NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 15 (22052016)

Zaterdag 5 maart 2016 – Matagalpa – La Corona
Het heeft vannacht kort geregend, de lucht is grijs, er staat een fris briesje. Lekker. Op de hoek van het parkje voor de kerk wissel ik geld bij de “coyote,” de informele geldwisselaar die makkelijk is te herkennen aan het pak bankbiljetten dat hij in zijn rechterhand heeft. Vanuit de auto informeer ik naar de koers, hij wil weten hoeveel dollars ik wil wisselen. De calculator wordt tevoorschijn getoverd, de tegenwaarde in Córdobas wordt uitgerekend, het geld wordt overhandigd. Hij de dollars, ik de Córdobas, klaar is kees. Ik had natuurlijk met mijn bankkaart of creditcard geld uit de automaat bij de bank aan de overkant kunnen pinnen, maar op deze manier was het een stuk minder gecompliceerd, een stuk goedkoper en ook nog eens leuk om te doen. La Corona, de eindbestemming van vandaag, is niet meer dan een kilometer of 40 rijden. Zoals alle dagen tot nu toe is het programma niet al te zwaar: bezoek aan een koffieplantage, lunch en daarna naar de familie waar ik ga overnachten. De streek barst van de koffieboerderijen die tegen de heuvels op lijken te klimmen. Volgens zeggen, houdt de koffiestruik niet van al te fel licht en gedijt het beste tussen de 800 en 1.300 meter boven de zeespiegel. Om de struiken uit de zon te houden, is er van alles omheen geplant dat schaduw biedt. Erg veel bananenbomen, die ook nog eens vruchten opleveren en waarvan de dode bladeren de bodem van voedingsstoffen voorzien of, als de koffieboer toevallig vee houdt, voer voor de koeien. Op de grotere finca's is de aanplant strakker georganiseerd dan bij de kleinere producenten: lange rechte rijen zoals ik die ken van wijngaarden. Wat beide gemeen hebben is dat er voornamelijk Arabica koffie wordt geteeld waarmee in deze regio een veel hogere opbrengst wordt behaald dan met de Robusta variant. Veel kleine gemeenschappen langs de onverharde weg, veel mensen die te voet onderweg zijn, in bijna ieder dorp is er naast de alom aanwezige katholieke kerk een aantal eenvoudige evangelische kerkjes. Ik waan me op het Afrikaanse platteland.

Op de koffieplantage “El Guayabo” wordt voordat de rondleiding begint eerst kennis gemaakt en uiteraard koffie gedronken. Aurora, één van de vijf dochters van de eigenaar, zal mij het familiebezit laten zien. El Guayabo is een familiebedrijf dat organische koffie produceert, met trots wordt op de betreffende certificaten gewezen die er toe hebben bijgedragen dat de Tsjechische koffieketen Mamacoffee de helft van de volgende oogst heeft gekocht. We klimmen heuvelopwaarts, voor mij zien alle koffiestruiken er hetzelfde uit, Aurora helpt me uit de droom. De plantage heeft vier soorten Arabica struiken, het verschil zie je aan het blad, de bloeiwijze en de hoogte. De gemiddelde koffiestruik kan voor het eerst na drie jaar worden geplukt en is vervolgens 5 tot 7 jaar productief. Men is continu bezig met de nieuwe aanplant die ze zelf kweken. Eenvoudigweg door bonen te zaaien in plaats van ze te verkopen. Heuvel op, heuvel af. Nu en dan komen we plantage-arbeiders en/of hun familieleden tegen die op hun vrije dag boodschappen hebben gedaan en met een zware last op de schouders of op het hoofd de heuvels opklimmen. Ik zou niet graag met ze ruilen. Veel geld verdienen ze trouwens niet: 120 Córdobas per dag, 4 dollar! “Maar we geven ze soms rijst en frijoles (bonen) of suiker en ander voedsel.” In het oogstseizoen worden de plukkers per emmer geplukte bessen betaald. 40 Córdobas per emmer. Ze plukken er gemiddeld 5 á 6 per dag. Het plukken van de koffiebessen gaat geleidelijk omdat ze niet allemaal tegelijk rijp zijn. De 3e en de 4e pluk leveren de beste kwaliteit koffie op, tenminste op deze plantage. De slechtste kwaliteit wordt verwerkt tot poederkoffie. De rondleiding eindigt bij de “Beneficio Humedo,” de kleine “fabriek” waar de geoogste bessen worden verwerkt en uiteindelijk de bonen waar het omgaat overblijven. De plukkers leveren hier hun emmers af, de inhoud wordt er gewogen, er wordt genoteerd hoeveel ieder heeft geplukt. Het herinnert me aan het aardbeien plukken dat ik tijdens mijn middelbare schooljaren in de zomervakantie deed en dat op een vergelijkbare wijze werd geregistreerd en betaald, niet per emmer maar per mandje. Iets dat me blijft bezighouden is waarom de grondstof wordt uitgevoerd en de toegevoegde waarde ergens anders wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld via de koffiepads van Senseo of de Nespresso capsules van Nescafé. En in het geval van deze plantage door de Tsjechen van Mamacoffee, hoewel op hun website daar nog niets van is te zien. Op El Guayabo zijn ze daarom bezig met het ontwikkelen van een eigen koffiemerk, de pakken bonen en gemalen koffie zijn aan het einde van de rondleiding te koop. Als dit de laatste dag van mijn reis zou zijn geweest, zou ik een paar pakken hebben gekocht, ik heb echter geen zin om twee weken met die extra ballast rond te moeten sjouwen.

wordt vervolgd