NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 29 (15072016)

Zaterdag 12 maart 2016 – Oostelijke oever Nicaraguameer
Hamilton gaat op de voorplecht zitten en laat met een roeiriem zien hoe diep het Nicaraguameer hier is: minder dan twee meter. Volgens hem liggen we recht boven de toekomstige vaargeul te dobberen, het is moeilijk voorstelbaar hoe het hier de komende jaren zal gaan veranderen. Te beginnen met de aanleg van de 28 meter diepe vaargeul, dieper dan het diepste punt van het meer dat 14 meter bedraagt. De – volgens tegenstanders veel te optimistische - verwachting is dat dit met de inzet van krachtige cutterzuigers kan worden bereikt en het gebruik van springstoffen kan worden vermeden. Hoe dan ook zal het ecologisch evenwicht en de rust voor altijd worden verstoord. Nu is het Hamilton's beurt om te vertellen over de helikopters en laagvliegende vliegtuigjes die het gebied in kaart brachten en dat de oorspronkelijke route dwars door hun finca zou lopen, waardoor speculanten die hadden willen kopen. Dat het kanaal een strook land van 5 kilometer breedte nodig heeft, in werkelijkheid zijn dat 5 kilometer aan beide zijden. Vrijwel niemand in San Miguelito had tot voor kort het flauwste idee van hoe een baggerschip er uitziet of een hoog beladen containerschip. Een voorlichtingsbijeenkomst waar een film over het Panamakanaal werd vertoond, vulde die leemte. Ik speur de kustlijn af, er huist een kolonie witte vogels – ooievaars? - het ziet er totaal ongerept uit. We zuigen het sap uit een sinaasappel en nog eentje, terwijl ik mijmer dat dit over 10 – 15 jaar naar de knoppen zal zijn geholpen dankzij een Chinees die een kanaal willen gaan graven.

Nicaraguanen ontbijten stevig, lunchen stevig en dineren stevig. Voor zover ik tot nu toe heb meegemaakt bestaat iedere maaltijd uit taco's, rijst en bruine bonen. Als variatie op hetzelfde thema kan er kaas worden toegevoegd of tajada frita – reepjes gebakken banaan – of tostones – schijfjes gebakken banaan en/of gebakken vis. De vis die ik kreeg voorgezet was net uit het Nicaraguameer opgehaald. De porties zijn veel te groot, ik kan het echt niet op en laat iedere keer minstens de helft staan. Op de finca worden de maaltijden deels op een houtvuur bereid, deels op een tweepitter die wordt gevoed door flessengas. Het houtvuur op het erf wordt gestookt in een overdwars doorgezaagde oliedrum met een rooster van betonijzer, waarvoor geen plaats is in het huisje van 5x3 meter waarin het gezin woont. Hun kleding, schoenen en tassen hangen aan spijkers aan de muren en aan “waslijnen” die van wand tot wand zijn gespannen. Aan de ene korte kant staat een tweepersoonsbed, aan de andere korte kant bevindt zich de “keuken.” Een grote kist naast de deur fungeert als tafel en opbergruimte, daaraan mag ik eten en schrijven. In het enige venster – boven het bed – zit geen glas, het deurkozijn moet het doen met een stuk dekzeil dat 's nacht wordt neergelaten. Aldus gaat het huis als het ware op slot. Er is geen elektriciteit, dus ook geen lekker koel water of een koud pilsje uit de koelkast waar ik zo nu en dan verschrikkelijk veel trek in heb. Het “toilet” is een latrine die is afgeschermd door een stuk dik zwart plastic. In de buurt ervan stinkt het behoorlijk, ik kan mijzelf er niet toe brengen om er gebruik van te maken. Plassen doe ik tegen een boom, mijn kakken houd ik op tot het volgende hotel.

Na de lunch staat een wandeling over de finca op het programma. Het eten en de warmte dwingen mijn ogen zich een poosje te sluiten. Ik doe mijn oogkleppen op, ga op het bed liggen en geniet van een korte siësta, daarna ben ik klaar om te gaan wandelen. Van Hamilton moet ik een lange broek aandoen en laarzen aantrekken. Voor een wandeling? De laarzen doe ik wel, voor een lange broek is het veel te warm. Te jong dood gaan kan altijd nog. Het wordt een boswandeling over het deel van de finca dat nog ongerept is. De apen en de vogels die we zien doen me niet zoveel. De Mono Kongo, de Mono Araña, de vogel die Viuda Soltera – de eenzame weduwe – heet, zijn beter besteed aan de liefhebbers, een categorie waartoe ik niet behoor. We rusten wat uit bij de rivier El Charral, die de erfgrens met de buren vormt. We hebben gefilterd water bij ons dat inmiddels lauwwarm is, ik heb een groeiende behoefte aan iets kouds dat hier helaas niet beschikbaar is. Als Hamilton voorstelt om via een omweg terug te lopen, bedank ik daarvoor met het excuus dat de laarzen knellen omdat ze minstens een maat te klein zijn. Hij heeft daar begrip voor. Met de machete loopt hij voor mij uit om een pad schoon te kappen. Midden in dat tropische bos beweert hij opeens de weg kwijt te zijn, daar trap ik niet in en wijs hem in de richting van de zon.

Nadat de nacht is gevallen en ik het huisje weer voor mijzelf heb, trek ik al mijn kleren uit en was me in het licht van de sterren en de maan in het eerste kwartier met een grote bak water uit het meer. Iets anders zit er in het huisje zonder licht en stromend water niet op.

wordt vervolgd