NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 25 (30062016)

Woensdag 9 maart 2016 – Laguna de Perlas – Kakabila – Orinoco – Marshall Point – Laguna de Perlas.
Hoewel ik het “scheppingsverhaal” van de Garifunas behoorlijk authentiek vind, vind ik het wel raar dat de mensen die ik tot nu toe in Orinoco ben tegengekomen eerder op Afrikanen lijken dan op mensen bij wie zowel het bloed de oorspronkelijke bewoners de Cariben door de aderen stroomt als dat van in de 17e eeuw op Saint Vincent aangespoelde Nigeriaanse slaven. En hoe en waarom zijn ze hier terecht gekomen? Het heeft ongetwijfeld te maken met het vervolg op hun scheppingsverhaal: de verdrijving uit het paradijs en de diaspora. Maar dat moet ik zelf maar zien uit te vinden, aan de lunchtafel is daar geen gelegenheid voor. Wat ik naderhand zal lezen is dat Saint Vincent in koloniale tijden door Engeland en Frankrijk betwist eiland was, doch door de Fransen werd gekoloniseerd. De oorspronkelijke bewoners en de nakomelingen uit de verbintenissen met de schipbreukelingen woonden aan de noordzijde, de kolonisten in het vruchtbare zuiden. Dat ging goed totdat Saint Vincent in 1763, in het vredesverdrag van de Zevenjarige Oorlog, aan de Britten werd toegewezen. Aangespoord door de Fransen verzette de lokale bevolking zich tegen de nieuwe machthebbers, met als gevolg een lange periode vol conflicten die in 1796 zelfs zou leiden tot de deportatie van hen met overwegend Afrikaanse trekken – de Black Caribs – naar Roatán. Tegenwoordig een eilandje voor de kust van Honduras, destijds deel van de door de Britten gedomineerde Mosquito Coast. Van de 5.000 gedeporteerden zouden slechts 2.500 de gedwongen verhuizing overleven. Degenen met overwegend Indiaanse kenmerken – de Red Caribs en de Yellow Caribs – mochten op Saint Vincent blijven wonen, zij zouden door hun “Afrikaanse” broeders zijn misleid.... De Garifunas in Orinoco, zijn de nazaten van hen die aan het eind 18e eeuw naar Roatán werden gedeporteerd en zich zo'n 100 jaar geleden op deze plek hebben gevestigd.

Na de lunch krijg ik een privé dansvoorstelling door twee tienermeisjes die worden begeleid door drie drummers en een jongen met maracas. “Heel erg Afrikaanse dansen” zijn het volgens de toelichting vooraf. Ik vertel maar niet dat ik lang in Afrika heb gewoond en daar bij de bron kennis heb gemaakt met “echte Afrikaanse dansen,” weet dat er geen universele Afrikaanse dans bestaat en dat wat zij laten zien stukken minder dynamisch is. Het een zwak aftreksel noemen zou niet aardig zijn, maar toch. Ik kijk er geduldig naar, applaudisseer beleefd en heb er genoeg van als het moment aanbreekt dat ik geacht wordt mee te gaan dansen. Aan mijn lijf geen polonaise, zelfs geen Afrikaanse. Tot slot maken we een dorpswandeling waarbij het maken van dun cassavebrood en het illegaal stoken van rum als hoogtepunten worden gepresenteerd. Mijn wens om toch vooral kennis te gaan maken met de traditionele geneesheer vindt men lastig, mijn desinteresse voor de onooglijke souvenirs een bijna belediging. Als ik bij het passeren van een veldje met cassave vraag “eten jullie de jonge blaadjes?” word ik aangekeken alsof er water brandt. Natuurlijk eten ze alleen de knollen maar of maken daar meel van om brood te bakken. Waarop ik uitleg dat in sommige delen van West-Afrika de jonge blaadjes van de cassavestruik als spinazie worden bereid en gegeten met gekookte of gebakken vis en dat ik dat erg lekker vond. Mijn oog valt op een gevel met het intrigerende opschrift “GARIFUNA LADIES DREAM” met daarnaast de afbeelding van een vrouw achter iets dat op een ouderwetse wringer lijkt, zo een als door mijn grootouders werd gebruikt om het natte wasgoed uit te wringen alvorens het te drogen te hangen. Het blijkt dat binnen naailes wordt gegeven en de vrouw dus achter een naaimachine zit. Tijd om verder te gaan, in Orinoco is het tijd voor de siësta.

Marshall Point ligt een kwartiertje over het water verderop, er wonen uitsluitend Creoles die bijna allemaal lid zijn van de Moravische Kerk. Dat laatste wordt onderstreept door het bordje met een Bijbeltekst dat op de plek staat waar we aan land gaan: “WELCOME TO MARSHALL POINT – If my people who are call by my name ….... – En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.” Eergisteren heb ik in Bluefields twee buitengewoon opgewekte inwoonsters uit het dorp ontmoet die erop stonden dat ik even bij ze zou langskomen. Beiden werken in Miami en hebben met het daar verdiende geld een groot huis aan de lagune gebouwd dat er van binnen en van buiten als een typisch Amerikaans huis uitziet. Ze zijn van plan “terug naar huis te komen” en daarvoor worden op hun land wat kleine vakantiehuisjes gebouwd en een grote bar. Desondanks zit de Lonely Planet er niet ver naast met de constatering “0 things to do in Marshall Point, Nicaragua.”

wordt vervolgd