jaar geleden werd opgezet door de Nederlandse antropoloog en chocoladefanaat Harm van Oudenhoven. Hij kwam als medewerker van de SNV – Stichting Nederlandse Vrijwilligers – naar Nicaragua om de lokale bevolking bij te staan in hun ontwikkeling en vertrok naar zijn volgende standplaats als eigenaar van een finca en een chocoladefabriekje.... Na dit te hebben vernomen, vroeg deze cynicus zich af “Voor wiens ontwikkeling betaalde de Nederlandse belastingbetaler eigenlijk?” Als ik zijn cv goed heb begrepen, herhaalde hij dit concept, maar dan met koffie, vervolgens in Sri Lanka. Bij mijn voormalige werkgever zou er sprake zijn geweest van ongewenste belangenverstrengeling en zou men mij vriendelijk doch dringend hebben verzocht op te krassen. De kleine collectie in het huiskamermuseum is voor Nederlandse bezoekers van mijn generatie een nostalgische ontmoeting met hun jongere jaren. Tientallen verpakkingen – wikkels, pakken, blikken en blikjes – van chocoladehagelslag, chocoladevlokken, chocoladerepen en chocoladeletters. Van Houten, Droste, Venz, de Ruijter tot en met AH zijn vertegenwoordigd. Maar er staan natuurlijk ook cacaovruchten, cacaobonen, een beeldje van de traditionele god van de chocolade of de cacao, een maalsteen met stenen roller – zeg maar een horizontale vijzel – om de gebrande cacaobonen van hun omhulsel te ontdoen. Na dat al te hebben bewonderd, klimmen we naar de heuveltop, naar het “kasteel,” naar de fabriek om te zien hoe chocolade wordt gemaakt. Helaas zijn de twee werkneemsters er vandaag niet omdat er bij gebrek aan orders niet hoeft te worden geproduceerd. Zodoende leer ik niets bij in het minimalistische fabriekje waar repen worden gemaakt die voor de gemiddeld Nicaraguaan onbetaalbaar zijn. Dat laatste ontdek ik aan het eind van de dag in de “duurdere” plaatselijke supermarkt.

Na deze toch wel wat teleurstellende episode, kijk ik vol verwachting uit naar het bezoek aan het “taller de tejedoras.” Het atelier van de weefsters die op een min of meer traditionele manier katoenen stoffen weven, dat “Telares Indígenas Nicaragua,” heet “inheems weefgetouwen.” Maar “inheems” is Latijns-Amerika nu eenmaal de gebruikelijke, in mijn oren altijd wat denigrerend klinkende, aanduiding van de oorspronkelijke bewoners. Ik heb iets met ambachtelijk geweven stoffen sinds ik daar in het laatste decennium van de vorige eeuw kennis mee maakte in het noorden van Nigeria. Daar zaten de mannen in de schaduw van de bomen stroken van 15 tot 20 centimeter breed te weven op eenvoudige smalband weefgetouwen, terwijl de vrouwen in de volle zon de akkers bewerkten of potten bakten. In Nicaragua, waar het machismo de boventoon voert, is men daar verbaasd over, hier is het weven vrouwenwerk en werken de mannen op het land.

wordt vervolgd