|
SALONFÄHIG (29022016) De gevoelstemperatuur kruipt langzaam maar zeker naar de 40 graden, hetgeen de schuld is van de hoge luchtvochtigheid en het ontbreken van een zomers briesje. Ondanks de recente verhoging van de energietarieven – die minstens verdrievoudigd zijn – zet vrijwel iedereen in Buenos Aires die een airco heeft dat ding op de hoogste stand. Volgens hen die zuinig omgaan met elektriciteit aanmoedigen, is dat juist de ergste stroomvreter die de meeste mensen in huis hebben. Hoeveel het allemaal gaat kosten is van later zorg, wat nu telt is een koele leefomgeving of werkplek. Op dergelijke dagen is het soms prettig om langs winkels of kantoorgebouwen te lopen waarvan de deuren open staan: je voelt dan iedere keer heel kort een vleugje koude lucht. Dat alles vergroot de kans dat het netwerk de vraag niet meer aankan, met stroomstoringen als gevolg. Ik sta op het punt koffie te gaan zetten als dat lot mijn buurt treft, voor zo lang als het duurt dus geen koffie, geen internet, geen computer, enzovoort. Noodgedwongen drink ik water, ga een boek lezen en doe een schemerlamp aan. Als die weer licht geeft, dan is de storing voorbij. Normaal gesproken zijn dit soort onderbrekingen in mijn wijk van korte duur omdat er nogal wat overheidskantoren zijn die, zo was tot nu toe althans het geval, met voorrang weer van stroom worden voorzien. Vandaag gaat die vlieger niet op. Na anderhalf uur wachten ben ik het beu. Omdat ik deze week sowieso nog een keer naar het Palais de Glace – het IJspaleis – wil gaan, lijkt me dit een goede gelegenheid. In dat IJspaleis, alleen de naam al werkt verkoelend, worden tot het einde van de maand kunstwerken geëxposeerd die werden ingezonden voor de Salon Nacional de Artes Visuales. Die ik graag nog eens wil zien. De binnentemperatuur van het Palais de Glace roept herinneringen op aan de tijd dat dit nog een overdekte kunstijsbaan was, de koelinstallatie draait op volle toeren. Heerlijk! Maar wat ik tijdens een onverwacht bezoek op een van de laatste dagen van het vorige jaar zo verrassend vond, is nauwelijks twee maanden later een stuk minder. Omdat ik het voor de tweede keer bekijk? Omdat ik vandaag een kritische bui heb? De Salon is een jaarlijks terugkerende competitie waaraan beeldend kunstenaars uit heel Argentinië deelnemen. Er is een vakjury voor iedere discipline: grafiek, textiel, sculptuur, tekenen, keramiek, schilderkunst, installaties en andere media. In iedere categorie worden vijf prijzen toegekend: van een Eervolle Vermelding tot en met een Grote Prijs. Daarnaast is er nog een lange lijst van “Artistas Selectionadas” wiens werk – bij wijze van troostprijs? – goed genoeg is bevonden om te worden tentoongesteld. En daar is het volgens mij goed misgegaan, omdat het selectiecriterium eerder het aantal vierkante meters muur en vloer die moeten worden gevuld lijkt te zijn geweest, dan de kwaliteit van hetgeen erop is gehangen of geplaatst. Vooral het knutselwerk van de “andere media” valt me op. Neem nu dat ronde houten bord waarop de kunstenaar flink bezig is geweest om er met een nietmachine koperen nietjes in te jassen of de collega die met dun koperdraad een soort grote fuik heeft gehaakt. Haken en breien zijn dit jaar trouwens trendy, er zijn twee objecten waar zelfs de bollen wol of katoen waarmee ze zijn gemaakt er nog onderliggen. Alsof het vrouwenportret en de luchtige rode jurkjes op een hanger nog niet helemaal af zijn. Alsof de maaksters later vandaag langs zouden kunnen komen om er nog wat verder aan te werken, alsof de navelstreng van hun schepping nog niet is doorgeknipt. Hetgeen een band schept met iets wat op afstand een roze wandkleed lijkt, maar zodra je er met je neus bovenop staat zie je iets is dat bestaat uit honderden minuscule plastic poppetjes die slordig op een wijdmazig net zijn geknoopt. Dat poppetjes in de smaak vielen bij de jury, bewijst het “tableau vivant” van achter glas gepropte vingerpoppen. “Zelf genaaid,” laat de maakster trots weten, huisvlijt dus. Het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Enigszins macaber, maar ook intrigerend vind ik de installatie van vrouwentorso's die aan vleeshaken hangen, op hun billen is een paars vleeskeuringsnummer gestempeld. Uit de titel – ”Vermoord omdat ze van mij was” – leid ik af dat het een protest is tegen het in Argentinië veel voorkomende geweld tegen vrouwen. De installatie van gestapelde mensenschedels waar kraaien in aan het pikken zijn, heet om onduidelijke reden “Lam Gods” maar eigenzinnig is het beslist. De nostalgie opwekkende antieke houder voor rollen inpakpapier, zo'n ding dat in het presupermarkttijdperk op vrijwel iedere winkeltoonbank stond, mag er ook zijn. Het zichtbare deel van de bovenste rol heeft de kunstenaar vervangen door een serie van papier gevlochten matjes. Smaakvol hergebruik. Maar wat springt er nu echt uit? Welk werk is er in mijn ogen nu echt salonfähig? Nee, niet het wandkleed van de volksheilige Gaucho Gil of het tableau met porseleinen roosjes of de portretten die een homofiele kunstenaar van zijn favoriete partners heeft geschilderd. Maar wél de schaal met een veelkleurig aangebroken brood van keramiek, het sfeervolle “bos van steen” en bovenal de kleurrijke houtgravure met een chagrijnige vrouw als het middelpunt van een huiskamer, die zou zo bij mij thuis aan de muur mogen komen hangen. |