NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 31 (23072016)

Zondag 13 maart 2016 – Oostelijke oever Nicaraguameer – San Miguelito – San Carlos – Ometepe
Buiten het spiksplinternieuwe stationsgebouwtje – er landen en vertrekken hier 5 vluchten per week – krijg ik een stoel aangeboden en raak in gesprek met al het vliegveldpersoneel, dat wil zeggen 6 m/v. Ze willen de zaak eigenlijk op slot doen, maar zijn best bereid even te wachten. In ruil daarvoor word ik aan een kruisverhoor onderworpen en zonder veel omwegen belanden we bij het verschil tussen “Nederland” en “Holland,” één van mijn stokpaardjes. “Waar kom je vandaan?” willen ze weten. “Uit Nederland.” “Uh, waar ligt dat?” “In Europa, maar jullie kennen het wellicht als Holland.” Tot en met mijn paspoort wordt uitgebreid bekeken en inderdaad er staat nergens Holland in of op, maar wel Koninkrijk der Nederlanden – Reino de los Países Bajos. En dan komt Horacio zowaar op zijn dooie akkertje door de poort gewandeld, de man die op mij had moeten staan wachten en die alleen maar rekening had gehouden met de officiële aankomsttijd van de vlucht. Terwijl juist de Nicaragua-expert het deze keer bij het rechte eind had: “zorg ervoor dat je ruim op tijd op het vliegveld van San Carlos bent want, afhankelijk van het passagiersaanbod, passen ze het vliegschema voortdurend aan.” Snel een foto met de vulkaan Concepción op de achtergrond en dan door naar Moyogalpa – de grootste stad van het eiland – voor het hoognodige koude biertje. In werkelijkheid betreft het echter een noodstop voor Horacio die mijn transport naar het hotel nog moet gaan regelen. In de keuken van het restaurant waar hij mij heeft geparkeerd, hangt een portret van Che Guevara aan de muur. Ik voel me gelijk thuis.

De rit naar de Finca San Juan de la Isla, mijn hotel, duurt eindeloos, hetgeen deels mijn eigen schuld is omdat ik de chauffeur heb gevraagd langzaam te rijden. “Jij kent de weg uit je hoofd, ik zie alles voor de eerste keer.” Hij toont daar alle begrip voor door met een slakkengang te rijden. Dorpje na dorpje na dorpje, de vulkaan dominant aan de linkerkant, het meer aan de rechterkant. Vlak voor het stadje Altagracia is de afslag naar het hotel. Een onverharde weg van meer dan 2 kilometer door een enorme bananenplantage met aan het einde een luxe oase aan het water waar ik een paar dagen ga logeren. De tegenstelling met mijn logeeradres aan de andere kant van het meer valt nauwelijks te beschrijven. Ik probeer het niet eens. Maar eigenlijk is mijn kamer, hoewel vele malen meer comfortabel - dus met warm en koud stromend water, airconditioning en een fris ruikend toilet – minstens net zo saai doordat zelfs een televisietoestel ontbreekt. Gisteravond kon ik me tenminste in mijn blote kont in de open lucht wassen, nu moet het weer binnen onder een douche zonder sterrenhemel of de maan in het eerste kwartier. Enne.... bruine bonen en rijst worden in het restaurant niet geserveerd, niet bij het ontbijt, niet bij de lunch en al helemaal niet bij het diner.

Maandag 14 maart 2016 – Isla de Ometepe
Soms word ik gestraft voor mijn gemakzucht. Ik heb een idee voor een reis, heb een “thema” in mijn hoofd, deze keer is dat dus het Nicaraguakanaal, ik weet ongeveer welke route ik wil volgen en wat ik onderweg op zijn minst zou willen bekijken of nader onderzoeken. Vervolgens ga ik op zoek naar iemand of een reisbureau dat een en ander voor mij zou kunnen organiseren qua begeleiders, vervoer en overnachtingen. Dat scheelt dagenlang het internet afspeuren in een poging om het allemaal zelf te regelen. Mijn ervaring is echter wel dat de begeleidende dames of heren ter plaatse een standaardprogramma afdraaien, een routine waaraan zij de onwetende doorsnee reiziger ongevraagd aan onderwerpen. Zo staat er voor vanmorgen een rondrit over het eiland geprogrammeerd met een bezoek aan niet nader benoemde “hoogtepunten.” Dat vind ik veel te vaag, dus vraag ik Horacio voordat we in de auto stappen of we even kunnen doornemen wat het plan is, waarop hij een wegenkaart uit zijn tas haalt. Ometepe heeft de vorm van een gekantelde 8, beide cirkels zijn gevormd rondom een vulkaan: de Concepción en de Maderas. De ene actief, de andere al eeuwenlang slapend. De rondrit over het eiland, blijkt een rondrit over het halve eiland te zijn, een rondje om de Concepción, het ontwikkelde deel. Terwijl ik juist het liefst rondom de Maderas wil rijden om het minst ontwikkelde deel van het eiland te bekijken, want aan de zuidkant daarvan zal de vaargeul worden uitgebaggerd waardoor in de toekomst de schepen voorbij zullen varen. Tijdens de discussie die ontstaat, laat Horacio meerdere malen het woord “adicional” vallen, oftewel alles wat je wilt is mogelijk, als je er maar voor betaalt. Op die manier word ik wel enigszins genaaid, maar krijg toch mijn zin. Met andere woorden: ik word genaaid, maar beleef er plezier aan en dat is altijd stukken minder erg als andersom.

wordt vervolgd