|
DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 17 (09092016) Zondag 19 juni 2016 – Saint Louis – Touba – Diourbel – Kaolack Touba werd in 1883 gesticht door de religieuze leider Cheikh Amadou Bamba, die ook wel Khädimu 'r-Rasul – Dienaar van de Profeet wordt genoemd, hij was de oprichter en tijdens zijn leven de leider van de Broederschap der Mouriden, een vertakking binnen de Islam zoals die binnen de Christelijke kerken ook bestaan. Allemaal kennis die ik achteraf opdoe, want de gids heeft haast en vindt het veel belangrijker om mij voor een vriendenprijs een slordig in elkaar geflanst werkje met de biografie van de Cheikh te slijten en wordt ietwat pissig als ik – “non, merci mon ami” – niet onmiddellijk toehap. Amadou Bamba ligt in de moskee begraven, alwaar zijn graf het reisdoel is van de pelgrims die tot de Broederschap behoren, ze zitten bij de schrijn van hun geestelijke leidsman uit de koran te lezen of te bidden. Tot ongenoegen van de gids bekijk ik de decoraties ietsje langer dan hij wenselijk acht om het verschil in stijlen te bewonderen in de verschillende ruimten van de eindeloos grote moskee. Ik kan er niet mee zitten, zonder op dat moment te weten dat ik de komende uren nog een aantal malen nader kennis te zullen maken met de Cheikh. Na afloop van het bezoek aan de moskee, nog maar net de stad uit, worden we in een dorp naar de kant van de weg gedirigeerd. Er staan veel opgetogen mensen, alsof er een wielerkoers langs gaat komen. Na een paar minuten kondigen luid claxonnerende chauffeurs de komst van de bussen vol met opgewonden aanhangers van de Cheikh aan, ze staan zelfs op het dak. Het zijn net Argentijnse voetbalsupporters onderweg naar het stadion, maar dit zijn pelgrims die naar Touba gaan. Ze worden toegejuicht door de lokale bevolking. Volgens Amadou is de leider van de pelgrimage een populaire maraboet, het is in ieder geval een openbare geloofsbelijdenis die niet erg alledaags is in de stad waar ik woon. Na nog meer kilometers richting Diourbel, met langs de weg dorpen waar veel lage onderkomens met een rond dak staan die me aan iglo's doen denken, aan de linkerkant opeens een bijzonder bouwwerk. Zowel qua vormgeving als het gebruikte bouwmateriaal: stevig riet. “Een moskee, wil je even kijken?” vraagt Amadou geheel ten overvloede. Alsof ik de halve wereld over reis om zoiets speciaals – in mijn ogen althans – letterlijk links te laten liggen. De voorkant bestaat uit geschakelde rietmatten met een ronde bovenkant met in het midden een toegangspoort met erboven een tekst uit de koran, waar achter een donkere sluis is met aan het einde meer “muren” van gevlochten riet. Vanaf de weg zijn nog iets verder naar achteren een tweetal enigszins scheef staande torens te zien – minaretten? -, iets dat gezien het gebruikte bouwmateriaal allerminst verbaast. Boubacar, een slordig geklede en bebaarde man van ergens in de dertig, komt naar buiten lopen en biedt mj een rondleiding aan. Uiteraard een aanbod dat ik onmogelijk kan afslaan. wordt vervolgd |