ONDERTUSSEN IN BUENOS AIRES (31012017)

>Aan het begin van het nieuwe jaar wordt op de voorpagina van veel buitenlandse digitale kranten de vernieling van het standbeeld van de voetballer Lionel Messi gemeld. Dat beeld staat in Buenos Aires, samen met die van een tiental andere Argentijnse sporthelden, aan de Costanera Sur, een wandelboulevard langs de lagune van de Reserva Ecológica. Een natuurreservaat dat ligt ingeklemd tussen die boulevard en de Río de la Plata, daar kom ik een paar keer per week 's ochtends vroeg langs om de simpele reden dat het op de route van mijn ochtendkilometers ligt. De ietwat lullige beelden vormen samen de “Paseo de la Gloria,” een soort navolger van de “Walk of Fame” in Hollywood en zijn bedoeld als het symbolische startschot van de voorbereidingen voor de Jeugdolympiade waarvan Buenos Aires in 2018 de gaststad zal zijn. Het beschadigen en vernielen van beelden is hier zelden groot nieuws, omdat het jatten van metalen delen van een beeld of van de vaak op de sokkel bevestigde bronzen gedenkplaten sinds jaar en dag zo'n beetje tot de plaatselijke folklore behoort. Als mosterd na de maaltijd zijn er de laatste jaren om veel beelden hekwerken geplaatst, maar bij de sporthelden dus niet.

Het beeld van Messi met de bal aan de voet, dat niet eens van brons of een ander metaal is gemaakt, is van het bovenlichaam ontdaan. Alsof de man met de zeis is langs geweest of iemand met een kettingzaag. De benen en de billen zijn ingepakt in een blauwe lap en stukken landbouwplastic die met een stuk touw zijn vastgeknoopt. Het van glasvezel of zo gemaakte beeld is hol van binnen en met wat aluminiumprofielen verstevigd. De buitenkant is afgewerkt met een goudbruine verf die de indruk wekt dat het van brons is. In tegenstelling tot elders, is het grote nieuws in Buenos Aires dat de vernieling van het beeld internationaal in het nieuws is. Nieuws over nieuws derhalve. Veel Argentijnse voetballiefhebbers hebben een haat-liefdeverhouding met Messi. De bijna 30 jarige crack woont al vanaf zijn 13e in Barcelona, zingt nooit het volkslied mee als hij met de nationale ploeg speelt en voetbalt dan meestal ook nog eens ver beneden het niveau waarop wij hem bijna iedere week op de televisie met FC Barcelona zien spelen. De kritiek is dan niet van de lucht. Als hij daarna echter een paar keer uit een vrije trap een prachtig doelpunt scoort, dan wordt dat dagenlang tot vervelens toe herhaald en in superlatieven door de met sportjournalisten bemande panels besproken. Vaak dezelfde journalisten die Messi niet zo lang geleden nog verketterden toen hij een strafschop miste waardoor Argentinië in de finale van de Copa América van Chili verloor. De ingepakte resten van het beeld zien er zo'n beetje uit als van iemand op een skateboard, 't is dat zijn naam op de sokkel staat: Lionel Messi.

Eind januari staat Argentinië opnieuw op de voorpagina van een aantal buitenlandse digitale kranten. Deze keer gaat het over een geslaagde poging om in het Guinness Book of Records terecht te komen. Het Algemeen Dagblad bericht: “1.941 mensen drijven naar een wereldrecord in Argentinië.” Het gebeurde allemaal op het Lago Epecuén, dat zo'n 550 kilometer van Buenos Aires ligt. Het water van het meer is tien keer zouter dan zeewater, wat drijven natuurlijk een stuk makkelijker maakt. Bij een grote overstroming in 1985, verdween het op de oever gelegen dorp Villa Epecuén langdurig onder water. Nadat het weer droog viel, was het een spookstadje geworden in een landschap met door zout aangevreten ontbladerde bomen dat door Salvador Dali geschilderd zou kunnen zijn. Het tv-journaal laat zien hoe bijna tweeduizend mensen tegen die grijze achtergrond hand in hand in het water drijven om een zinloos record te vestigen. Ondertussen gaat het echte nieuws aan de onderkant van Zuid-Amerika over de grote pampabranden in Argentinië en de vrijwel onblusbare bosbranden in Chili. Maar daarover lees je aan de bovenkant van de wereld dan weer niets. Nou ja, bijna niets, want wijnjournalist Harold Hamersma besteedt er achter in de zaterdagbijlage van de NRC wel aandacht aan. Onder de kop “Help de Chilenen de bosbrand door” worden de lezers aangemoedigd wijnen uit de Valle del Maule te kopen om de aldaar getroffen wijnboeren te steunen. Een sympathieke oproep die, zo vermoed ik, eerder de bankrekening van tussenhandel en slijters zal spekken, dan die van de boeren. Desondanks zal ik er alles aan doen om ze uit de brand te helpen.