|
MONUMENT ALLEMAND (19092018) Mijn zomerse zondagochtendroutine op het Franse platteland bestaat gewoonlijk uit het bezoeken van één of twee brocantes – rommelmarkten en, als het zo uitkomt, daar ergens in de buurt iets bekijken dat misschien de moeite waard zou kunnen zijn. Zo was er vorige maand de jaarlijkse rommemarkt in Bazeilles, vlakbij Sedan en niet te ver van de grens met België. In en rond Bazeilles werd op 1 september 1870 zwaar gevochten tussen Fransen en Duitsers, later op die dag gaf l'Empereur Napoléon III zich met 90 duizend soldaten in Sedan over. Op prenten uit die tijd is te zien hoe de keizer ten teken van de overgave zijn zwaard aan Koning Wilhelm van Pruisen overhandigt. Het was tegelijkertijd het einde van het Franse keizerrijk, echter nog niet het einde van de oorlog. In Parijs werd de republiek uitgeroepen en de republikeinse regering zette de strijd, of wat daarvoor doorging, voort. Terwijl hun legers Parijs omsingelen, waren de Duitse vorsten in Versailles bijeen. Ze besloten er tot de eenwording van Duitsland en de proclamatie van het Duitse Keizerrijk onder leiding van het Pruisische koningshuis. Op 18 januari 1871 werd Koning Wilhelm van Pruisen in de Spiegelzaal van het Paleis van Versailles tot Keizer van Duitsland uitgeroepen. Ruim een maand later werd de wapenstilstand gesloten, op 10 mei zou in Frankfurt de vrede worden gesloten. Op 2 september 1871, een jaar na de overwinning op de Fransen bij Sedan, werd in Berlijn voor het eerst “Sedantag” gevierd. Voor de fries direct onder de quadriga die op de Brandenburger Toren staat, hing toen een spandoek waar groot SEDAN op stond. De overwinning bij Sedan zou daarna jaarlijks worden gevierd tot september 1918, een paar maanden voor het einde van de volgende oorlog: la Grande Guerre, de Eerste Wereldoorlog, die tevens het einde van het Duitse Keizerrijk betekende. Eind augustus 1914. Een maand na het begin van die Eerste Wereldoorlog, wordt er rond Sedan op vrijwel dezelfde dagen als in 1870 opnieuw stevig gevochten. Door de Duitsers om de Maas over te kunnen steken, door de Fransen om dat te verhinderen. Aan beide zijden sneuvelen dusdanig veel soldaten dat er, kort nadat de Fransen zijn teruggedreven, massagraven moeten worden gedolven waarin die gesneuvelden ongeacht hun nationaliteit worden begraven. In Sedan wordt zo'n massagraf gegraven op het Saint-Charles kerkhof, dat op de top van een heuvel ligt en waarvan niet eens de onderste helft in gebruik is. Aan het eind van een langzaam klimmende weg, op zo'n 300 meter van de toegangspoort, staat een gedenknaald voor de gevallenen van de Oorlog van 1870, met de ietwat gratuite woorden “honneur et patrie” erop. Vanaf dat punt heb je trouwens een mooi uitzicht over de stad en het Maasdal, hoewel je daar in je graf natuurlijk weinig aan hebt. De Duitsers gaan het ruim achter het front gelegen Sedan als een medisch centrum voor de verzorging van hun zieken en gewonden gebruiken, met als bijeffect de nodige sterfgevallen en derhalve behoefte aan grafruimte. Daartoe vordert de bezetter de grond bij het massagraf om er een erebegraafplaats voor hun doden aan te leggen. Die wordt ontworpen door Professor Ludwig Lony, een dienstplichtig onderofficier die in vredestijd architectuur doceert aan de Universiteit van Trier. De “Heldenfriedhof” wordt van de Franse burgergraven gescheiden door zo'n muur die ik zo goed uit Argentinië ken, zo'n muur met nissen waar je de doodskisten in kunt schuiven alsof het schuifladen zijn. In het midden staat een groot kruis met ernaast ruimte om de platen te monteren waarin de namen van de gevallenen kunnen worden gehakt. Er voor worden op de glooiende heuvel een aantal terassen aangelegd voor individuele graven, maar vooral voor de bouw van een bijzonder en stoer monument. Het zou mij niets verbazen als de diensplichtig architect dat monument heeft ontworpen met foto's van die eerste Sedantag op zijn netvlies of op zijn tekentafel. Foto's van de Brandenburger Toren met het spandoek met SEDAN erop. En hoe verzin je het om gewapend beton als bouwmateriaal te kiezen? Wellicht omdat het in ruime mate beschikbaar was, maar vast en zeker ook omdat zo'n bouwwerk zich niet zomaar laat slopen. Het bewijs zijn de ontelbare kleinere bunkers en enorme verdedigingswerken uit beide wereldoorlogen in deze streek – zoals bijvoorbeeld delen van de Maginotlinie – die er nog steeds staan. De aanleg van de erebegraafplaats, inclusief de bouw van een kleine imitatie van de Brandenburger Toren, werd tussen juni en oktober 1915 uitgevoerd door in en rond Sedan gelegerde of herstellende Duitse soldaten. Dankzij ansichtkaarten die ervan werden verkocht en, zo zie ik op websites waarop die kaarten worden aangeboden, met de Feldpost naar het thuisfront werden gestuurd, krijg ik een goed beeld van hoe die “Heldenfriedhof” er destijds uitzag. Na de oorlog besloten de Fransen om de Duitse doden te herbegraven en de muur met de wandgraven af te breken, maar het monument..... En zo rijd ik na de brocante van Bazeilles naar Sedan, op zoek naar wat hier al heel lang het “Monument Allemand” wordt genoemd, het Duitse Monument. wordt vervolgd |