MONUMENT ALLEMAND - 3 (04102018)

Een gietijzeren poort om de doden buiten de bezoekuren in vrede te laten rusten met ernaast het huis van de beheerder van het kerkhof Saint-Charles met daar weer naast een kleine Joodse begraafplaats. Na de poort een de heuvel opklimmende weg waar langs nog wat van die vierkante gebouwtjes staan met een familienaam groot boven de voordeur en een familiegraf erin. Bij de traditionele tombe van Louis Blanpain (1770 - 1842), gepensioneerd Kapitein onderscheiden met het Légion d'Honneur - hij heeft vast en zeker in het leger van Napoléon Bonaparte gediend - zijn zoon Claude Napoléon (1807 – 1855), vlaggenmaker en burgemeester van Sedan en zijn andere zoon Xavier Paul (1808 – 1863), vlaggenmaker, ben ik zo'n beetje op het punt beland tot waar de begraafplaats in gebruik was toen de Duitse bezetter er in 1914 het massagraf groef om de Fransen en Duitsers die waren gesneuveld bij de Slag om Sedan in te begraven. 't Is veruit de oudste tombe die ik er ben tegengekomen. Van de poort naar dit punt zo'n beetje halverwege de heuvel, maar ook verder naar boven, is het vooral een echte dodenakker met de graven dicht opeen gepakt. Op veel ervan liggen porseleinen rouwkransjes en/of staat een bonte verzameling kleine eerbewijzen ter nagedachtenis aan degenen die erin liggen begraven. Mijn Calvinistische opvoeding van lang geleden speelt heel even op vanwege het gebrek aan soberheid, vanwege het gebrek aan eenvoud, vanwege wat ik, of ik het wil of niet, nogal overdreven gedoe vind. Maar 's lands wijs, 's lands eer, nietwaar?

Van de op de foto van ruim honderd jaar geleden strak georganiseerde Duitse erebegraafplaats is niets meer over. Behalve dan het onverwoestbare gewapend betonnen eerbewijs aan de gesneuvelden die er lagen begraven, dat in Sedan sinds lang het “Monument Allemand” heet. Tegen het eind van 1915, een paar maanden na de inwijding, was het al vol. De Eerste Wereldoorlog, in juli 1914 begonnen als “Ein frischer, fröhlicher Krieg” die met Kerstmis voorbij zou zijn, verliep niet echt volgens plan. Tot het einde van de oorlog werden de Duitse doden daarna op de andere Maasover op het kerkhof van Torcy begraven. Erna verplichtten de Fransen de Duitsers om hun doden een paar kilometer verderop, even buiten het dorp Noyers-Pont-Maugis, te herbegraven. Toen dat gebeurd was, waren de muur met wandgraven achter het monument en de terrassen ervoor weer leeg. In 1937 besloot het gemeentebestuur van Sedan om alleen de muur af te breken zodat er op de vrijgekomen ruimte weer kon worden begraven. Gewapend beton zakt niet uit zichzelf in elkaar, er brokkelen hooguit stukken af en er groeit vaak onkruid op, zo ook hier. In 2011 werd daarom alsnog besloten om het in deplorabele staat verkerende bouwwerk – zo zag ik op een foto - te slopen. Een besluit dat werd teruggedraaid nadat bezwaar was aangetekend door de Association Paysages et Sites de mémoire de la Grande Guerre , die ernaar streeft om locaties in Noord-Frankrijk en België die van belang worden geacht om de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog in stand te houden, door de UNESCO tot Werelderfgoed te laten verklaren. Daardoor kan ik vandaag, na de tombe van vader en zoons Blanpain, linksaf slaan en tussen de graven doorlopen naar het enige tastbare dat resteert van de Heldenfriedhof van weleer. Nu er niet gesloopt werd, moest er geld worden gevonden voor een opknapbeurt van het potentiële Werelderfgoed. Der Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge , de Duitse Oorlogsgravenstichting, leek de logische sponsor. Dat was een misrekening, er liggen geen Duitse militairen meer begraven en dan valt een dergelijk project buiten hun missie. Waar het geld uiteindelijk wél vandaan is gekomen weet ik niet, zichtbaar is dat het eerder dit jaar onder handen is genomen. De dranghekken die de bouwplaats afschermden staan er nog.

Eerste indrukken: doordat de context – de erebegraafplaats – er niet meer is, staat hier een in de steek gelaten bouwwerk dat boven alles uitsteekt en derhalve op veel neerkijkt. Het sobere grijze beton steekt nogal af tegen de daardoor nog frivoler lijkende Franse graven. Het is een lege huls waar je dwars doorheen naar de blauwe hemel kijkt en, vanuit een bepaalde hoek, de hoger gelegen Franse gedenknaald kunt zien die de gevallenen eert van de Oorlog van 1870. En, wat mij betreft althans, lijkt het er eerder op dat de architekt door een klassieke tempel was geïnspireerd, meer door het destijds nog niet gerestaureerde Parthenon dan door de Brandenburger Toren. Hetgeen ik overigens baseer op een bezoek aan de Acropolis tijdens mijn allereerste huwelijkreis, waarvan de beelden hier op een kerkhof in Sedan geheel onverwacht boven komen drijven. Misschien omdat het huwelijk ook al heel lang dood en begraven is. Eenvoud troef dus, slechts een tweetal identieke decoratieve elementen – een vruchtenkrans – boven de buitenste zuilen aan de voorzijde met er tussen versregels van de schrijver en reserve officier in actieve dienst Joseph von Lauff, die de dood in dienst van Kaiser und Vaterland verheerlijken. Na enig zoeken ontdek ik zowaar de steen waarin de wat beschadigde “handtekening” van de ontwerper staat: ARCHITEKT – FF2 STELLU LONY – R.I.R. 68 , volgens mij althans.

wordt vervolgd