|
NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 39 (19082016)
Vrijdag 18 maart 2016 – Granada – Managua – Granada
Wat aan het begin van de reis is misgegaan, wordt vandaag ingehaald. Dat is althans de bedoeling. Vroeg in de ochtend, in verband met het drukkend warme weer later op de dag, gaan we richting Managua. Op een werkdag als deze een dik uur rijden. Onderweg ontspint zich een totaal onverwacht gesprek als ik over mijn tijdelijke stokpaardje “het Nicaraguakanaal” begin. Alexander, opnieuw mijn begeleider, bekent gedurende twee jaar lid te zijn geweest van een team dat voorbereidende milieustudies voor het kanaal heeft gedaan. Als ornitholoog was hij betrokken bij de inventarisatie van de vogelsoorten langs het voorgenomen tracé. “We hebben zelfs tot dan toe onbekende soorten gevonden, met name aan de Caribische kant,” vertelt hij met enige trots. Wat een buitenkans doet zich hier voor. De behoorlijk terughoudende en ietwat verveelde man van gisteren, blijkt vandaag iemand met een interessant verhaal te zijn. Zelfs in Nicaragua hebben stille wateren diepe gronden. “Was het makkelijk om het gebied tussen Punta Gorda en San Carlos te bereizen?” wil ik van hem weten. Even een fact check of de reisorganisatoren die hebben verteld dat het onmogelijk zou zijn die streek te bereizen me iets op de mouw hebben gespeld. “Vrijwel onmogelijk,” vertelt hij, “we hebben oud materiaal van de contra's moeten huren, want zelfs de regering kon ons niet eens helpen! Zij zijn vrijwel de enigen die daar de weg weten.” Met financiële en militaire steun van de Verenigde Staten vormden ex-leden van de gevreesde Nationale Garde van Somoza, anti-Sandinisten en een groep die zich belazerd voelde door de Sandinisten de zogenaamde “Contra beweging” die zich na de Sandinistische overwinning van 1979 tijdens de jaren 80 van de vorige eeuw tegen de revolutionaire regering onder leiding van Daniel Ortega verzette. Hij bevestigt ook het verhaal dat de route bij Punto Brito is verlegd in verband met de daar in het mangrovebos aangetroffen unieke species. Ik vertel hem dat ik er eerder deze week ben geweest, hetgeen bij hem de reactie uitlokt dat het een smokkelhol is en een van de belangrijkste doorvoerroutes voor drugs afkomstig uit Colombia en Peru. Dat zou best eens zo kunnen zijn, want over zee liggen die landen er niet onmogelijk ver vandaan. Over de verstoring van het ecosysteem in het meer door het uitbaggeren van de vaargeul weet hij niet al te veel “dat was de taak van de marinebiologen.” Wat hij echter wel weet is dat de unieke zoetwaterhaaienpopulatie van het meer met uitsterven wordt bedreigd. Dat was sowieso al het geval als gevolg van de concessie die ooit aan een Zuid-Koreaans bedrijf was gegeven om die vissen te vangen, “die lui ging het vooral om de haaienvinnen, de huid, het vlees en de rest interesseerde ze geen bal.” De Koreanen zijn al lang vertrokken, het ecosysteem blijvend verstoord achterlatend.
Opnieuw wat wijzer geworden, bereiken we de buitenwijken van Managua die ik gelijk herken aan de fleurige metalen “arboles de la vida,” het project van compañera Rosario Murillo, de invloedrijke echtgenote van President Daniel Ortega. “Die dingen kosten 20 duizend dollar per stuk,” schampert de chauffeur, “daar kun je twee eenvoudige huisjes voor bouwen voor mensen zoals ik die weinig middelen hebben.” Het Museo Acahualinco is nog immer gesloten, de zogenaamde “verbouwing” duurt eindeloos, doch is ook volgens Alexander een doekje voor het bloeden. Zoals bij meerdere museums, zou er sprake zijn van een arbeidsconflict of hebben de medewerkers gewoon geen zin om de zaak open te doen. Dan maar naar de Loma de Tiscapa. Ik doe net of dit de eerste keer is en daardoor ontdek ik dat Carlos, de begeleider aan het begin van de reis, de kantjes er aardig vanaf heeft afgelopen. Natuurlijk is het beeld van Sandino hetzelfde en het kleine tankje dat Mussolini aan collega dictator Somoza cadeau deed ook. Wat rest van de voormalige presidentiële residentie heeft echter ook nog een achterkant waarop een grote luchtfoto hangt van hoe het er voor de grote aardbeving van 1972 uitzag. De strategische ligging wordt verder benadrukt als we de kleine – eigenlijk gesloten – uitkijkpost beklimmen. Van daar zijn de het in de diepte naastgelegen kratermeer te zien en de kelders van het grote huis, of beter gezegd wat daar van over is. De kelders werden gebruikt om tegenstanders van het regime op te sluiten en te martelen, ook zouden halfdood gemartelde mensen het meer ingegooid te zijn. Én dit is de locatie waar op 21 februari 1934 het einde van het leven van de nationale held Augusto César Sandino begon. Na afloop van een diner met President Sacasa – dat achteraf zijn laatste avondmaal zou blijken te zijn – werden Sandino en een aantal medestanders door de Nationale Garde – waarvan de latere dictator Somoza het hoofd was – onderaan de heuvel aangehouden, kort gevangen gezet en vervolgens standrechtelijk gefusilleerd.
wordt vervolgd
|