NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 20 (10062016)

Maandag 7 maart 2016 – Bluefields
Na het museumbezoek volgt een stadswandeling. Nu de werkweek is begonnen, ziet Bluefields er een stuk levendiger uit én totaal anders dan de Nicaraguaanse steden die ik hiervoor bezocht. De mensen van de Caribische kust hebben veelal een andere huidskleur, spreken vaak een andere taal. Geen blank of licht gekleurd, maar bijna alle tinten tussen wit en zwart. Niet alleen Spaans, maar vooral vaak Engels of iets dat daar op lijkt. Een culturele schok waarop ik was voorbereid en die hier van kleur en geluid wordt voorzien, het is de andere kant van het land die ik perse wilde ervaren. De overdekte markt is vooral smerig en halfduister, het aanbod ziet er armzalig uit. De wasborden en eenvoudige met de hand gemaakte keukenraspen – zo te zien zijn de raspgaatjes met een hamer en een spijker gemaakt – tonen in mijn ogen het gebrek aan welvaart. Hoewel een paar uur later de villa's aan de buitenkant van de stad juist het tegendeel aantonen. De grote “comedor,” de op een ouderwetse kantine lijkende eetzaal, erboven is veel beter georganiseerd, er worden uiteraard vrijwel alleen maar quesillos verkocht en gegeten. De straathandel rond het marktgebouw heeft het stukken drukker dan de kooplieden binnen. De bakken met vis die langs de straat staan, worden vliegenvrij gehouden door met theedoeken zwaaiende verkopers. Als ik daar een foto van wil maken, breekt een lichte paniek uit en worden de doeken snel over de handel heen gegooid. “Ze verkopen schildpaddenvlees en dat is illegaal,” meldt mijn begeleider. Het politiebureau, slechts een paar honderd meter verderop, is kennelijk minder bedreigend dan een nieuwsgierige toerist die niet eens wist wat er in die bakken zat en slechts het beeld van die vliegen wapperende verkopers wil vastleggen. Ondertussen is er een afspraak gemaakt met Allan, de directeur van de Moravische scholengemeenschap, hij kan mij rond 2 uur ontvangen.

Om te voorkomen dat ik morgen naar de panga voor Laguna de Perlas moet gaan zoeken, gaan we langs bij de aanlegsteiger. Er kan niet worden gereserveerd, om met die van half 9 mee te kunnen, dien je uiterlijk om 8 uur in de wachtruimte aanwezig te zijn. Kleine tot zeer kleine handel daar bij de waterkant, zoals een man die in een klein kastje met wat kaas heeft en geduldig op klanten wacht. Pulperia “El Baratillo” – barato = goedkoop – heeft met de hand geschilderde reclames op de onderkant van de toonbank die aanmoedigen om vooral de omgeving opgeruimd en schoon te houden. Zo staat er bijvoorbeeld “Gooi je afval waar het thuishoort, wees geen ….....,” onder een groot weldoorvoed varken. Beeldtaal en beeldende taal komt sowieso veel voor, zoals niet veel later bij de autorijschool die “El Futuro – de Toekomst” heet, of de op de gevel van een huis geschilderde uitspraak van Salvador Allende: “Ser joven y no ser revolucionario es una contradicción – Jong zijn en niet revolutionair, is een tegenstrijdigheid,” afzender JS, de Jonge Sandinisten. De grote schildering op de buitenmuur van een school laat zien wat voor nuttige dingen er binnen worden onderwezen. Tot en met het standbeeld in het Parque Central dat de eenheid onderstreept van de 6 etnische groepen die in de regio wonen. Mijn “city tour” wordt besloten met een taxirit van een uur door de wijken van de stad, oud en nieuw, hout en beton, arm en rijk, niets wordt overgeslagen. En, zo kan ik tot mijn genoegen vaststellen, zelfs in Nicaragua is het op maandag wasdag!

Stipt om twee uur ben ik bij het Colegio Moravo, de Moravische scholengemeenschap. De directeur is wat minder stipt. Ergens anders zou ik al lang zijn opgestapt, hier blijf ik min of meer geduldig wachten. Pure nieuwsgierigheid naar wat ik van Rev. Msc. H. Allan Budier Bryan kan opsteken. Om drie uur is hij er nog steeds niet, ik ga de benen even strekken en bekijken wat er rondom de school zoal is te zien. Aan de overkant de Moravische kerk, om de hoek het Moravische medisch centrum, de super solide huizen die bestemd waren voor de overzeese zendelingen en leeg staan omdat zelfs de zending is “genationaliseerd.” Eigen volk eerst. Tegen kwart voor vier kan Allan mij eindelijk ontvangen. Een aimabele man die, na zich uitgebreid te hebben verontschuldigd, vervolgens alle tijd neemt om mij te woord te staan. Over een week wordt herdacht dat de eerste Moravische zendelingen in 1849 in Bluefields arriveerden. Die kwamen nog uit Hernhut, hun namen staan op het monument naast de kerk: Heinrich Pfeiffer, Johann Lundberg en George Kandler. Alleen de eerste twee, zo lees ik in de studie “the Awakening Coast,” waren “echte” zendelingen. Kandler was “assistent zendeling en timmerman,” dat laatste vind ik – hoewel waarschijnlijk niet zo bedoeld – een mooi Christelijk detail. Jozef, de man van de moeder van Jezus Christus, was immers ook een timmerman.

wordt vervolgd