NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 33 (30072016)

Maandag 14 maart 2016 – Isla de Ometepe
Tegen het einde van de middag bezoek ik de twee privémuseums van Moisés David Ghitis Rivera, de eigenaar van Hotel El Ceibo. Aan “el Museo Numismático – het Geldmuseum” vind ik niet veel aan, tja munten en bankbiljetten, zo'n beetje alles wat sinds de onafhankelijkheid in Nicaragua in circulatie werd gebracht of nog circuleert. Met geld is over het algemeen weinig mis, maar wanden vol met ingelijste bankbiljetten, soms afgewisseld door wat ingelijste munten, is toch wel wat saai. De verzamelaar moet er in ieder geval meer dan voldoende van hebben om het achter glas te kunnen plakken. Of zou het zijn voor iedereen zichtbare spaarpot zijn? Wat wel bijzonder is, is om te ontdekken dat iedere nieuw gekozen president zijn of haar “eigen” biljetten liet en laat uitgeven. Zelfs per ambtsperiode indien er sprake was van herverkiezing. Het verklaart in ieder geval waarom er in Nicaragua zoveel verschillende biljetten zijn die dezelfde waarde hebben. Naast het geld uit hun regeerperiode hangt het portret van de betreffende president, tot en met – hoe kan het ook anders – de rood-zwarte vlag van het Frente Sandinista. Het Archeologisch Museum is gevestigd in een oude droogschuur voor tabak – het hotel ligt op een voormalige tabaksplantage, een teelt die ter ziele is op het eiland - is een stuk interessanter. Wat een verschil met het eenvoudige museum van Profe Hamilton Silva van vanmorgen. Aan Carmen, mijn rondleidster, vraag ik of señor Ghitis soms amateur archeoloog is. Haar antwoord stelt me bitter teleur: “alles wat hier staat, heeft hij gekocht.” Tja, zo kan ik het ook.

Dinsdag 15 maart 2016 – Altagracia (Isla de Ometepe)
“Day off in the Island,” is het enige dat de Nicaragua-expert voor vandaag heeft kunnen bedenken. Met andere woorden: “zoek het zelf maar uit.” Dus ga ik naar de dichtstbijzijnde “bewoonde wereld,” het dorp Altagracia. Het was mij gisteren tijdens het korte bezoek al opgevallen dat de inwoners zich hier niet schamen op de hand van het Frente Sandinista te zijn. Op iedere lantarenpaal op de middenberm van de toegangsweg staat Sandino afgebeeld met het nummer van de lijst van het FSLN, de vluchtroute die moet worden gevolgd bij een vulkaanuitbarsting krijgt veel minder aandacht. Gelijk rechts binnen de bebouwde kom staan op de gevel van het gemeenschapshuis een grote “arbol de la vida” en portretten van Sandino, Carlos Fonseca en Tomás Borge. Vlakbij muren met leuzen: “VIVA DANIEL 2011” en “VIVA LA REVOLUCION, NO A LOS CHINGASTEROS.” Dat laatste schijnt zoiets te betekenen als “nee tegen de klootzakken.” Dat zijn, naar ik vermoed, de aanhangers van de oppositie, de Alianza PLC, van wie het verlaten en verlepte hoofdkwartier iets verderop ligt. “Vota de Corazón – Stem met je hart” was de verkiezingsleuze waarmee ze geen schijn van kans hadden in Altagracia. In het dorp hebben tot en met de openbare scholen de namen van revolutionaire helden: de ambachtsschool heet Augusto C. Sandino, het IT en taleninstituut heet Calos Fonseca Amador. Heel toepasselijk vind ik dat de traditionele ambachten worden onderwezen bij de oude revolutionair Sandino en de moderne vakbekwaamheden worden geleerd bij de meer recente revolutionair Fonseca.

Tijdens de wandeling door het dorp straalt de eenvoud mij toe. Op het centrale plein – met in het midden een door lelijkheid uitblinkende maquette van het het eiland en haar vulkanen – wordt aan een aantal kramen gebruikte kleding verkocht, op winkelpuien geen lichtbakken met de namen of de logo's van de merken er worden binnen verkocht, die zijn er met sjablonen op gespoten. Hetzelfde geldt voor het aangeven van de gehandicapteningang van een openbaar gebouw en de reclames die de “Fiestas Patronales” aankondigen, het feest waar de schutspatroon wordt geëerd of als excuus dient. Veel huizen en winkels zijn van hout. In de deur van een gereedschapswinkel hangen de mooiste katapulten die ik ooit heb gezien, de winkelpui van het Casa del Agricultor verdwijnt bijna achter de de rekken met illegale CD's en DVD's die er voor staan, Hugo Navas vermeldt vol trots op de gevel van zijn kleine supermarkt dat hij “El pionero de los precios bajos” is. In de wijk met de ongeplaveide straten staan een paar huizen met zo'n mooi gefiguurzaagd “luchtvenster” boven de voordeur of de ramen – die ken ik uit de Dominicaanse Republiek - of waar op de gevel het silhouet van Sandino is geschilderd. Dat alles ontdek ik op mijn zoektocht naar een kapper, waar ik uiteindelijk plaats mag nemen in de ouderwetse kappersstoel die voor een grote antieke passpiegel staat. Daar wordt mijn haar met een tondeuse vakkundig gemillimeterd voor het lokale tarief van iets minder dan €1........

Binnen in de katholieke kerk staan de goedgekeurde heiligenbeelden, in de tuin ervoor staan onder een afdakje de heidense basalten afgodsbeelden van weleer. Daarbij zijn de namen vermeld van een aantal onderzoekers die hebben “vastgesteld” dat deze beelden uit de jaren 800 – 1000 van onze jaartelling dateren. Eén van hen is de notoire amateurarcheoloog E.G. Squier die de door hem op het buureiland Zapatera ontdekte beelden als “vindersloon” mee terug naar huis nam. Het zou mij niet verbazen dat hij ze in Altagracia liet staan omdat die niet mooi genoeg waren.

wordt vervolgd