NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 27 (07072016)

Vrijdag 11 maart 2016 – Bluefields – El Rama – San Miguelito – Oostelijke oever Nicaraguameer
Wat overkomt me nu weer? Heb ik zonder het te weten een gastrol in een spionagefilm of zo? Vlak na het binnenrijden van San Miguelito – een stadje op de oostelijke oever van het Nicaraguameer – neemt de chauffeur telefonisch contact op met de Nicaragua-expert om te vragen waar hij mij moet afzetten. Een paar minuten later wordt er teruggebeld: we moeten naar het Parque Central gaan en daar tegenover het gemeentehuis wachten. Daar zal iemand contact opnemen. Na een minuut of 10 worden mijn begeleiders wat ongeduldig en bellen de expert nogmaals. “We staan te wachten in een witte Hilux met zwarte strepen, nog steeds niemand gezien.” Weer 10 minuten later worden we aangesproken door een goed ogende Latino op rubber laarzen. Zo'n type waar veel Noord-Europese vrouwen als een blok voor vallen. Het is alsof er wachtwoorden worden uitgewisseld, de chauffeur en de latino snuffelen aan elkaar: “Hoe heet je?” Waar kom je vandaan? Wie heeft je gestuurd?” Als de chauffeur overtuigd is, volgt hij de aanwijzing op om drie straten terug te rijden en opnieuw te wachten. Dat is in een wat mindere buurt, de latino zegt dat ik moet uitstappen en op hem moet wachten. Zelf verdwijnt hij in een steegje dat naar het voor mij onzichtbare meer loopt. Mijn koffer wordt uitgeladen, ik zoek een plekje in de schaduw. De chauffeur klimt weer in de gekoelde auto, blijft voor de zekerheid nog 5 minuten wachten en gaat er dan vandoor. Kort daarna duikt de gelaarsde latino weer op, neemt mijn koffer op zijn hoofd en zegt mij hem te volgen. Een meter of 50 na de huizen begint een lange rij planken op paaltjes, aan het einde ligt een uit een boomstam gehakte kano met lichte buitenboordmotor afgemeerd. Ik word begroet met de vraag of ik kan zwemmen. De laatste etappe naar de Finca El Cacao gaat beginnen: een uur over het woelige water van het Nicaraguameer. Maar dat wist ik toen nog niet.......

Het Nicaraguameer is één van de grootste zoetwaterreservoirs ter wereld en het wordt bedreigd. Bedreigt door het Nicaraguakanaal, dat niet te ver van waar ik ga logeren zal worden aangelegd. Ergens tussen San Miguelito en San Carlos, dat vlakbij de grens met Costa Rica ligt. In de “boot” legt de latino, die trouwens Antonio heet, me uit waar de vaargeul zal worden uitgebaggerd. Uiteraard kan ik mijn vragen over het kanaal pas stellen na het gebruikelijke spervuur van “vragen aan de vreemdeling” heb ondergaan. Ja, ook in Nederland hebben we veel koeien en daardoor veel zuivelproducten. Er wordt ook gevist, want het ligt aan zee, er wordt bier gebrouwen door Heineken en Philips komt er vandaan. En natuurlijk wonen er veel mooie vrouwen: blond en lang en welgeschapen. Zijn ogen glimmen bij de gedachte daaraan, want in dit Nicaraguaanse niemandsland komen er wel eens van dit soort buitenlandse jonge vrouwen langs die iets bestuderen, als vrijwilliger voor een ONG werken of die dol zijn op vogels en die met opschrijfboekje en fototoestel in de hand op zoek gaan naar soorten die zij niet eerder hebben gezien. En pas daarna kan over het kanaal worden gepraat. Heel kort maar, want er moet aan de lopende band worden gehoosd om het waterpeil in de boot laag te houden. De motor slaat meerdere keren af en dan lig je daar op die grote plas water een flink stuk van de oever te schommelen totdat het ding weer begint te pruttelen. Terwijl ik vooraf de vraag of ik kan zwemmen als een goede grap beschouwde, begin ik ondertussen te geloven dat ie serieus was bedoeld. Op het meer varen net zulke bootjes als waar wij in zitten met een zeil van landbouwplastic in plaats van een motor: de lokale vissersvloot. Na een eindeloos lijkende tocht varen we naar een steiger, ik denk dat we er zijn. Antonio, van wie ik door zijn assertieve optreden aannam dat ik bij hem thuis zou logeren, gaat met zijn zoon en wat inkopen van boord. Ze hadden een lift van de buren gekregen, wij modderen verder.

“Ik ben Hamilton,” zegt de man die aan het “roer” heeft gestaan als we aan land gaan. Weer zo'n wankel pad van smalle planken op palen. Mijn koffer wordt aan land gedragen, ik heb geen andere optie dan gedwee te volgen. Aan een boom hangt een bord dat bevestigt dat deze keer de plaats van bestemming wel is bereikt: Finca Agroturistica EL CACAO. Er staat een eenvoudig huis met een ronde overdekte ruimte ervoor, tussen de palen hangen hangmatten, in die matten hangen wat mensen. Hier woont Angel, de broer van Hamilton, met zijn gezin. We kletsen wat over de finca en het kanaal, Angel vertelt zich zorgen te maken, maar dat wordt eerder door de onzekerheid veroorzaakt dan door iets anders. Wat voor prijs zal er worden betaald voor de te onteigenen grond die in het tracé ligt, zal de visstand en dus de visvangst minder worden, zal de waterstand van het meer nog verder dalen? Vragen waarop niemand tot op heden antwoord heeft.

wordt vervolgd