NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 32 (27072016)

Maandag 14 maart 2016 – Isla de Ometepe
Het kleine “Museo Ometepe,“ het antropologische museum van Altagracia, is het levenswerk van Hamilton Silva die door iedereen “Profe” wordt genoemd. De 76-jarige gepensioneerde onderwijzer leeft zijn hobby's archeologie en antropologie op een jaloersmakende manier uit. Het museum is gevestigd in een oud huis met een grote patio waar bouwvakkers druk aan het werk zijn, daardoor vallen veel objecten helaas in het niet bij de bouwmaterialen. Van de drie zalen is die met de “zapatos” de op een schoen of slof lijkende terracotta “urnas funerarias” het meest verrassend. Ik heb ze nooit eerder gezien. Ze staan er in vele maten, van sommige is op de “teen” een decoratie aangebracht, vaak van een katachtig dier. Profe vertelt dat de grotere werden gebruikt om beenderen in te begraven en de kleinere om as in te bewaren. Naast de “sloffen” staan er tevens grote begrafenispotten, het equivalent van onze doodskist. Alle objecten in het museum zijn afkomstig van Ometepe, hoewel er door de Nicaraguaanse overheid op geen enkele manier onderzoek wordt gedaan op het eiland. Profe heeft het allemaal zelf gedaan “vaak waarschuwen boeren me als ze bij het ploegen op iets stuiten of brengen mensen me hun vondsten.” Dat Ometepe op een kruispunt van migratieroutes lag, is af te leiden uit objecten die bijvoorbeeld zo uit het huidige Mexico afkomstig zouden kunnen zijn. Van migranten die zich niet wensten te onderwerpen aan de Maya's of de Azteken en zuidwaarts trokken. Er liggen wat fragmenten van petrogliefen, in vulkanisch gesteente vereeuwigde symboliek waarvan niemand weet wat de betekenis is, hetgeen me verbaast. Het bewijst wellicht dat er nauwelijks onderzoek naar wordt gedaan. In het museum liggen alleen wat kleine voorbeelden, de grote petrogliefen gaan we in het veld bekijken, vlakbij de Finca El Porvenir.

En route zie ik iets waar ik erg om moet lachen. Op dit eiland worden degenen die niet aan hun betalingsverplichtingen voldoen niet aan de schandpaal gezet, maar worden hun namen op een grote muur langs de doorgaande weg geschilderd. “MOROSOS” staat er boven “WANBETALERS.” Jaar na jaar, naam en toenaam, bedragen staan er niet bij, jammer eigenlijk. De grote petrogliefen zijn door weer of wind behoorlijk vervaagd. De stenen zijn veel te groot om te worden gejat, de enige reden waarom ze hier waarschijnlijk nog staan. De eenvoudige afdakjes die er zijn gebouwd, zijn mosterd na de maaltijd, de schade was allang aangericht. Hetgeen niet al te verwonderlijk is want bij petrogliefen ligt de afbeelding “op de steen” en is er niet in uitgehakt zoals bij de hiërogliefen. We beginnen aan de “adicional,” een rondje van een kilometer of 45 langs de voet van de vulkaan Maderas. Een slechte ongeplaveide weg, iets dat goed uitkomt omdat Horacio daardoor gedwongen wordt om langzaam te rijden. Erg ruraal ook en dun bevolkt. Dorp na dorp, ontelbaar veel bananenplantages, vrouwen die tot hun middel in het meer staan om de was te doen, ondanks dat er stromend water is. “Zo zijn ze het gewend en leidingwater is duur,” is de verklaring die ervoor wordt gegeven. En ook op het platteland van Ometepe geldt: maandag, wasdag. Bij Punta los Angeles kijk ik langdurig uit over het meer, hier komt even uit de kust de vaargeul van het kanaal. Langs de oever hebben speculanten alvast veel land opgekocht ter voorbereiding op de stroom toeristen die wordt verwacht als het eenmaal zover is. Waar dat idee vandaan komt, kan niemand mij vertellen. Men reageert zelfs verbaasd als ik uitleg dat de meeste schepen, zo niet alle, zo snel mogelijk van kust naar kust zullen varen en echt niet een dagje hier of een dagje daar zullen aanleggen om de bemanning te laten passagieren. Terwijl ik foto's sta te nemen van de rust die er nu nog heerst, komt een man met een fiets aan de hand de heuvel op lopen. Hij werkt op de medische post van het nabijgelegen dorp Tichama en is onderweg naar huis voor de lunch. Nee, hij weet niet al te veel over het kanaal, maar denkt wel dat het goed zal zijn voor de economie van zijn vaderland én voor meer werk voor het eiland. “Hoe dan wel?” vraag ik ietwat te streng bedenk ik achteraf, “nou ja toerisme,” zegt hij aarzelend, “wat denk jij?” Ik geef hem een indirect antwoord door over het Panamakanaal te vertellen. “Zijn er voorlichtingsbijeenkomsten geweest? Heb je wel eens een containerschip van dichtbij gezien of een olietanker of een cruiseschip?” Vier keer is zijn antwoord “NO.” Hij moet verder, thuis wacht moeder de vrouw met de bruine bonen met rijst. Kort daarna komen we de eerste truck tegen waarvan de eigenaar bezig is bananen op te kopen. Een paar trossen links, een paar trossen rechts totdat de laadbak vol is. De opkopers komen iedere dag langs en kopen wat er langs de weg is klaar gelegd. Boter bij de vis, er wordt direct contant afgerekend. Tegen het einde van onze ronde passeren we de Finca Magdalena die voor de Sandinistische revolutie het eigendom was van de familie Somoza. Nadat die waren verjaagd, werd de boel door de nieuwe regering geconfisqueerd en het land verdeeld onder de landlozen. Zo ging dat toen in deze bananenrepubliek.

wordt vervolgd