HUISALTAAR (18022018)

Het huis dat vandaag vijf maanden geleden het mijne werd, heb ik gekocht van de erfgenamen van de vorige bewoner die ruim drie jaar eerder was gaan hemelen. Het stond nog erbij alsof ze pas gisteren de deur achter zich had dichtgetrokken, hetgeen mij goed uitkwam. Hoewel ik zowaar een verhuizer had gevonden die bereid was mijn spullen van Buenos Aires naar Europa te verhuizen, was ik er nog steeds niet helemaal gerust op. Waarom hadden alle anderen geweigerd om een offerte te maken omdat ze problemen met de Argentijnse douane verwachten en was dat voor deze geen enkel probleem? Met dat in het achterhoofd bracht ik een bod uit op het huis inclusief de inboedel, ondanks dat de twee dochters die het huis van hun moeder hadden geërfd een paar dagen eerder laten weten dat absoluut niet te willen. Ik speelde alles of niets in de wetenschap dat de enige potentiële koper die er de afgelopen jaren was geweest geen hypotheek had kunnen krijgen en dat de erfgenamen alletwee in een klein appartement in Parijs woonden waarin ze sowieso geen ruimte voor de inboedel zouden hebben. “Je weet toch dat ze dat niet willen,“ zei de zichtbaar balende makelaar. “Dan wachten ze toch nog eens drie jaar op de volgende koper?“ was mijn reactie, “als ze vandaag ja zeggen, dan teken ik morgen het voorlopig koopcontract en betaal de notaris de borgsom.“ Na een dag onderhandelen werd de koop gesloten. Eva en Elisa konden hun geërfde stenen omzetten in Euro's, ik kreeg een huis waar ik zonder veel gedoe in zou kunnen trekken.

De afspraak was dat de dochters wat persoonlijke spullen uit het huis zouden halen en ik de rest zou opruimen. De hoeveelheid meubels, bedden, kussens, lakens en slopen, serviezen, glazen en bestek, tafellakens en servetten, potten en pannen, handdoeken en theedoeken, gordijnen en lappen stof en boeken was ongelooflijk. Ik kreeg sterk de indruk dat er iemand in het huis had gewoond die zonder verder na te denken alles wat los en vast zat in de uitverkoop en op veilingen had gekocht, op veel meubels zaten zelfs de plakkers van de veilinghuizen nog. Kort gezegd: iemand die koopziek was geweest. De dag na het passeren van de koopakte begon ik met de grote opruiming, zonder dat er overigens ook maar iets werd weggegooid. Via, via kwam het meeste bij een liefdadigheidswinkel net over de Belgische grens terecht. Toen dat achter de rug was, deed ik twee bedden het huis uit en verplaatste wat meubilair, haalde mijn Keulse potten, puddingvormen en terrines tevoorschijn om de keuken op te sieren en hing kunst uit mijn eigen verzameling aan de muur. Maar ik was er nog lang niet. Er stonden nog steeds te veel meubels en in mijn verhuiscontainer zat ook nog het nodige........

Bij het openen van de luiken, zie ik dat het vannacht licht heeft gesneeuwd. Een perfect excuus om vandaag niet naar buiten te gaan en een paar dingen in huis te doen die ik al wekenlang voor mij aan het uit schuiven ben. Te beginnen met het uit elkaar halen van de naar verhouding te grote en te donkere tweedelige eikenhouten kast die in de zitkamer staat. Daarbij was de ontdekking dat het bovenste deel er los op staat net het duwtje dat ik nodig had. Hoewel ze loodzwaar zijn, laten de twee deurtjes laten zich makkelijk uit de scharnieren lichten, de twee bijna net zo zware legplanken kosten wat meer moeite en dan blijken de bovenlijst en de dekplaat muurvast te zitten. Wat ik ook probeer, er is geen beweging in te krijgen. Dat is het einde van mijn plan om het bovenste deel uit elkaar te halen en de onderdelen op zolder te stallen. Tijdens de koffiepauze staart de met een rode stof beklede binnenkant van de kast mij aan. Hoewel het ding er zonder deurtjes en planken wel stukken lichter en minder massief uitziet, kan het beslist niet zo blijven.

Tijdens mijn tweede kop koffie gebeurt het. Komt het door de gesprekken vorige week over de teruggave van door de Britten geroofde kunst uit de Nigeriaanse stad Benin, waar ik in 1992 in het huis van de Ogiamien – een traditionele hoogwaardigheidsbekleder - het indrukwekkende voorouderaltaar mocht bekijken? Komt het door de toevallige gesprekken met een beeldend kunstenaar over haar installaties? Komt het door die paar dozen met spullen en foto's uit het huis van mijn ouders en grootouders die door mijn oudste zus werden bewaard en die ik een paar weken geleden heb gekregen? Daarin vond ik onze stamboom, het familiewapen, de trouwfoto van mijn onherkenbaar jeugdige en goed uitziende ouders, veel foto's van mijn moeders ouders bij wie ik in mijn jonge jaren bijna iedere vakantie logeerde, een foto van mijn vaders vader die ik nooit heb gekend en die daarop sprekend lijkt op het koperen Boeddhabeeldje dat bij mijn andere grootouders op de schoorsteen stond. De kast die een half uur geleden nog in de weg stond, heeft opeens een functie. Met een overbodige spiegel, met een vaas met droogbloemen die in de weg staat en met alle foto's in hun lijstje van toen, verandert het onding in een eerbewijs aan mijn ouders en grootouders. En zo heb ik tot mijn eigen verrassing opeens een huisaltaar in de salon staan.