|
NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 29 (15072016) Zaterdag 12 maart 2016 – Oostelijke oever Nicaraguameer Nicaraguanen ontbijten stevig, lunchen stevig en dineren stevig. Voor zover ik tot nu toe heb meegemaakt bestaat iedere maaltijd uit taco's, rijst en bruine bonen. Als variatie op hetzelfde thema kan er kaas worden toegevoegd of tajada frita – reepjes gebakken banaan – of tostones – schijfjes gebakken banaan en/of gebakken vis. De vis die ik kreeg voorgezet was net uit het Nicaraguameer opgehaald. De porties zijn veel te groot, ik kan het echt niet op en laat iedere keer minstens de helft staan. Op de finca worden de maaltijden deels op een houtvuur bereid, deels op een tweepitter die wordt gevoed door flessengas. Het houtvuur op het erf wordt gestookt in een overdwars doorgezaagde oliedrum met een rooster van betonijzer, waarvoor geen plaats is in het huisje van 5x3 meter waarin het gezin woont. Hun kleding, schoenen en tassen hangen aan spijkers aan de muren en aan “waslijnen” die van wand tot wand zijn gespannen. Aan de ene korte kant staat een tweepersoonsbed, aan de andere korte kant bevindt zich de “keuken.” Een grote kist naast de deur fungeert als tafel en opbergruimte, daaraan mag ik eten en schrijven. In het enige venster – boven het bed – zit geen glas, het deurkozijn moet het doen met een stuk dekzeil dat 's nacht wordt neergelaten. Aldus gaat het huis als het ware op slot. Er is geen elektriciteit, dus ook geen lekker koel water of een koud pilsje uit de koelkast waar ik zo nu en dan verschrikkelijk veel trek in heb. Het “toilet” is een latrine die is afgeschermd door een stuk dik zwart plastic. In de buurt ervan stinkt het behoorlijk, ik kan mijzelf er niet toe brengen om er gebruik van te maken. Plassen doe ik tegen een boom, mijn kakken houd ik op tot het volgende hotel. Na de lunch staat een wandeling over de finca op het programma. Het eten en de warmte dwingen mijn ogen zich een poosje te sluiten. Ik doe mijn oogkleppen op, ga op het bed liggen en geniet van een korte siësta, daarna ben ik klaar om te gaan wandelen. Van Hamilton moet ik een lange broek aandoen en laarzen aantrekken. Voor een wandeling? De laarzen doe ik wel, voor een lange broek is het veel te warm. Te jong dood gaan kan altijd nog. Het wordt een boswandeling over het deel van de finca dat nog ongerept is. De apen en de vogels die we zien doen me niet zoveel. De Mono Kongo, de Mono Araña, de vogel die Viuda Soltera – de eenzame weduwe – heet, zijn beter besteed aan de liefhebbers, een categorie waartoe ik niet behoor. We rusten wat uit bij de rivier El Charral, die de erfgrens met de buren vormt. We hebben gefilterd water bij ons dat inmiddels lauwwarm is, ik heb een groeiende behoefte aan iets kouds dat hier helaas niet beschikbaar is. Als Hamilton voorstelt om via een omweg terug te lopen, bedank ik daarvoor met het excuus dat de laarzen knellen omdat ze minstens een maat te klein zijn. Hij heeft daar begrip voor. Met de machete loopt hij voor mij uit om een pad schoon te kappen. Midden in dat tropische bos beweert hij opeens de weg kwijt te zijn, daar trap ik niet in en wijs hem in de richting van de zon. Nadat de nacht is gevallen en ik het huisje weer voor mijzelf heb, trek ik al mijn kleren uit en was me in het licht van de sterren en de maan in het eerste kwartier met een grote bak water uit het meer. Iets anders zit er in het huisje zonder licht en stromend water niet op. wordt vervolgd |