DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 7 (06082016)

Woensdag 15 juni 2016 – Dakar – Île de Gorée
Na een fles ijskoud Gazellebier in Villa Castel, waar ik zal overnachten, gaan we aan de wandel. Het Maison des Esclaves wordt vandaag druk bezocht door schoolreizende studenten. In het huis was een van de twaalf “comptoirs” gevestigd waar de groothandelaren de “ingekochte” slaven tijdelijk in cellen in de kelders opsloten totdat ze werden doorverkocht aan de kapiteins van de schepen die voorbij kwamen. Aparte cellen voor mannen, vrouwen en kinderen én eentje met het bordje “CELLULE DES RECALCITRANTS” voor de dwarsliggers die absoluut geen trek hadden om de oceaan over te steken en daar dwangarbeid te gaan verrichten. Gewend als ik ben aan de foto's en afbeeldingen van het huis, waarop de twee halve maantrapjes staan die de toegang naar de stukken lichtere en ruimere woon- en werkvertrekken vormden, ben ik verrast dat je eerst door een soort gevangenpoort moet die toegang geeft tot de binnenplaats waar het open trappenhuis dan opdoemt. Het benadrukt de functie van het gebouw, het was een verkapte gevangenis. Desondanks heeft het Maison bij lange na niet de allure, maar wel dezelfde functie, als de stukken grotere slavenforten van Elmina en Cape Coast in Ghana. Het heeft wel wat weg van het Portugese fort São João in Ouidah in de Republiek Bénin. Aan de andere kant was het eiland door de geringe omvang uitsluitend aan deze ene activiteit gewijd, er was gewoonweg te weinig ruimte om land en/of tuinbouw te bedrijven zoals bijvoorbeeld op het stukken zuidelijker gelegen eiland São Tomé, dat voor de Portugezen als depot functioneerde voor uit Angola aangevoerde slaven. Ik heb ze allemaal bezocht en schrijf de voorgaande zinnen dus op basis van eigen waarnemingen. De handel in slaven was de zogenaamde “tussenlading” van de trans-Atlantische driehoekshandel, de ruilhandel waarin de West-Indische Compagnie een eeuw lang een vooraanstaande positie innam.

Waarom zou ik het Maison d'Education Mariama Bâ willen bezoeken? Op mijn reiswensenlijstje stond inderdaad dat ik in Dakar eventueel aan de schrijvers Sémbène Ousmane en/of Mariama Bâ gelieerde instellingen zou willen bezoeken, zonder overigens te weten of die bestonden. Maar een middelbare school die niet meer dan de naam van een van beiden draagt, hoorde daar beslist niet bij. Toch staan we opeens voor de poort van het Maison d'Education, hetgeen waarschijnlijk ook niet te vermijden was op dit piepkleine eilandje. “Verboden Toegang voor Onbevoegden” en een onwillige gardien, houden ons vooralsnog op afstand. Amadou begint in het Wolof tegen de bewaker te praten, af en toe afgewisseld door wat woorden of zinnen in het Frans. Zo gaat dat hier heb ik ondertussen al ontdekt. Hij beschrijft mij als een schrijver die op zoek is naar Mariama Bâ en graag even zou willen rondkijken. “Onmogelijk! Dit is een meisjesinternaat waar bezoek alleen maar na het maken van een afspraak welkom is.” En die afspraak hebben we dus niet. Opnieuw een discussie en dan zomaar een handgebaar dat we mee moeten komen naar het gebouw waar de directie zetelt. Daar moeten we bij de ingang wachten en krijgen na een paar minuten opnieuw een handgebaar en staan vervolgens oog in oog met de directeur. De verbazing druipt van zijn gezicht, maar hij staat mij wel te woord. Hij legt uit dat de school in de koloniale tijd dezelfde toelatingseisen stelde als het Maison d'education de la Légion d'honneur in de Parijse voorstad Saint-Denis en uitsluitend dochters van Fransen toeliet. Het toeval wil dat ik niet te lang geleden een documentaire heb gezien over die eliteschool, die in 1809 door Napoleon Bonaparte per decreet werd opgericht. Het is een internaat waar alleen maar meisjes worden toegelaten die een ouder, een grootouder of een overgrootouder hebben die gedecoreerd is met het Légion d'honneur, de hoogste Franse onderscheiding. Het is een luxe enclave in een dichtbevolkte migrantenwijk, doch over deze paradox heeft de directrice desgevraagd een duidelijke mening: “On était là avant. Nous sommes là depuis plus de 200 ans – Maar wij waren hier wel eerder. Wij zitten hier al meer dan 200 jaar.”

Terug naar Gorée. Na de Senegalese onafhankelijkheid werd dit aanvankelijk dé school voor de dochters van de nieuwe elite, totdat de echtgenote van de eerste Senegalese president Léopold Sédar Senghor voor een kentering zorgde. Zij vond dat het een school moest worden voor de best presterende meisjes uit Senegal, ongeacht de sociale status van hun ouders. En aldus geschiedde. Ieder jaar doen 150 meisjes uit heel Senegal – tenminste eentje uit ieder van de 11 regio's – die qua studieresultaten aan de wettelijk vastgelegde voorwaarden voldoen, toelatingsexamen en worden er 32 toegelaten. De overheid betaalt vervolgens de studiekosten tot aan het afstuderen. Van de afgestudeerden stroomt vrijwel 100% door naar de universiteit. En wat heeft dit alles met Mariame Bâ te maken? Die was onderwijzeres, maar aan deze school? Schreef ze hier soms haar boeken: “Een lange brief” en “Het scharlaken lied”?

wordt vervolgd