NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 34 (02082016)

Woensdag 16 maart 2016 – Ometepe – San Jorge – Rivas – Punto Brito – Rivas – La Union – Granada
Bijna 50 jaar geleden werd Remco Campert's verhalenbundel “Hoe ik mijn verjaardag vierde” gepubliceerd. Van het titelverhaal druipt de triestheid af, iets dat mij vandaag op mijn eigen verjaardag niet zal gebeuren. Mijn reisdoel is Punto Brito, het dorp aan de Stille Oceaan waar de ingang van het kanaal zal komen. Wat aan de Caribische kant onmogelijk bleek, moet hier hoe dan ook wel gaan lukken. Hoewel Punto Brito niet onbereikbaar is, hebben mijn reisorganisatoren er tot nu toe wel van alles aan gedaan om mij te ontmoedigen. “Het Nicaraguakanaal stelt eerlijk gezegd niets voor, het is slechts een belofte. Er is geen infrastructuur in Punta Gorda of Punto Brito, geen hotels, niets. Als dit belangrijk voor je is, zullen we proberen een oplossing te vinden, maar we kunnen niets garanderen. Dit is een behoorlijk uitdagend verzoek. In de buurt van Punto Brito zijn stranden waar je naar toe zou kunnen gaan om te proberen om zelf iets te organiseren. Je zult echter niets van het kanaal zien, zelfs de mensen die er wonen weten van niets,” liet de Nicaragua-expert weten. Of er al dan niet wat is te zien of dat de mensen die er wonen van niets weten, interesseert me absoluut niet. Ik wil gewoon naar de plek waar de ingang van het kanaal zal worden gegraven, waar een grote cementfabriek, het grootste sluizencomplex ter wereld, een internationale luchthaven en een vrijhandelszone zullen worden gebouwd. Het enige dat ik wil is met eigen ogen zien hoe het er anno nu uitziet.

Om zes uur word ik gewekt, een half uur eerder dan afgesproken. Niet dat het wat uitmaakt, ik was toch al wakker en opgestaan. Ik ben 's ochtends vroeg geboren en daardoor(?) een ochtendmens. Om half 8 rijdt de auto voor om mij naar de haven van Moyogalpa te brengen, hoewel de veerpont naar San Jorge pas om 9 uur vertrekt. Kaartjes kunnen niet van te voren worden gekocht, dus dient de reiziger bijtijds aanwezig te zijn. Alleen een kaartje geeft de zekerheid dat je mee kunt en net als bij de pangas aan de Caribische kust geldt: vol=vol. Omdat het de eerste keer is, noteer ik mijn nieuwe leeftijd ietwat onwennig op de passagierslijst..... De wachttijd wordt bekort door de aankomst van de ferry “El Che Guevara” van de concurrerende dienst en de kleurrijke medepassagiers, vrijwel allemaal “mochileros – rugzaktoeristen.” Nadat “onze” ferry heeft afgemeerd en is uitgeladen, duurt het even voordat we aan boord mogen omdat het een vrachtwagen niet lukt de steile helling naar de kade te nemen. Het achterdek is veel te kort om een aanloop te kunnen nemen. Als het uiteindelijk lukt, krijgt de zwetende chauffeur een opgelucht applaus van de wachtende passagiers: we kunnen aan boord. De kleine veerpont is het grootste vaartuig dat op het meer vaart, doch kleiner dan de Rotterdamse “Pannekoekenboot.” Er staat een stevige bries, het water is behoorlijk onrustig, soms schommelt de ferry alsof er een dronken stuurman aan het roer staat. Na een kwartier of zo is vanaf het bovendek een mooi gezicht op de vulkaan Concepción en nog iets later kan ik een goede indruk krijgen van hoe het kanaal bij Punta los Ángeles aan de voet van de andere vulkaan langs de zuidelijkste punt van het eiland zal gaan lopen. Een uur na vertrek leggen we aan in San Jorge, waar de kades vol hangen met propaganda van het Frente Sandinista dat de arriverende passagiers aanmoedigt om in november Daniel Ortega voor de zoveelste keer tot president te verkiezen.

Erik, mijn begeleider voor vandaag, staat op me te wachten. Een prima begin. Zijn auto is echter geen 4x4 maar een gewone personenauto. Vandaar dat ik, voordat hij de motor start, voor de zekerheid informeer of hij op de hoogte is van mijn wens om de “kanaalroute” tussen San Jorge en Punto Brito te verkennen. Hij bevestigt dat de Nicaragua-expert dat heeft doorgegeven en dat hij er klaar voor is. Om in een adem door zijn twijfel te uiten of het zal lukken Punto Brito te bereiken omdat de weg nogal slecht zou zijn. Geen asfalt, geen klinkers. Alles van horen zeggen, want hij bekent er nog nooit te zijn geweest. Eenmaal onderweg hebben we geen gebrek aan gespreksstof, dat is natuurlijk het kanaal. Hoe het er voorstaat, schijnt een staatsgeheim te zijn. Sinds het symbolische begin van de aanleg in december 2014, is er verder weinig gebeurd dat zichtbaar is. “We lezen niets in de krant en zien niets op de tv,” zegt Erik. “Ook niets over de protesten in Punta Gorda?” wil ik weten. “Alle media worden door de overheid gecontroleerd, er is censuur.” En dan rijden we zomaar een door een paard getrokken koetsje voorbij waarin melkbussen staan. Een melkboer, beelden uit mijn kinderjaren, daar moet ik natuurlijk een foto van maken. Het gaat mis, maar ze hebben gezien dat ik probeerde een foto te maken en stoppen een stukje verderop! Achterin de koets zit een vrouw met vier melkbussen, ze heet Mercedes, haar zoon ment het paard. Ze hebben hun dagelijkse ronde er net opzitten en zijn op weg naar huis. Mercedes pakt een plastic halve literkan en laat me zien hoe ze haar klanten bedient. Net als vroeger, hoewel onze melkboer maatkannen van metaal had. Jeetje, wat een leuk nostalgisch moment.

wordt vervolgd