SAINT-NICOLAS (05122017)

Als ik op zondagochtend 3 december in mijn nieuwe Franse woonplaats om 11 uur 's ochtends de deur uitstap, is de gevoelstemperatuur 6º onder het vriespunt. Dat is wel wennen na de afgelopen 30 jaar tijdens de Europese winters in Afrika en Zuid-Amerika te hebben gewoond. Inburgeren stelt harde eisen aan de migrant. Bij het binnenrijden van het stadje had ik natuurlijk de laatste weken de brede spandoeken wel gezien waarop de Marché de Saint-Nicolas werd aangekondigd, maar kon me daar weinig bij voorstellen. Totdat ik een paar dagen geleden een afspraak bij mijn verzekeringsman had. Op het raam van zijn kantoor hing een affiche die het Fête de Saint-Nicolas aankondigde, in de receptie lag een gedetailleerd programma en hij bekende een rol te spelen in de organisatie van het geheel. “Jij komt toch ook?“ Blijf dan maar eens weg in een dorp waar minder mensen wonen dan in de straat in Buenos Aires waar ik een paar maanden geleden nog woonde. Alsof de duvel ermee speelt – dat kan haast niet anders op de dag dat men een heilige eert – is het niet alleen koud als de mis in de grote kerk aan de overkant net is afgelopen, maar begint het bovendien licht te sneeuwen. De kerkklokken luiden overdreven lang voor die ene mis in de zes weken die, dankzij Saint-Nicolas, drukker is bezocht dan normaal. Samen met de meeste misgangers loop ik naar de 200 meter verder gelegen Place de la République, naar het zenuwcentrum van de feestelijkheden vandaag.

Er staan kraampjes met regionale lekkernijen – eetbaar en drinkbaar – speelgoed, kunstnijverheid. In de grote tent waar onder andere "VIN CHAUD" wordt geschonken, is het het allerdrukst en niet alleen omdat je er kunt schuilen voor sneeuw en kou. In tegenstelling tot veel van mijn dorpsgenoten vind ik het net iets te vroeg om al gekruide warme rode wijn, de Franse versie van “Bisschopswijn,“ te gaan lurken. Rondlopend vallen mij vooral de kinderen met een kerstmuts op en het grote aantal buggies duwende jonge ouders met vaak ook nog een kind dat net kan lopen aan de hand. Net alsof er hier de laatste paar winters langdurige stroomstoringen zijn geweest. Die vele kerstmutsen sluiten trouwens perfect aan bij de kerstliedjes die uit de luidsprekers klinken, Stille nacht, heilige nacht komt wat mij betreft een paar weken te vroeg en valt danig uit de toon. Verder is er niemand die zich er aan schijnt te storen. Weten zij veel...... Op de trappen van het stadhuis verzamelen zich kinderen met kerstmuts om nog meer kerstliedjes te gaan zingen. Ondertussen netwerk ik wat met de paar mensen die ik al ken en die mij aan anderen voorstellen, waaronder een potentiële leverancier van brandhout voor mijn open haarden. De sneeuw wordt dichter, het lijkt alsmaar kouder te worden, ik ga op huis aan en pas weer naar buiten als over een paar uur Saint-Nicolas aankomt.

Stipt om 2 uur loopt iedereen achter de muziek aan naar de jachthaven aan de Maas waar de Sint zal aanmeren. Sneeuw en kou weten van geen ophouden, maar verstoren de feestelijke stemming op geen enkele manier. Alle wegen richting aanlegsteiger worden door plaatselijke boeren geroutineerd geblokkeerd met tractoren met zwaailichten, net zoals bij de protesten van vorige zomer. Aan het water informeer ik of de Sint totdat hij mag opkomen al wacht op één van de jachten die er liggen, maar dat is niet het geval. Hij komt, zo wordt mij verteld, per “kayak“ over de rivier naar de steiger toe, waar het uitgelopen dorp hem zal ontvangen. De “kayak“ blijkt, tot mijn grote teleurstelling, een rubberboot van de brandweer te zijn. De verering van Saint-Nicolas hier in Lotharingen begon bijna duizend jaar geleden nadat een kruisridder uit de buurt van Nancy op de terugweg uit het Heilige Land in Bari, waar de resten van de Bisschop van Myra opgebaard lagen, één van diens rechtervingers steelt. In zijn geboortedorp werd om deze relikwie een kerk gebouwd, die al snel tot een bedevaartsoort uitgroeide toen er wonderen aan werden toegeschreven. De vinger van dezelfde Bisschop van Myra die volgens mijn ouders in Madrid woonde en daar vandaan ieder jaar per stoomboot naar Nederland kwam. Ons wonder was dan dat er op 5 december 's avonds op de deur werd gebonst, het licht uitging, vervolgens pepernoten werden gestrooid en als het licht weer aanging er midden in de kamer een jute zak vol met cadeautjes en snoepgoed stond.....

Uit het niets heeft Saint-Nicolas opeens gezelschap gekregen van Père Fouettard, een slordig geklede monnik die met een “martinet“ loopt te zwaaien, een zweepje met een stuk of tien strengen. Gelukkig geen Zwarte Pieten en dus ook geen felle discussies of Dokkummer protesten, over een verlopen monnik die met een SM zweepje zwaait, windt zelfs meneer pastoor zich hier niet op. Beiden stappen in de wachtende open calèche die met de muziek voorop en de stoet ouders, kinderen en andere belangstellenden er achter naar het stadhuis rijdt voor de officiële ontvangst. Het sneeuwt nog steeds, het is onverminderd koud, tijd om bij de open haard nog wat te mijmeren over vandaag. Dan schiet me zomaar die ene 5 of 6 december in Nigeria te binnen toen ik dankzij mijn geliefde, die voor een Franse oliemaatschappij werkte, onverwacht als introducee mee mocht naar een receptie ter ere van het naamfeest van hun schutspatroon: Saint-Nicolas! Het enige dat ik me met lichte heimwee én met zekerheid herinner is dat het die dag buiten heerlijk tropisch warm was, warmer zelfs dan deze decemberdag in mijn nieuwe huis bij het open haardvuur.