DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 17 (09092016)

Zondag 19 juni 2016 – Saint Louis – Touba – Diourbel – Kaolack
Zigeuners die met paard en wagen door de Sahel trekken en nomaden met kuddes dromedarissen die de laaghangende takken van de acacia's kaal vreten. Nooit gedachte vluchtige ontmoetingen. En ergens midden in dat droge semi-woestijnlandschap is er dwars over de weg een poort gebouwd, grijs beton zomaar in het niets. Het onding markeert de toegang tot de heilige stad Touba die recht vooruit in de verte moet liggen. Het is een stad met ongeveer een half miljoen inwoners die er nogal dorps uitziet: geen hoogbouw, veel paard en wagens op straat, maar met in het stadshart een werkelijk gigantische moskee, volgens zeggen de grootste in Afrika ten zuiden van de Sahara. Ik word er opgewacht door een gids van die mij een lang gewaad – een jurk zouden wij zo'n ding waarschijnlijk noemen – geeft om over mijn t-shirt en korte broek aan te trekken voordat we die enorme moskee binnen kunnen gaan. Niet dat er “kledingpolitie” of zo rond loopt die dat in de gaten houdt, het is hier heel vanzelfsprekend gepast gekleed te zijn zo zie ik om mij heen. Uit de verte had ik al gezien dat een paar hoge minaretten nog in de steigers staan, hetgeen me doet denken aan de in de Europese middeleeuwen eindeloos durende bouw van katholieke kerken en kathedralen, want de bouw van de moskee werd al in 1887 gestart. En net als destijds in Europa gaat het ook hier stap voor stap en is dat afhankelijk van wanneer er geld beschikbaar is. In Senegal komen er echter geen steenhouwers of schrijnwerkers aan te pas om het gebouw en het interieur op te sieren, maar zijn het gespecialiseerde Marokkanen die bijvoorbeeld de binnenkant van de koepels van mooie geschilderde motieven en koranteksten voorzien. Voor de rest lijkt de moskee erg op zo'n kerk van na de Beeldenstorm of die na de hervorming werd gebouwd: sober en streng qua decoratie zodat de aandacht van de gelovigen zich op het woord van Allah of God kan concentreren zonder te worden afgeleid door mooie beelden, schilderijen of wandkleden.

Touba werd in 1883 gesticht door de religieuze leider Cheikh Amadou Bamba, die ook wel Khädimu 'r-Rasul – Dienaar van de Profeet wordt genoemd, hij was de oprichter en tijdens zijn leven de leider van de Broederschap der Mouriden, een vertakking binnen de Islam zoals die binnen de Christelijke kerken ook bestaan. Allemaal kennis die ik achteraf opdoe, want de gids heeft haast en vindt het veel belangrijker om mij voor een vriendenprijs een slordig in elkaar geflanst werkje met de biografie van de Cheikh te slijten en wordt ietwat pissig als ik – “non, merci mon ami” – niet onmiddellijk toehap. Amadou Bamba ligt in de moskee begraven, alwaar zijn graf het reisdoel is van de pelgrims die tot de Broederschap behoren, ze zitten bij de schrijn van hun geestelijke leidsman uit de koran te lezen of te bidden. Tot ongenoegen van de gids bekijk ik de decoraties ietsje langer dan hij wenselijk acht om het verschil in stijlen te bewonderen in de verschillende ruimten van de eindeloos grote moskee. Ik kan er niet mee zitten, zonder op dat moment te weten dat ik de komende uren nog een aantal malen nader kennis te zullen maken met de Cheikh. Na afloop van het bezoek aan de moskee, nog maar net de stad uit, worden we in een dorp naar de kant van de weg gedirigeerd. Er staan veel opgetogen mensen, alsof er een wielerkoers langs gaat komen. Na een paar minuten kondigen luid claxonnerende chauffeurs de komst van de bussen vol met opgewonden aanhangers van de Cheikh aan, ze staan zelfs op het dak. Het zijn net Argentijnse voetbalsupporters onderweg naar het stadion, maar dit zijn pelgrims die naar Touba gaan. Ze worden toegejuicht door de lokale bevolking. Volgens Amadou is de leider van de pelgrimage een populaire maraboet, het is in ieder geval een openbare geloofsbelijdenis die niet erg alledaags is in de stad waar ik woon.

Na nog meer kilometers richting Diourbel, met langs de weg dorpen waar veel lage onderkomens met een rond dak staan die me aan iglo's doen denken, aan de linkerkant opeens een bijzonder bouwwerk. Zowel qua vormgeving als het gebruikte bouwmateriaal: stevig riet. “Een moskee, wil je even kijken?” vraagt Amadou geheel ten overvloede. Alsof ik de halve wereld over reis om zoiets speciaals – in mijn ogen althans – letterlijk links te laten liggen. De voorkant bestaat uit geschakelde rietmatten met een ronde bovenkant met in het midden een toegangspoort met erboven een tekst uit de koran, waar achter een donkere sluis is met aan het einde meer “muren” van gevlochten riet. Vanaf de weg zijn nog iets verder naar achteren een tweetal enigszins scheef staande torens te zien – minaretten? -, iets dat gezien het gebruikte bouwmateriaal allerminst verbaast. Boubacar, een slordig geklede en bebaarde man van ergens in de dertig, komt naar buiten lopen en biedt mj een rondleiding aan. Uiteraard een aanbod dat ik onmogelijk kan afslaan.

wordt vervolgd